De Staat versus De Drie Gezusters

Verdienen de eigenaressen van een overgelopen afwasemmertje straf? Vier rechters hebben zich al over die vraag gebogen. Hoe een ogenschijnlijk futiele zaak de rechtbank én de beklaagden drie jaar lang bezighoudt. ‘U kunt het kinderachtig vinden, maar u heeft de wet overtreden.’

Anne V. (52) is zenuwachtig. Het is dinsdagochtend 16 augustus en ze is in het statige pand van het gerechtshof aan de Amsterdamse Prinsengracht. V. zit op de bank naast de grote houten deuren die toegang bieden tot de rechtszaal. Zo meteen zal ze voor drie raadsheren moeten verschijnen omdat het Openbaar Ministerie (OM) het niet eens is met V.’s eerdere vrijspraak van een overtreding van de Milieuwet: het lozen van afvalstoffen. Daarom is het OM in hoger beroep gegaan. V. is hier als vertegenwoordiger van De Drie Gezusters V.O.F., het cateringbedrijf dat ze al achttien jaar met haar zus Mo (47) runt en waarmee ze vooral tv- en filmploegen van eten en drinken voorziet.

V. draagt een witte jurk met grijze en blauwe stippen en daarop een blauw vest. Haar grijzende haar is in een boblijn geknipt en op haar neus prijkt een bril met een (hip) zwart jaren-zestigmontuur. De deuren gaan open en V. loopt met lichte tred naar de groenleren beklaagdenbank aan de rechterkant van de zaal. Haar advocaat Annemarie van der Velden gaat achter haar op een verhoginkje zitten.

De advocaat-generaal die de aanklager is in deze zaak, zit aan de andere kant van de zaal, tegenover hen. Hij is een man op leeftijd die, zo zal later blijken, met diepe stem de aanklachten toelicht.

De drie raadsheren, zoals de rechters heten bij een hoger beroep heten, zitten al klaar. De oudste zit links: een kalende man die gedurende het proces naar zijn papieren zal staren terwijl hij met zijn hand zijn kin vasthoudt. Naast hem zit de voorzitter, een vrouw met grijze lok in het haar. Ze zal haar blik focussen op de muur achterin de zaal. Naast haar zit ten slotte de jongste raadsheer, met halflang zwart haar en vuurrood gestifte lippen. Ze zal tijdens de zaak vooral naar het plafond staren, waar grote bollampen hangen. “U hoeft geen antwoord te geven op de vragen die we u eventueel stellen,” zegt de raadsheer droogjes tegen V. Er klinkt zacht geratel, afkomstig van het toetsenbord van de griffier die elk gesproken woord in de computer zet. Het proces kan beginnen.


Plaats delict: Vossiusstraat, Amsterdam, onder een cateringwagen.

Verdachten: cateringbedrijf De Drie Gezusters, zijnde Mo en Anne V. uit Amsterdam (de derde zuster werkt niet meer in het bedrijf).

Verdenking: overtreding van artikel 10.1 van de Wet Milieubeheer, zijnde het onvoldoende treffen van maatregelen waardoor afvalstoffen zijn geloosd met negatieve gevolgen voor het milieu. Bewijsmateriaal: een zwarte plastic emmer.

Situatie: 12 juni 2008. In de Amsterdamse Vossiusstraat worden de laatste opnames gemaakt voor de dramaserie Annie M.G. Het eten wordt ook vandaag weer verzorgd door De Drie Gezusters, die vanuit hun cateringwagen de maaltijden bereiden. Anne en Mo gebruiken graag duurzame ingrediënten: biologisch vlees en verse seizoensgroenten. Vandaag hebben ze iedereen gehaktballen, aardappels en bloemkool met kaassaus voorgeschoteld. Omdat een van de crewleden lactose-intolerant is, hebben ze bij de bereiding geen boter maar olijfolie gebruikt. Het is inmiddels een uur of acht ’s avonds en Anne en Mo moeten nog één afwasje doen. De cateringwagen bevat een vuilwatertank met een inhoud van zestig liter.

Als de tank vol zit, blijft het water in de gootsteen staan. Dat is nu het geval. Daarom pakken de zussen een zwart emmertje en zetten dat onder de wagen. Daar zit de kraan van de tank die ze met wat gepoer en gestuntel open en dicht kunnen draaien. Ze laten een deel van het water in de emmer lopen, zodat er in de tank nog genoeg plek is voor de allerlaatste vaat.

