Bernlaf

Uilskuiken van de week: Bernlef

Je bent een goedverkopende schrijver van ongevaarlijke boeken en het Letterenfonds vraagt of je meegaat naar China. Daar wordt een grote boekenbeurs georganiseerd en Nederland is eregast.

Je neemt de uitnodiging aan. Niet omdat je je boeken wilt verkopen (De een zijn dood heet je laatste roman), of omdat je zin hebt in een gratis reis met drank en lekker eten. Welnee.

Je gaat ‘om het zaad van de twijfel te zaaien’, zeg je ruim voor vertrek tegen een krant. Want China is niet zo’n mooi land. Auteurs die de richtlijnen van de Chinese Bond van Schrijvers uit het oog verliezen, kunnen er zonder pardon in de cel belanden.

In de aanloop naar de beurs neemt de repressie toe, tientallen schrijvers en activisten worden opgepakt, onder wie de bekende kunstenaar Ai Weiwei. Je benadrukt je nobele intenties nog eens en ondertekent een solidariteitsverklaring van Amnesty International. Daarin staat dat je van plan bent om ‘contacten’ te leggen teneinde je vak-genoten te steunen ‘in hun strijd voor de vrijheid van meningsuiting’.

Vlak voor vertrek stuurt Amnesty International je een speldje toe. Op dat speldje staat The Empty Chair afgebeeld, een ontwerp van kunstenaar Maarten Baas dat refereert aan Liu Xiaobo, die vorig jaar de Nobelprijs voor de Vrede niet in ontvangst kon nemen omdat hij een elfjarige gevangenisstraf uitzit vanwege het publiceren van een pamflet.

Het speldje maakt je boos. Hoe halen ze het in hun hoofd, foeter je in een krant. “Ik laat me niet vertellen wat ik moet dragen, ik ben geen kind.” Waarom altijd weer ‘dat Nederlandse morele vingertje’ vraag je je af. De verslaggever merkt op dat je de solidariteitsverklaring van Amnesty hebt ondertekend. Jij zegt: “Maar kom, dat was 2,5 maand geleden.”


Van het zaaien van twijfelzaad en het leggen van contacten zal dankzij Amnesty weinig meer terechtkomen, zeg je in een interview voor de radio. Door al het gedoe rond het speldje ‘hebben ze het bij voorbaat al onmogelijk gemaakt om met mensen met afwijkende meningen in contact te komen’.

Anders was jij er natuurlijk op uitgegaan. Had je aangebeld bij het huis van zo’n dissident om er je twijfelzaad te zaaien, misschien door te vertellen dat je vroeger zelf een communist was.

Of is dat China niet zo’n vreselijk land als je aanvankelijk dacht? In het radio-interview zeg je dat ’98 procent van de wereldliteratuur’ er gewoon gepubliceerd kan worden: ‘alleen apert tegen het communistisch regime gerichte boeken mogen niet’. Je vergeet dat seksscènes en krachttermen ook verboden zijn; eigenlijk is alles verboden wat als gezagsondermijnend wordt beschouwd.

Maar hoe erg is schrappen eigenlijk? Vermoedelijk ben je het eens met directeur Joost Nijsen van uitgeverij Podium, die op de website van het Letterenfonds zegt dat er gevallen zijn ‘waarbij je als Nederlandse uitgever en auteur meer kunt bereiken met een vertaling met aanvaardbare aanpassingen, dan géén vertaling’.

In het geval van Kluun is dat zeker zo, daar kan wat mij betreft nooit genoeg in worden geschrapt.

Dankzij de Chinese boekenbeurs weet Nijsen nu ‘hoe het werkt’, zodat hij ‘bij volgende vertalingen tijdig met de Chinese uitgever kan kortsluiten in welke mate ingrijpen nodig is’.

Jij, Bernlef, weet nu ook hoe het werkt. Je neemt een ferm standpunt in, dat zwak je af en daarna spreek je het tegen. “Ik denk dat ze bij Amnesty niet goed hebben nagedacht over de aard van de missie met die Nederlandse auteurs,” zeg je tot besluit.


Inderdaad hebben ze de aard van de missie niet begrepen. De aard van de missie werd mede dankzij jouw gedraai laf en leugenachtig. Je zou een waardig erelid van de Chinese Bond van Schrijvers zijn.