‘We hebben een nieuwe revolutie nodig’

Als New York Times-columnist Thomas Friedman spreekt, dan luistert heel Amerika. Hij pleitte voor de Irak-oorlog, prijst de mondialisering en stimuleert de groene revolutie. In zijn laatste boek heeft hij een nieuwe mantra: ‘Amerika, we staan aan de rand van de afgrond.’

Thomas Friedman heeft de hangsnor van een walrus, maar de uitstraling van een enthousiaste puppy. De snor heeft iets pessimistisch, de rest van zijn voorkomen ademt vooral optimisme. Als dit een van zijn columns was, zou hij ‘De walrus en de puppy’ kunnen heten.

Zo zit de wereld van Friedman in elkaar: hij brengt alles terug tot een beeld, een vergelijking, een metafoor. Dat herhaalt hij net zolang tot de rest van de wereld hem gelooft. ‘Globalisering, globalisering, de aarde is plat’: jarenlang ging dat door. Daarna kwam een nieuwe mantra: ‘Groen, groen, anders gaan we allemaal naar de verdommenis’. Zijn nieuwste luidt: ‘Amerika, Amerika, we staan aan de rand van de afgrond’. Een van zijn collega’s van The New York Times noemt dat message discipline: blijf bij je boodschap, want de wereld is al ingewikkeld genoeg. Zo is Friedman Corp. ontstaan, de eerste eenmansmeningenmachine van de 21ste eeuw.

Thomas Friedman (58), kortweg Tom, zit op de met donker leer beklede banken in de Daily Grill van het Hyatt Hotel in Bethesda, een voorstad van Washington. Hij draagt een korte broek en eet een omelet zonder eigeel en zonder kaas, voor de lijn. “Mensen vragen me vaak of ik niet de politiek in wil,” zegt hij. “Dan zeg ik: met alle plezier, maar ik ga nooit de deur uit zonder mijn Colt.” Met zijn Colt bedoelt Friedman zijn columns. Die verschijnen al zestien jaar elke woensdag en zondag in The New York Times. Misschien is hij wel de invloedrijkste journalist ter wereld; daarom maken sommige collega’s hem belachelijk. Ze vinden hem te simplistisch, te Amerikaans, te drammerig. “Om iets eenvoudig te kunnen uitleggen, moet je het eerst door en door begrijpen,” zegt Friedman. De bankencrisis van 2008 noemde hij ‘het 11 september van de financiële wereld’. En 11 september zelf noemde hij ‘het begin van de Derde Wereldoorlog’. Over de VS schreef hij: “Het is de grootste innovatiemachine die God ooit heeft geschapen.”


Friedman laat zijn Colt graag knallen. Het was een groot plezier te lezen wat hij de afgelopen tien jaar, sinds die tragische ochtend van de aanslagen, van de wereld vindt. Hoe hij eerder dan wie ook zag welke kant het op ging, hoe hij soms de plank missloeg. Hoe hij door de wereld stoof om te ontdekken wat er voor ons in het verschiet lag. Hij pleitte voor de Irak-oorlog maar stond ook vierkant achter Obama. Het waren reisberichten van een razende reporter vanuit plekken als Bangalore, Davos, Groenland of Caïro. “De beste columnisten zijn allemaal verslaggevers,” zegt Friedman, drievoudig winnaar van de Pulitzerprijs. “Elke dag vraag ik me af: wat speelt er nu?”

Naast Friedman ligt het boek dat zojuist in de VS is verschenen en nogal ophef heeft veroorzaakt: That Used to Be Us (de Nederlandse vertaling Wat is er mis met Amerika? komt dit najaar uit). Het is één groot uitroepteken, zoals gewoonlijk. Met zijn vriend Michael Mandelbaum, hoogleraar politicologie, legt hij uit hoe Amerika achterop is geraakt in ‘de wereld die het zelf heeft gecreëerd’ en hoe het zijn koppositie kan terugpakken.

