Aha. Nu kennen wij toevallig een ‘kleurrijke vrouw in de maatschappij’ en dat is Hassnae Bouazza. Publicist voor onder meer NRC Handelsblad en duider van onder meer de Arabische Lente. Vorige zomer richtte Felgata haar pijlen ook op Bouazza. “Ik wil voor eens en altijd die grote visbek van je sluiten. Kom maar op. Ik lust je rauw.” Naast te beschikken over antisemitische trekjes bleek Felgata dus ook niet vies te zijn van een beetje verbaal geweld.
Maar Felgata wist niet van ophouden. Ook Bouazza’s partner Peter Breedveld moest er aan geloven. Felgata deed aangifte tegen Breedveld omdat hij haar een antisemiet genoemd had. Breedveld moest naar het bureau en na maanden wachten bleek Felgata ook in zijn geval in het stof te moeten bijten. Conclusie van de officier van justitie: “Uw eigen uitlatingen konden aanleiding geven tot de kwalificaties waar u aangifte tegen doet.” En: “Gezien uw eigen uitlatingen zijn de uitlatingen van de heer Breedveld in dit geval toegestaan en niet zodanig grievend dat de grenzen van wat aanvaardbaar is worden overschreden.” Conclusie van Breedveld: ”Als je een antisemitische column schrijft, moet je niet janken als je een antisemiet wordt genoemd.”
Blijft de vraag: waarom reikt minister Donner dit lintje uit aan deze dubieuze mevrouw? Omdat hij nu eenmaal niet zo veel heeft met antisemitisme?
UPDATE, 14.04 uur - De jury kreeg vandaag pas lucht van de joden-zijn-dik-column. Resultaat: toch geen lintje voor Felgata.

