Late roeping

Op haar dertigste zette journalist Marijn de Vries haar zinnen op een carrière als wielerprof. Twee jaar later hééft ze die. Nu op naar het wereldkampioenschap.

De burgemeester heeft ons nog maar nauwelijks weggeschoten of ik proef al bloed in mijn mond. Van nul naar vijftig in een paar seconden, dat trekt mijn lichaam niet. Ik ben een diesel. Maar mijn hoofd is sterker: ik wil in de ontsnapping zitten vandaag, hoe dan ook. En ik ben niet de enige. Het is meteen oorlog als we het Italiaanse stadje Rovato uit jakkeren. Vandaag gaan we de Mortirolo over, de meest afschuwelijke berg van Italië. Alleen als je in de vroege vlucht zit, maak je kans deze helleklim in de voorste gelederen te overleven. Tenzij je Marianne Vos heet.
Dan zie ik ploeggenoot Linda demarreren. Ze heeft een Italiaanse in haar wiel. Schuin voor me verplaatst een renster van HTC Columbia haar handen van boven op het stuur naar onder in de beugel. Dat betekent maar één ding. Ik zwiep mijn fiets en pak haar wiel, precies op het moment dat ze aanzet. Mee, mee, denk ik, terwijl het voelt alsof mijn ogen uit hun kassen ploppen. We sluiten aan. Er komen nog een paar rensters bij. “Go go go!” sporen we elkaar aan. We jagen volle bak om uit de klauwen van het peloton te blijven. O, wat hou ik van dit spelletje.
(Giro Donne, Italië, juli 2011)  

In Italië is niet alleen een Giro voor mannen, maar ook eentje voor vrouwen. Tien dagen, met schitterende start- en finishplaatsen als Rome en Verona en bergetappes over legendarische Dolomietenpassen. Met massa’s mensen langs de kant en iedere dag een samenvatting van ruim een uur op Rai 3. Echt waar. In Nederland is er bijna niks van op tv geweest, maar in Italië zijn we heldinnen. ‘We’, ja. Want ik deed mee, aan de Giro Donne.
De meeste Nederlandse mannen houden er een duidelijke mening op na als het over meiden op een racefiets gaat: leuke hobby, maar vrouwen weten niet wat koersen is. Ze zijn niet leep. Ze kunnen niet afzien. Op een paar na: Leontien van Moorsel en Marianne Vos. Zulke vrouwen winnen daarom ook alles. Geen reet aan. Discussiëren met dergelijke mannen is vechten tegen de bierkaai. Zij hebben altijd gelijk en ze sterven nog liever een pijnlijke dood dan van mening te veranderen.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

marijn de vries