Jet Bussemaker

Jet Bussemaker (Capelle aan den IJssel, 1961) was staats-secretaris van Volksgezondheid. Tegenwoordig zit ze in het bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Onlangs schreef ze het boek Dochter van een kampkind. Intro credit auteur>door renate van der zee, foto jos lammers

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Vrolijk. De zon schijnt en ik heb wel zin in het nieuwe studiejaar. Het hoger onderwijs is een heel andere wereld dan de politiek. Maar het is ook thuiskomen, want ik ben lang universitair docent geweest.

Wie zijn uw helden?

Jules Schelvis, een van de weinige overlevenden van Sobibor. Omdat hij zo aimabel is gebleven en onvermoeibaar het verhaal blijft doorvertellen. Nooit met wrok, maar altijd open en betrokken. En Hedy d’Ancona, omdat zij ook op latere leeftijd flair en vrolijkheid met serieuze politiek weet te verbinden.

Aan wie ergert u zich?

Aan politici die niet inhoudelijk reageren en aan hun grove taalgebruik. De PVV loopt daarbij voorop.

Lijkt u op uw vader?

In onze eigenwijsheid en de wil om het laatste woord te hebben, lijken we erg op elkaar. Hij heeft als jongen in een Japans kamp gezeten, maar in mijn jeugd maakten we vooral ruzie over het koloniale verleden. Pas later zijn we samen naar Indonesiƫ gegaan en heeft hij mij veel verteld over zijn kampervaringen. Toen kwamen we dichter tot elkaar.

Wat is uw grootste angst?

Mijn dochter te verliezen.

Bidt u weleens?

Nee. Maar als meisje was ik jaloers op mijn katholieke vriendinnetjes. Ik vond de rituelen rond dat geloof zo mooi.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Nee, daar ben ik te down to earth voor.

Bent u aantrekkelijk?

Ja, maar ik als ik mezelf onverwachts in een spiegel zie, denk ik vaak: goh Jet, wat kijk je toch weer streng.

Wat is uw definitie van geluk?

Ik kan gelukkig zijn als ik op een berg sta. Het overweldigende gevoel dat je daarvan krijgt. Maar ik kan ook gelukkig zijn als ik met mijn dochter op de bank zit en we allebei een boek lezen. Het gevoel van: dit is goed, en de rust die daarbij hoort.


Waar schaamt u zich voor?

Voor mijn ongeduld en mijn kortaangebonden manier van doen.

Bent u monogaam?

Redelijk.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Een half jaar geleden, bij het overlijden van een goede vriend. Het was onverwachts en confronterend. Hij was net zo oud als ik.

Hoe moedig bent u?

Ik geloof dat ik redelijk moedig ben. In situaties waarin iedereen zijn mond houdt omdat spreken pijnlijk kan zijn, durf ik te zeggen: zullen we dit maar eens op tafel leggen?

Van wie heeft u het meest geleerd?

Van een groepje leraren op de middelbare school die zelf nog jong waren en mij veel vrijheid gaven. Ze hebben me geleerd onafhankelijk te denken.

Wat is uw grootste ondeugd?

Ik houd veel van wijn. Ik ben lang geleden gestopt met roken, sterke drank doet me niets, ik houd niet van toetjes en zoetigheid. Maar een glas wijn kan ik moeilijk laten staan.

Wanneer was u het gelukkigst?

Dat is moeilijk te zeggen. Ik heb geen zwarte periodes in mijn leven gehad, en daar mag ik me gelukkig mee prijzen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Ik waardeer de praktische instelling van vrouwen.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Het omgekeerde. Mannen kunnen eindeloos doorpraten en finaal vergeten wat het doel ook weer was.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?

Iets groter zijn heeft lang tot mijn wensen behoord. Maar klein zijn heeft ook voordelen: je leert goed op te letten. Door je postuur denken mensen vaak dat ze wel even kunnen voordringen, maar bij mij gaat dat echt niet lukken.


Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Toen het kabinet viel, moest ik als staatssecretaris alles uit mijn handen laten vallen, terwijl ik net op een punt stond waarop ik kon gaan oogsten. Daardoor is een groot deel van mijn beleid mislukt.

Gelooft u in God?

Nee. Maar ik zie wel het voordeel van het katholicisme. Het helpt als mensen hun zonden kunnen opbiechten om vervolgens weer lekker te gaan feesten.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Ik heb weleens op een minder gelukkige wijze een relatie uitgemaakt. Ik was jong en had er niet goed over nagedacht.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Aan mijn prachtige, zwarte leren bank. Je bent thuis, zegt die.

Wat is de beste plek om te wonen?

Amsterdam. Dorp en kosmopolitische wereldstad tegelijk.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Fleur Agema. De debatten die ik met haar heb gevoerd, waren buitengewoon onaangenaam. Het ging op geen enkele manier over de inhoud, ze speelde altijd op de persoon.

Hoe is ongeluk te vermijden?

We moeten juist van het idee af dat we alle risico’s kunnen toedekken. Als je niet wilt dat iemand uit bed valt, kun je hem vastbinden, maar dan loopt hij meer risico om te stikken.

Wat is uw devies?

Geef nooit op.