Hersenziek

Een op de drie Europeanen zou niet sporen in z’n hersenpan.

Een derde van de Europese bevolking heeft een hersenziekte onder de leden, en het grootste deel van hen krijgt geen behandeling, volgens een onderzoek van het European College of Neuropsychopharmacology. Dat zijn liefst 165 miljoen mensen! Het nieuws gaf weinig tumult. Mediaconsumenten maken zich drukker over het lot van Morgan de orka, of over de verdwaalde pinguïn Happy Feet die, voorzien van een zendertje en een eigen website, in de oceaan is vrijgelaten om 2600 kilometer terug te zwemmen naar zijn geboorteplaats. Zielige dieren, vooral als ze een voornaam hebben, wekken blijkbaar meer interesse bij de menselijke geest dan de aandoeningen van die geest zelf.

Het onderzoeksresultaat dat een op de drie Europeanen niet spoort in z’n hersenpan is zo absurd dat je er alleen maar financiële belangen van de farmaceutische industrie achter kunt vermoeden. Die instantie is de enige die werkelijk garen spint bij de onweerstaanbare opkomst van de neurowetenschap die, zoals bekend, de mens reduceert tot diens hersenprocessen. Elke afwijking in gedrag van het normale (wat dat dan ook mag inhouden) correspondeert in die visie met een afwijking op hersenniveau, hetzij in een ongelukkige genetische opmaak, hetzij in een verstoorde ontwikkeling van zenuwverbindingen, hetzij in een onbalans van hormonen of in andere hardware-mankementen. Alles kan met wazige plaatjes (MRI-scans) zichtbaar worden gemaakt, en zo kan het gebeuren dat voorheen algemeen voorkomende menselijke tekortkomingen, dan wel vervelende persoonlijke trekjes tot heuse ziektebeelden promoveren.

Ongedurige kinderen krijgen een adhd-label. Anderen hebben pdd-nos of een andere stoornis in het autistisch spectrum. Agressieve, onbetrouwbare types lijden aan een anti-sociaal persoonlijkheidssyndroom. Er zijn mensen met stemmingsstoornissen, met een winkelverslaving, en verder een heleboel depressieven. Al deze afwijkingen en aandoeningen worden onder dezelfde paraplu geschoven als dementie, zwaar autisme en schizofrenie, om maar een paar serieuze hersenziektes te noemen. Wat voor nut heeft het om iets vervelends dat wel vaak voorkomt, zoals ongeconcentreerdheid of woedeuitbarstingen, te diagnosticeren als hersenziekte, terwijl er tegen een echte, aantoonbare hersenziekte als dementie geen kruid gewassen is? Waarom zou je aandoeningen in het autistisch spectrum met medicijnen te lijf gaan, terwijl diep autisme onbehandelbaar is? Het medicaliseren van relatief veelvoorkomende afwijkingen is alleen nuttig voor de farmaceutische industrie, die geld kan verdienen met (hopelijk placeboachtige) medicijnen.


De obsessie van de neurowetenschap met het speuren naar afwijkingen in de hersenen leidt ertoe dat de marges van het normale steeds smaller worden. Je ziet dat bijvoorbeeld aan de houding tegenover sekseverschillen. Als meisjes zich op school beter gedragen, braver hun huiswerk maken en hogere cijfers halen, dan worden de achterblijvende prestaties van jongens geweten aan een andere hersenontwikkeling of aan opspelende hormonen. De meisjes vormen de norm, waaraan de jongens niet voldoen. Maar de veroordeling is niet terecht, want de jongens zijn ook normaal.

Hoe meer de marges van het abnormale worden opgerekt, hoe groter de kans dat je zelf ook aan een of andere afwijking komt te lijden. Neem iets volstrekt normaals (in de zin van veelvoorkomend) als een zwangerschap. Recent onderzoek laat zien dat de hoeveelheid stress waaraan een zwangere vrouw blootstaat van invloed is op de hoeveelheid stresshormonen die de baby produceert na de geboorte, en ook nog later in het leven. Een voor de moeder traumatische gebeurtenis tijdens de zwangerschap kan een desastreuze invloed uitoefenen op haar kind. Dit is precies het soort onderzoek waar de neurowetenschap dol op is: er gaat buiten je schuld iets mis, tot in het zevende geslacht zul je worden gestraft en middeltjes ertegen, ho maar. Medicalisering van het normale leidt alleen maar tot angst.