Speldjesgate – nog één keer Peking

Iedere schrijver van naam en faam heeft zich er inmiddels al over mogen uitspreken: de internationale boekenbeurs in Peking. Waarom gaven ze er wel of juist geen acte de présence? Profiteerden ze van een plezierreisje en een potentiële nieuwe groep lezers die wordt onderdrukt door een censurerend regime? Of was thuisblijven uit protest tegen de censuur hypocriet, net als hier ’s avonds op de bank naar een goedkoop in China gefabriceerde beeldbuis kijken? En dan was er nog Speldjesgate. Waarom hadden de schrijvers, eenmaal in Peking, het speldje niet gedragen waarmee Amnesty International aandacht wilde vragen voor mensenrechten? Herman Koch, P.F. Thomése, Ramsey Nasr, Herman Pleij, Adriaan van Dis en Kader Abdollah schreven krantenpagina’s vol met voor- en tegenargumenten. Op tv deden ze het dunnetjes over bij De Wereld Draait Door.

Nu weten we het wel, horen we u denken, dat gemuts over een speldje. Toch is er een kant van het verhaal onderbelicht gebleven die we graag nog even aanstippen: die van de kinderboekenmakers.

Mogen we u voorstellen aan Hans Hagen, Ingrid en Dieter Schubert, Annemarie van Haeringen, Sieb Posthuma en prinses Laurentien. Zij waren ook in China, en ver van alle commotie bezochten ze de meest uiteenlopende projecten.

Gouden Penseel-winnaar Posthuma, onder meer bekend van de prenten die hij maakte voor de Mr Finney-boeken van Laurentien, ontmoette bijvoorbeeld kinderen van gedetineerden die zijn ondergebracht in een tehuis. “We hebben een kraanvogel gemaakt,” zegt Posthuma, die geen speld droeg maar op eigen wijze het thema vrijheid ‘besprak’. “De kraanvogel staat in China voor geluk en vrijheid,” legt hij uit. “Eronder hebben we ‘The ultimate space is a piece of paper’ geschreven. Ook in Chinese karakters. We hebben juist laten zien wat de kracht van verbeelding is, dat totale vrijheid in je fantasie ligt.”

Meervoudig Gouden Penseel-winnares Annemarie van Haeringen (die haar speld ook onberoerd liet) gaf lezingen op de kunstacademie. “Daar heb ik het ook over Ai Weiwei gehad, de kunstenaar die was opgepakt door het Chinese regime,” zegt Van Haeringen. Ze had niet het idee dat iemand haar de mond wilde snoeren: “Er was een open gesprek.”

Haar werd gevraagd of ze zich, als ze tekent, richt op leraren of ouders. Het antwoord: “Op niemand, ik teken vanuit mijn hart.” Zo hadden de aanwezige Chinezen dat nog niet eerder bekeken. Ze ontmoette mensen die ze anders nooit had ontmoet. “Het was een heel zinnige reis. Ik zou zo weer gaan.” IvW