Iedereen moet meedoen

Bepalend moet zijn wat je bijdraagt aan ons land, niet je afkomst.

Zondagmiddag 11 september, de Kloosterkerk in Den Haag. We zijn aanwezig bij de herdenkingsdienst voor de aanslagen in de VS, vandaag precies tien jaar geleden. Mijn gedachten gaan terug naar die vreselijke dag. Met Jaap de Hoop Scheffer sta ik in het gebouw van de Tweede Kamer naar de televisie te kijken. Er is brand in de noordelijke toren van het World Trade Center, en we weten nog niet precies wat er is gebeurd. Op dat moment vliegt een tweede vliegtuig de zuidelijke toren binnen. Jaap zegt meteen dat dit wel een aanslag moet zijn. Terrorisme is een werkelijkheid geworden, en de islam de grote bedreiging.

Ook Nederland is sinds die dag volledig veranderd. De nieuwe werkelijkheid verklaart mede de opkomst van Pim Fortuyn, die de islam ‘een achterlijke cultuur’ noemt. Op de dag dat hij wordt vermoord, 6 mei 2002, is de angst dan ook groot dat de dader een moslim is. Gelukkig zullen we nooit weten wat de gevolgen waren als dit zo zou zijn geweest, maar iets daarvan wordt helaas wel zichtbaar in november 2004, wanneer filmmaker Theo van Gogh door een radicale moslim wordt vermoord. Moskeeën worden in brand gestoken en ook in Nederland wordt de terrorismedreiging voelbaar.

Voor de oorlogen in Afghanistan en Irak is in de Nederlandse samenleving weinig steun, maar wel wordt het bekritiseren van de islam steeds meer geaccepteerd. Geert Wilders is hiervan inmiddels de nieuwe woordvoerder geworden. Het tolerante Nederland vertoont tekenen van polarisatie. Zelf merk ik dat wanneer ik in 2008 als staatssecretaris van Defensie voorstel om ook bij de krijgsmacht een imam aan te stellen. De uitspraken die deze persoon mogelijk in het verleden heeft gedaan, worden veel zwaarder gewogen dan wat bijvoorbeeld een evangelische geestelijk verzorger over homoseksualiteit zou hebben gezegd. Zelfs in mijn eigen partij blijkt er weinig steun voor het aanstellen van de imam.


Aan al deze ervaringen denk ik terug, zittend in de Kloosterkerk in Den Haag. Het meest indrukwekkend tijdens de herdenking is het optreden van drie geestelijken: een moslim, een jood en een christen. Pastoor Sjaak de Boer houdt de aanwezigen de vraag voor wat ze hebben nagelaten in de tien jaar sinds 11 september 2011. Zijn stelling is dat juist vanuit de geloofsgemeenschappen mensen hadden moeten opstaan om de dialoog aan te gaan. Om de overeenkomsten te benadrukken in plaats van de verschillen. Om zichtbaar te maken dat geloof – met welke achtergrond dan ook – een boodschap moet zijn van liefde en een afkeuring van geweld. Hij kondigde aan dat in Den Haag – de stad waar het Vredespaleis staat – die dialoog zal worden opgestart. Een mooi initiatief.

Er is ook een taak voor de politiek. Extremisme moet worden afgekeurd en terrorisme bestreden, maar dat mag er niet toe leiden dat alle moslims over één kam worden geschoren. Integratie is een probleem van participatie. Dat mag helder worden benoemd en moet krachtig worden aangepakt, maar niet vanuit de verklaring dat het geloof – de islam – er de oorzaak van is.

Het afgelopen jaar zagen we hoe jonge moslims in Tunesië, Egypte en Libië bereid waren hun leven te riskeren voor democratie, vrijheid en gerechtigheid. In het rijke Westen moeten we beschaamd erkennen dat we dictators in het zadel hebben gehouden uit angst voor diezelfde islam.

Natuurlijk weten we niet zeker dat die landen een betere toekomst tegemoet gaan. En eveneens moet nog steeds een strijd worden gevoerd tegen de radicale islam en de dreiging van terrorisme. Maar wanneer we internationaal onze beelden moeten herzien, dan moeten we dat debat ook nationaal aan durven gaan. Bepalend moet zijn wat je bijdraagt aan ons land, niet je afkomst. Wonen in Nederland is niet vrijblijvend, maar schept verplichtingen. Die nadruk op participatie helpt ons land verder dan polarisatie. Pal staan voor kernwaarden als democratie, gelijkwaardigheid en gerechtigheid evenzeer.


Tien jaar na 11 september 2001 is een goed moment om dat te beseffen.