Als dit een thriller was, zou de camera nu inzoomen op de emmer. Uit de speakers zou alarmerend hoog vioolgekras klinken om het publiek duidelijk te maken dat er iets vreselijks te gebeuren staat. Want de kraan blijkt ofwel niet helemaal goed dichtgedraaid, of de dames hebben niet goed opgelet. Hoe dan ook: het emmertje loopt een beetje over. Er sijpelt wat afwaswater op de straatklinkers.


Precies op dat moment komen er twee politie-agenten langs. Dat is niet voor het eerst. Anne en Mo hebben in de Vossiusstraat dagelijks agenten voorbij zien komen die een oogje in het zeil hielden. Ze zien de dienders naar de locatiemanager lopen, de man die alle vergunningen beheert die nodig zijn voor dit soort televisieproducties, lopen. Ze stellen hem wat vragen en vertrekken.

25 september 2008. Annes telefoon gaat. Het is de politie: of ze iets kan zeggen over haar werk op de Vossiusstraat. Anne staat net te koken voor een andere filmploeg. Ze zegt dat ze later wel even langskomt op het bureau.

Daar stelt een agente vragen over De Drie Gezusters en tikt gelijk de antwoorden uit die V. geeft. Diezelfde avond moet ze een proces-verbaal tekenen waarin ze de gebeurtenissen totaal niet herkent. Volgens V. heeft ze hele andere dingen tegen de agente gezegd. “En het stond ook nog eens vol spelfouten”, zegt V. “Daar hou ik niet van.” Ze heeft graag dat dingen kloppen en netjes zijn. Onderaan rechts was ruimte voor haar handtekening. Erboven stond ‘Verdachte’. “Verdachte?” zegt V. “Waarvan?”

Dan pas hoort ze dat ze wordt verdacht van het onrechtmatig lozen van afvalwater. Een milieudelict. Volgens de politie is dat al direct duidelijk gemaakt. Anne weigert het document te ondertekenen. Ook gaat ze niet weg voor de agente haar bezwaar tegen het proces-verbaal onder het document heeft gezet.

Precies een maand later valt een rekening op haar deurmat. De boete voor de overtreding is 350 euro. Anne en Mo zijn in alle staten: dit is in hun ogen volkomen onterecht. Ze hebben de bodem niet moedwillig vervuild, maar juist een emmertje geplaatst om het afvalwater op te vangen! En nu krijgen ze een boete? Twee zussen, opgegroeid in een IJmuidense slagersfamilie, waar ze hebben geleerd dat je zuinig moet zijn met water en dat je niet zomaar iets moet laten weglopen.


Daar handelen ze ook heel bewust naar. “Als we prei blancheren, bewaren we het water, zodat we daar weer een fijne groentesoep mee kunnen maken,” geeft V. als voorbeeld. Maar nu zijn ze verdachten in een milieuzaak en als ze veroordeeld worden, staan ze officieel te boek als milieudelinquenten. Dan kunnen ze in één adem genoemd worden, vinden ze, met bijvoorbeeld Trafigura, dat illegaal gif liet dumpen in Ivoorkust, wat de dood van meerdere mensen veroorzaakte. Anne en Mo kunnen dit onrecht niet aanvaarden. Ze besluiten niet te betalen en hun verhaal voor de rechter te doen.

Op 3 februari 2009 worden ze gedagvaard. Anne huurt een advocaat in van Cleerdin & Hamer Advocaten. Op 18 maart dat jaar vindt de zitting plaats. Het OM zet bij monde van de officier van justitie uiteen waarom De Drie Gezusters de wet heeft overtreden. Het water in het overgelopen emmertje bevatte koffie- en theeresten, afwasmiddel en sporen van olijfolie. Onder de wagen stonk het bovendien naar een vettige substantie en naar saté. Wel stelt de officier van justitie de boete bij: ze hoeven nog maar 200 euro te betalen.

De verdediging voert aan dat er geen sprake van opzet is geweest. De rechter beslist in het voordeel van De Drie Gezusters, Anne is euforisch. Maar de officier van justitie neemt geen genoegen met de uitspraak. Al in de rechtszaal zegt ze dat ze in hoger beroep gaat. Twee jaar later krijgt V. een aangetekende brief: ze moet opnieuw voor de rechter verschijnen, ditmaal voor het gerechtshof. Ze doet een verzoek om de zaak te seponeren, maar krijgt een fax terug met een enkele zin: “Afwasmiddel is nu eenmaal een afvalstof!”


