Elke vrijdagmiddag spelen kinderen in het clubgebouw van een Amsterdamse speeltuinvereniging het bordspel go. De coördinator van de kinderactiviteiten is een zelfverklaarde pedofiel. Dat vindt hij zelf geen probleem, en de voorzitter van zijn club evenmin. “Dat hij zo is, is bij ons bekend.”
Soms voel je instinctief aan of iets slim is of niet. Een analfabeet vragen om zelf zijn autobiografie te schrijven: niet slim. Iemand met watervrees aannemen als badmeester: niet slim. Een pedofiel vragen om een spelletjesclub voor kinderen te leiden: niet slim. En toch is het laatste gebeurd. En sterker nog, het duurt nog steeds voort. In Amsterdam, elke vrijdagmiddag.
Eerst even terug in de tijd. Tegenwoordig zou het bijna ondenkbaar zijn: drie pedofielen die, met naam en toenaam en herkenbaar in beeld, op televisie vertellen over hun voorliefde voor jonge jongetjes. In 1994 kon het nog wel. De NCRV zond toen een geruchtmakende documentaire uit. Het drietal vertelde openlijk over hun leven en over de worsteling met hun seksuele voorkeur. Een van hen nam de filmploeg mee naar zijn binnentuin. In een mum van tijd stroomden de omwonenden toe om hem verwensingen naar het hoofd te slingeren.
Deze man (nu 62 jaar oud) koos in 1999, vijf jaar na de documentaire, weer zelf de publiciteit. In een artikel over pedofilie in een weekblad verklaarde hij, ook toen onder zijn volledige naam: “Ik heb weleens – heel voorzichtig – een verboden lichaamsdeeltje aangeraakt. En ook heb ik het genoegen al eens gesmaakt een klein stijf piemeltje heel even in mijn mond te hebben. Maar daar is het ook wel bij gebleven. Het is tegenwoordig gewoonweg te ingewikkeld om seksueel contact te hebben met een kind.” Maar, zo gaf hij aan, hij zou best ‘willen aaien, kusjes geven, kriebelen op hun bol en buik en, inderdaad, op hun piemeltje of kutje’. En: “Ik kan enorm genieten van de met een grote grijns geschreeuwde schreeuw ‘Héé homo!’ van een jongetje van zes dat ik langsfietsend net even over zijn bol kan aaien.”
Van deze man, die zichzelf in het geciteerde artikel een ‘bonafide pedofiel’ noemt die ‘kuiser leeft dan menige dominee’, weten we verder dat hij in ons land een grootheid is in de eeuwenoude Japanse denksport go. Nog steeds is hij zeer actief in het wereldje. Maar nu komt het: de man coördineert eveneens al negen jaar lang de kinderactiviteiten van die club. Inderdaad, de kinderactiviteiten. Elke vrijdagmiddag tussen drie en zes komt een groepje bijeen in het clubgebouw van een Amsterdamse speeltuinvereniging om het spel te spelen onder zijn leiding. Hij organiseert daarnaast enkele kindertoernooien.
Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.
Als ik het goed begrijp zit deze man er dus nog, tussen de kinderen?
Als pedoseksualiteit niet gezien wordt als aandoening (zoals homoseksualiteit lang als aandoening werd gezien), dan kun je je afvragen of de volgende vergelijkingen uit dit artikel zin hebben:
“Een analfabeet vragen om zelf zijn autobiografie te schrijven: niet slim. Iemand met watervrees aannemen als badmeester: niet slim. Een pedofiel vragen om een spelletjesclub voor kinderen te leiden: niet slim.”
Hier achteraan zou dan, volgens dezelfde formule, kunnen staan: Een heteroseksuele man vragen om in een studentenkroeg als barman te werken. Niet slim. Een heteroseksuele vrouw aannemen als verkoopster in een mannenkledingzaak. Niet slim.
Wat hier misgaat, is de onuitgesproken assumptie dat pedoseksualiteit een aandoening is, die lijdt tot een grote neiging kinderen geweld aan te doen. Misschien is die assumptie te generiek. Misschien wordt aan het sociale taboe voorbijgegaan, dat pedoseksuelen in het gedrang brengt met hun geweten. Misschien zijn wij in al onze moderniteit wel vergeten dat we onderhevig zijn aan de (onze) natuur, niet andersom. Misschien verdienen pedoseksuelen wel erkenning, aandacht en respect. Niet omdat ze pedoseksueel zijn, maar omdat ze mens zijn. Misschien duwt onze collectieve houding tegenover pedoseksualiteit deze mensen wel naar de rand van de wet, of eroverheen. Misschien wakkeren we zelfhaat, schaamte en woede aan. Misschien zijn pedoseksuelen wel net zulke lieve mensen als jij en ik. Misschien kunnen we onze gemeenschappelijke (en gemakzuchtige) verontwaardiging beter kunnen laten voor wat die is: enkel goed voor ego-onderhoud. Misschien wordt de wereld daar mooier van dan van deze al te gemakkelijk uit de losse pols geschreven artikeltjes. Misschien wel.
Hoewel ik natuurlijk begrijp dat er enige ophef is over deze gospeler, lijkt hij me op dit moment de minst gevaarlijke pedoseksueel van Nederland.
Beste meneer Creemer,
Heeft u kinderen? Zoja, zou u ze toevertrouwen aan bovenstaande pedoseksueel? Of zou u een andere go-leraar kiezen?
Daar gaat het om. Hij had weg moeten blijven van de kinderclub.
Met groet,
R.W.I.
Deze man doet dit vrijwillgerswerk dus al 9 jaar met die kinderen.
En hoeveel misbruik klachten zijn er in die tijd gekomen?
Geen dus, anders was hij allang verwijderd.
Als we alle pedo’s weghalen uit het (vrijwilligers)werk met kinderen, dan zou er wel eens een groot tekort aan menskracht kunnen ontstaan.
Dat pedo’s zich graag inzetten voor kinderen betekent toch niet dat ze dat alleen maar doen om ze te misbruiken?
Het komt op mij meer over als het verknipte denken van al die brave hetero’s, die graag katjes in het donker knijpen en hun fantasieën loslaten op pedo’s, die ze niet eens kennen.
Of gaan we nu ook roepen dat het ouderschap een verkapte vorm van kontakt zoeken met kinderen is?
15% van de meisjes wordt binnen het gezin misbruikt.
Wie de schoen past…
@Sytze
“Als we alle pedo’s weghalen uit het (vrijwilligers)werk met kinderen, dan zou er wel eens een groot tekort aan menskracht kunnen ontstaan.”
Je suggereert hiermee dat een groot deel van het vrijwilligers werk met kinderen wordt gedaan door pedo’s.
Daarmee stel je dus eigenlijk dat een onevenredig deel van de de vrijwilligers pedo’s zijn. Dus stel je dat hun geaardheid voor hen de aanleiding is om dit werk te doen.
Niet echt een goed uitgangspunt om ze het werken met kinderen toe te vertrouwen…
Ik had een alcoholistische oom die zijn eigen kroeg begon… dat is ook niet goed afgelopen….
Heel eenvoudig, mijn kinderen laat ik daar geen go spelen..
Ik gooi ze toch ook niet voor de leeuwen in artis…Dat zit in mijn natuur als moeder zijnde…dat o.a. maakt mij een lieve moeder…en daar verdien ik aandacht, erkenning en respect voor..