De twee sommen allerlei redenen op waarom hun land ‘defect’ is geraakt. Volgens hen heeft het jarenlang cruciale onderwerpen genegeerd: het begrotingstekort en de staatsschuld, het energiebeleid en de klimaatverandering. Er is te weinig geïnvesteerd in infrastructuur en in onderwijs. Tegelijkertijd kampt het met een politieke en een morele crisis. Nog nooit heeft het land zich afgevraagd: in wat voor een wereld leven we eigenlijk?

“Ik ben niet zozeer kwaad, eerder bezorgd,” zegt Friedman. “Ik denk dat de wereld een stuk onveiliger wordt als Amerika geen krachtig land meer is. Michael en ik zijn allebei patriotten, Fourth of July guys. We zijn optimisten, maar wel gefrustreerde optimisten.” Het boek heeft twee gezichten: het bevat de rake oneliners waar Friedman patent op heeft, maar het ademt ook een sfeer van melancholie, van twee mannen van middelbare leeftijd, op zoek naar die mooie wereld van vroeger.


“Ik ben opgegroeid in een voorstad van Minneapolis,” vertelt Friedman, “in de minst cynische omgeving die je je kunt voorstellen. Ik was er altijd van overtuigd dat de politiek onze wereld een stukje beter kan maken.” Maar dat was in de twintigste eeuw. In de nieuwe eeuw staat de wereldmacht aan de rand van de afgrond. “De laatste twintig jaar hebben we twee grote fouten gemaakt. Eén: in 1989 hebben we het einde van de Koude Oorlog verkeerd ingeschat. We dachten dat we hadden gewonnen, maar we hadden niet door dat er in één klap honderden miljoenen mensen waren met dezelfde dromen en mogelijkheden als wij. We hadden toen onze mouwen moeten opstropen; in plaats daarvan hebben staan toekijken hoe het misging.” Dat heeft hij al honderden malen gezegd. In talkshows, in panels, tijdens een diner met Bill Gates. En toch blijft hij enthousiast. Dat is de puppy in Friedman.

“De tweede fout is dat we na 11 september achter de verliezers van de mondialisering zijn aangegaan, dus Osama bin Laden en Al-Qaida. Maar we hadden ons op de winnaars moeten richten, namelijk China, India en Brazilië. De tien jaar na 11 september is een verloren tijdperk voor Amerika, en dat vind ik ontzettend jammer.”

Waarom was Friedman voorstander van de oorlog in Irak? “Mij ging het erom dat het Midden-Oosten zou kennismaken met democratie. Ik zag de autocratische regimes die hun eigen jeugd hun toekomst ontnemen en antimoderne religieuze leiders voortbrengen. De massavernietigingswapens interesseerden me niet, mij ging het om de massavernietigings-mensen.”

Inmiddels is hij bezig met het volgende grote onderwerp: de revolutie in Egypte. Om erbij te kunnen zijn, onderbrak hij het schrijven van zijn boek. Hij was onder de indruk van wat hij zag, omdat hij het had voorspeld. “Ik hoorde hoezeer de Arabieren hun regeringen haten, en ook hoezeer ze ons Amerikanen haten. Ik heb herhaaldelijk gezegd: geef ze iets waar ze trots op kunnen zijn, wat van henzelf is. Nog nooit heeft iemand een geleende auto gewassen. Dat was mijn belangrijkste argument voor de Irak-oorlog.”


Friedman kent het Midden-Oosten goed. Hij was van 1982 tot 1988 bureauchef van The New York Times in Beiroet en Jeruzalem. Zijn voorouders zijn joden uit Roemenië, Letland en Litouwen, die eind negentiende eeuw naar Amerika emigreerden. “Mijn middelbare-schooltijd was één groot feest vanwege de overwinning van Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967.” Friedman was bezeten van Israël, kon nergens anders aan denken. “Ik was ook altijd voor het tweestatenmodel. Maar de laatste tijd word ik alleen maar moe als ik aan Israël denk. Ik heb geen woorden meer en ook geen ideeën. Israël heeft meer dan ooit tevoren een hersendode, incestueuze, verstikkende regering.” Deze woorden spuugt hij uit met het plezier dat ook uit zijn columns blijkt. Die zitten vol persoonlijke observaties en anekdotes. Volgens zijn critici flanst hij ze in elkaar, en misschien hebben ze een punt. Ze zijn snel geschreven en maken geen sterk beredeneerde indruk, ze geven eerder een ‘denkrichting’ aan, zoals Friedman zelf zegt.