Anne V. heeft vandaag, op de dag van het hoger beroep, een stoffen Albert Heijn-tas naast zich op de beklaagdenbank met daarin drie flessen afwasmiddel die de zussen afwisselend gebruiken bij de vaat. Twee van het merk Ecover en eentje van het merk Klok (Annes favoriet). Op elke fles staat met grote letters het woord ‘eco’ en tevens de vermelding dat het een biologisch afbreekbaar middel betreft. De flessen worden getoond.

Aan het woord is haar advocaat Annemarie van der Velden die deze zaak een bagateldelict, ofwel een ‘flutzaak’ noemt: een zeer klein vergrijp met disproportionele gevolgen. Ze vertelt bovendien dat het hele proces Anne V. erg zwaar is gevallen, juist omdat ze een milieuvriendelijk bedrijf probeert te voeren.

Van der Velden: “Waarom wordt het overlopen van een emmertje wél vervolgd en het schrobben van de stoep door de visboer, het weggooien van waterbakken op straat door de bloemist of het zemen van ramen door de glazenwasser niet?” Ze wijst op de flinke kosten die inmiddels voor deze zaak zijn gemaakt: voor het verhoor van haar cliënt, het opstellen van het dossier, de salarissen van de parketmedewerkers, een officier van justitie, een griffier, een politierechter, een advocaat, een advocaat-generaal, een driekoppig hof, wederom een griffier en een nieuwe advocaat (V.’s eerste advocaat Mariska van Delft vertrok naar Cambodja om aan het genocideproces tegen de Rode Khmer te werken). “Ik roep maar weer even in herinnering dat het in deze zaak gaat om een emmertje, waarbij het water over de rand is gelopen,” zegt Van der Velden. “Een emmertje, dat speciaal onder de watertank was gezet om het laatste afwasje mogelijk te maken.” Ze gaat zitten.


De advocaat-generaal staat op en vouwt zijn handen voor zijn buik. “Wie zonder bel fietst, begaat nu eenmaal een verkeersovertreding,” verweert hij zich. “Het gooien van een propje op de grond is milieuvervuiling. Als dertien miljoen mensen dat ongestraft zouden doen, wordt het een chaos in dit land. Je kunt dat onzin vinden, maar het gaat om het grote geheel. Als de overheid de kleine vergrijpen negeert, loopt het uit de hand.”

Het maakt volgens hem zelfs niet uit of het hier om schadelijk of schoon afwaswater gaat. De wet zegt namelijk niet wat wel en geen afvalstof is. Daarom is volgens hem elke stof waar iemand zich van ontdoet ‘afval’. “Iemand die op straat zijn auto wast, is in sommige gemeenten ook strafbaar. Dat weten veel mensen niet, maar je behoort je auto te wassen op een plaats waar het vuile water op een betonnen bodem terechtkomt en wordt afgevoerd in een daarvoor geplaatst afvoersysteem.” Daarom is deze zaak volgens de advocaat-generaal gerechtvaardigd: “U kunt het kinderachtig vinden, maar u heeft de wet overtreden. Er is 200 euro gevraagd. Als u zegt ‘dat accepteer ik niet’, is dat onjuist en duurt de zaak alleen wat langer.”

De drie rechters kijken onafgebroken naar het papier, de muur of het plafond. Dan komt er beweging in. We moeten opstaan omdat de rechters zich terugtrekken. Advocaat Van der Velden heeft het hof namelijk verzocht om de zaak niet ontvankelijk te verklaren. Hun overleg hierover duurt zeker vijf minuten. Als ze weer terug zijn, zegt de voorzitter: “De beslissing om tot vervolging over te gaan, valt binnen de beleidsvrijheid die het openbaar ministerie heeft. Dat betekent dat we doorgaan met de zaak.”


Advocaat Van der Velden mag op de gang overleggen of ze het nodig vinden een deskundige in te schakelen, die kan vaststellen welke stoffen precies in het afwaswater hebben gezeten. Ook wil Van der Velden graag nog opmerken dat er veel fouten in het dossier staan. “Mijn cliënt stoort zich daaraan. De locatiemanager heeft bijvoorbeeld gezegd dat er een tank van twee liter in de cateringwagen zat, maar dat moet toch echt zestig zijn. Het lijkt me daarom goed dat hij ook nog wordt gehoord.”

