Halve en hele criminelen

Bij aanvang van De Bende van Oss wordt de kijker verzekerd dat het verhaal ‘op ware gebeurtenissen’ gebaseerd is en dat het een Matthijs van Heijningen-productie betreft. Dat zijn twee ogenschijnlijk tegenstrijdige mededelingen. Van Heijningen heeft zich een carrière lang immers gemanifesteerd als specialist in het verfilmen van boeken. In scenario’s op basis van actuele dan wel historische gebeurtenissen had hij nooit zo’n trek. Als hij een film over krakersrellen in Amsterdam maakte, dan was dat aan de hand van een roman van A.F.Th. van der Heijden, en bij een biopic over de eerste zwarte profvoetballer in Nederland werd teruggegrepen naar een boek van Tom Egbers.

Van Heijningen hield stug aan die koers vast en diepte zelfs materiaal op uit de meest stoffige uithoeken van zijn boekenkast. Ik vermoed dat we er niet rouwig om hoeven te zijn dat er van zijn plannen om Gijsbrecht van Aemstel en Camera Obscura te verfilmen niets meer werd vernomen. Het was de laatste tijd sowieso een beetje stil rond Van Heijningen. Zijn laatste film als producent dateert van 2003. Dat was Kees de jongen – naar het gelijknamige boek van Theo Thijssen – geregisseerd door André van Duren.

Acht jaar na dato heeft dit duo de samenwerking voortgezet met De Bende van Oss. Schouderklop voor Van Heijningen: de beslissing om een ‘origineel’ scenario te ontwikkelen op basis van historische gebeurtenissen is goed uitgepakt. Hoewel er heus wel wat zout op slakken kan worden gelegd, is De Bende van Oss een goede film geworden. Opbouw en tempo zijn evenwichtig. Camerawerk, decors, kostuums en geluid zijn tot in de puntjes verzorgd. Het verhaal bevat thrillerachtige elementen en romantische verwikkelingen. Anders gezegd: de film is op smaak gebracht met een bescheiden portie seks en geweld. De acteerprestaties zijn redelijk tot goed. Matthias Schoenaerts maakt indruk als ex-gevangene die zijn draai weer moet zien te vinden en Frank Lammers bewijst dat hij ook ingetogen kan spelen.

Maar het grootste compliment aan het adres van de makers betreft de onderwerpkeuze. De titel verwijst naar een losvaste groep van hele en halve criminelen die in de late jaren dertig van de vorige eeuw actief was in Oss. Wie in deze grauwe industriestad voor een dubbeltje geboren was, werd niet snel een kwartje, en dat leidde tot een hartgrondige hekel aan het establishment in het algemeen en ‘Hollanders’ in het bijzonder. De Bende van Oss schetst een rauw milieu waarin om het minste of geringste messen werden getrokken, waar men het niet zo nauw nam met de zeden en waar de politie dermate corrupt was dat het handhaven van de orde goeddeels aan de marechaussee werd toevertrouwd. Gezwoeg op de werkvloer. Schimmige transacties in de kroeg. Processies en wielerkoersen. Rokende schoorstenen. Heimelijke verlangens. Hooghartige dienders. Zwijgen is goud. Hier en daar een lijk. Dat is het decor van deze levendige en ambachtelijke film. En ja, een boek is er inmiddels ook. Gemaakt op basis van het scenario. Die volgorde zouden Nederlandse filmmakers – Van Heijningen voorop – vaker moeten aanhouden.


De Bende van Oss. Regie: André van Duren. Openingsfilm van het Nederlands Film Festival (21 september). Vanaf 29 september ook elders in de bioscoop.

Erik Spaans