Zijn boek De aarde is plat is wereldwijd meer dan vier miljoen keer verkocht en vertaald in 37 talen. De toekomst is groen, dat het ‘groene kapitalisme’ predikt, was eveneens een bestseller. Voor een voordracht krijgt hij tot wel 75.000 dollar.

We hebben in dit hotel afgesproken omdat Friedman vlakbij woont (in een huis van tien miljoen dollar), én vanwege een roltrap die een typische Friedman-anekdote heeft opgeleverd. Die trap leidt van het hotel naar het metrostation eronder, en was zes maanden lang kapot. In precies diezelfde periode bouwden de Chinezen een compleet nieuw congrescentrum, ontdekte Friedman toen hij in China moest zijn. “Het erge is niet dat het zes maanden duurt voordat een roltrap wordt gerepareerd, maar dat wij als Amerikanen onze schouders erover ophalen,” zegt hij.


Wat is er mis met Amerika? gaat over de crisis in het Westen, met de VS als voorbeeld. Over de bekrompenheid van politici, die alleen maar ‘Democratisch’ of ‘Republikeins’ kunnen denken. “Ons Congres is een vorm van georganiseerde omkoping,” vindt Friedman. “De kiezers zijn allang niet meer zo gepolariseerd als de politici ons willen doen geloven.” Volgen weer een paar oneliners: “We hebben geen economische, maar een politieke crisis.” En: “De afgelopen zestig jaar hebben politici alleen cadeautjes uitgedeeld. De komende tientallen jaren zullen ze dingen van ons moeten afpakken.” Dat werpt vragen op: over wat een eerlijke verdeling is, wie waar recht op heeft. Of we al die babyboomers wel met pensioen kunnen sturen en verzorgen zodra ze oud en gebrekkig zijn, terwijl de laatste twee maanden van grootmoeder in het ziekenhuis ons evenveel kosten als vier jaar universitaire studie voor haar kleinzoon.

Vragen over een maatschappij die er niet meer op mag rekenen dat de banen terugkomen zodra de crisis achter ons ligt. “Die tijd is voorbij,” zegt Friedman zacht, met weemoed in zijn stem. “Dat ligt niet aan China, maar aan onszelf.” Amerika rest maar één oplossing: schoktherapie om te voorkomen dat het verdrinkt in het moeras waarin het is weggezakt. Friedman, van huis uit Democraat, denkt dat alleen een onafhankelijke president dit proces goed kan leiden. Zijn goede vriend Michael Bloomberg, momenteel burgemeester van New York, is volgens hem een goede kandidaat. Liefst samen met Microsoft-miljardair Bill Gates, eveneens een vriend. Maar of die volgend jaar kans maakt om zijn Democratische en Republikeinse concurrenten te verslaan, betwijfelt Friedman.


In Wat is er mis met Amerika? droomt de columnist over een nieuwe republiek, waarin de politiek niet meer wordt bepaald door eigenbelang maar door het algemeen nut. Net als in Minneapolis in 1960. En als dat niet gebeurt, wat dan? “Dan worden we al snel een vleugellam land. George W. Bush had Amerika kunnen mobiliseren na 11 september, maar die gouden kans heeft hij laten liggen. Hij had enorm veel voor elkaar kunnen krijgen. Bijvoorbeeld een patriot tax, waarmee we onszelf onafhankelijk hadden kunnen maken van de olieproducerende landen en echt werk hadden kunnen maken van duurzame energie.” In plaats daarvan kreeg het land twee oorlogen in de maag gesplitst, werden de belastingen drastisch verlaagd en kwamen er auto’s met het uiterlijk van een te hard opgeblazen ballon. En ook nog de financiële crisis, Barack Obama en de Tea Party.

Het zijn roerige tijden. “Maar we hebben nog een kans,” zegt Friedman. Amerika is voor de tweede maal aan een revolutie toe.

Der Spiegel. Vertaling: Thijs Joosten

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Gorg Diez