Ze heeft nog een opmerking. Ze vindt het wonderlijk dat iemand die daar niet voor is opgeleid, constateerde dat het onder de wagen naar saté rook, terwijl er toch echt bloemkool met kaassaus op het menu had gestaan. Bovendien is niet gekeken of er in de buurt van de wagen misschien vuilniszakken lagen die voor die lucht verantwoordelijk waren. “Verder nog iets?” vraagt de voorzitter. “Nee,” zegt Van der Velden. “Dan zou ik alleen maar in herhaling vallen.”

Ook de advocaat-generaal mag nog iets zeggen. Hij staat op. “Het is geen ernstige zaak, geen ernstig feit, maar het mag gewoon niet. Het openbaar ministerie waakt over het naleven van de wet.” Dan voegt ook hij toe dat hij verder alleen maar zichzelf zou herhalen.

De voorzitter van het hof buigt zich iets naar Anne V. toe: “U heeft recht op het laatste woord, mevrouw. Wilt u nog iets zeggen?”

V. schraapt haar keel: “Ik sluit me helemaal aan bij mijn advocaat. Ik leef heel milieubewust, eet alleen maar biologisch vlees en…” Ze zucht. “Dat was het.”

Dan is deze zitting gesloten.

Twee weken later staat Anne V. weer voor de deuren van het Amsterdamse gerechtshof. Zus Mo is meegekomen om de uitspraak van de rechters te horen. Nu zitten ze in een andere zaal met een andere rechter, die op ernstige toon het vonnis voorleest. Het hof acht niet bewezen dat er sprake is geweest van bodemvervuiling. En evenmin dat de dames met opzet handelingen hebben verricht die nadelige gevolgen voor het milieu zouden kunnen hebben. Drie jaar nadat hun emmertje overstroomde en het afwaswater over de klinkers van de Vossiusstraat liep, zijn de zussen vrijgesproken.


Op de gang vliegen Anne en Mo Verlaan – nu ze geen verdachte meer zijn, mag hun achternaam weer worden genoemd – elkaar uitzinnig in de armen. Al galmt de laatste zin van de rechter nog na: “Het OM heeft het recht om tegen deze uitspraak in cassatie te gaan.”

Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, noemt deze zaak een ‘schoolvoorbeeld’ van een bagateldelict, oftewel een flutzaak. “Het begint er meestal mee dat mensen een boete zo onredelijk vinden dat ze daar niet op ingaan. Vervolgens ziet een jonge brave parketmedewerker die richtlijnen en tabelletjes voor zich heeft, dat iemand niet heeft betaald en zet dan de procedure tot vervolging in. Eenmaal in de rechtszaal kan de officier van justitie niet zomaar zeggen dat de zaak nergens op slaat. Anders hoeft daarna niemand meer zijn boete te betalen als hij dat onredelijk vindt. Dan begint zo’n ellenlang proces.”

Buruma noemt een paar voorbeelden: een man die zijn kind bij een groep jongeren weg wil halen en daarom een tik uitdeelt, is vervolgd voor mishandeling. Een man die uit woede een parkeerbon verscheurde en die op de grond gooide, werd verdacht van een milieudelict.

De vraag is natuurlijk of het wenselijk is dat zo veel rechters zich over zoiets kleins buigen. Toch kunnen rechterlijke uitspraken in dit soort zaken grote gevolgen hebben. “Soms zitten er achter een kleine overtreding al langdurige discussies tussen een bedrijf en de gemeente over de kwaliteit van de milieumaatregelen. Als dat aan de hand is, mag je wel verwachten dat de officier van justitie uitlegt waarom hij een klein vergrijp vervolgt. Anders blijft het toch pietluttig. De rechter mag overigens zelf niet beslissen dat de vervolging te onbenullig is. Soms laat hij zijn kritiek merken door juist op alle slakken zout te leggen.”


Hinderen deze zaken de rechtsgang? Buruma: “Ze hebben niet zoveel prioriteit en daarom duurt het zo lang voor ze worden behandeld. Wel worden dit soort delicten steeds vaker buiten het strafrecht om bestraft, bijvoorbeeld via een gemeentelijke bestuursboete. Bovendien wordt gewerkt aan een wetsvoorstel waardoor de Hoge Raad flutzaken wat eerder kan afkappen. Dat eerder gezegd kan worden: hier gaan we dus niet aan beginnen.”

Ivo van Woerden