Anne de Jong: ‘Als de muur valt, zal ik daar bij zijn’

Ze werd bekend als ‘de studente’ die zich inzette voor ‘de Palestijnse zaak’. Maar antropologe Anne de Jong (30) ziet zichzelf liever als onafhankelijk wetenschapper. Onlangs verscheen haar boek Geen vijanden, over de vreedzame samenwerking tussen Palestijnen en Israëliërs.

Ietwat verwilderd komt Anne de Jong café De Balie in Amsterdam binnengelopen. Ze kijkt gehaast om zich heen en verontschuldigt zich dat ze te laat is (vijf minuten). “Ik had een afspraak in Duivendrecht. Het was nog best een eind fietsen, en met zo’n dikke buik gaat het allemaal niet zo snel.” Ze is zeven maanden zwanger en ‘met zwangerschapsverlof’, al struint ze nog de nodige interviews en conferenties af.

De Jong spreekt bevlogen, haar stem is hoog en meisjesachtig, maar als een vraag haar irriteert, laat ze dat duidelijk merken: een lichte zucht, gevolgd door een nadrukkelijk gearticuleerd antwoord. De interviews die De Jong aflegt, zijn een gevecht tegen de vele vooroordelen die heersen over het Israël-Palestinaconflict, maar ook over zichzelf, als jonge vrouw die vorig jaar aan boord stapte van de Gaza flotilla, een konvooi van acht schepen dat met het afleveren van hulpgoederen de blokkade van de Gazastrook trachtte te doorbreken. Haar deelname leverde De Jong de stempels ‘pro-Palestijns’, ‘anti-Israëlisch’ en ