Eindelijk verlost van de doem

Al bijna vijf maanden reist de Amerikaanse auteur David Vann door Europa voor optredens en interviews. Zijn debuut Legende van een zelfmoord en de opvolger Caribou Island worden wereldwijd juichend ontvangen. Maar het had weinig gescheeld of niemand had ooit van hem gehoord.

“Waarschijnlijk ben ik het grootste watje van Alaska.” David Vann lacht uitbundig terwijl hij een paraplu opsteekt en zijn anorak nog wat verder dichtritst. Het miezert in Oslo, waar hij op uitnodiging van een stichting ter preventie van zelfdoding een lezing geeft over zijn beklemmende roman Legende van een zelfmoord. “In het stadje Ketchikan, waar ik als kind woonde, valt de meeste regen ter wereld – wel zes meter per jaar. Ik zou dus wel wat gewend moeten zijn.”
Alaska – het is er inderdaad zo koud, nat en onherbergzaam als je je erbij voorstelt. Voordat zijn ouders scheidden en hij met zijn zus en moeder in Californië ging wonen, bracht Vann zijn kinderjaren door in het regenwoud, waar ze jaagden en visten. Het is dan ook geen toeval dat deze ongerepte natuur zo’n belangrijke rol speelt in het werk van de Amerikaanse schrijver.
Ook in Legende van een zelfmoord is de natuur een personage op zich. Tien jaar, vanaf zijn negentiende, schreef hij aan dat boek, een geheel van vijf indringende verhalen en een novelle die allemaal draaien om één gegeven: de zelfdoding van zijn vader toen David dertien jaar oud was. Niemand wilde het manuscript uitbrengen. “Het ging over zelfmoord en dat woord stond ook nog eens in de titel. Daar kon toch onmogelijk iemand in geïnteresseerd zijn, zeiden uitgevers. Ze vonden het goed, maar te verontrustend en somber.” Twaalf jaar lang lag het in de lade. Vann gaf les aan de universiteit, maar zonder een boekpublicatie kon hij een hoogleraarschap wel op zijn buik schrijven. Toen hij na vijftig pagina’s van zijn nieuwe roman Caribou Island ook nog eens hopeloos vast kwam te zitten, gaf hij er de brui aan. “Ik verloor de moed en schreef jarenlang geen letter. Ik besloot een boot te bouwen en werd kapitein.”
Zijn familie had echter een lange traditie van rampspoed op zee. Vanns grootvader, vader en oom brachten allemaal een of meerdere boten tot zinken. Met zo’n geschiedenis kon het natuurlijk niet uitblijven dat ook zijn eigen onderneming desastreus zou aflopen. Tijdens een zware storm brak het schip doormidden en eindigde zijn carrière als zeeman. Berooid en verslagen nam Vann de pen weer ter hand en schreef A Mile Down, het verslag van zijn rampzalige avonturen, dat werd uitgegeven en zo alsnog het begeerde hoogleraarschap mogelijk maakte.
Het tij keerde toen de novelle Sukkwan Island, het hart van Legende van een zelfmoord, een literaire prijs won en werd gepubliceerd bij University of Massachusetts Press, in een oplage van achthonderd exemplaren. The New York Times merkte het op en schreef er een juichende recensie over. De novelle verscheen in Engeland en Frankrijk, won prijzen en groeide uit tot een bestseller. Ook in Nederland en de rest van Europa volgden publicaties en werd Vanns krachtige proza zeer positief gerecenseerd. 

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

vivian de gier en marc brester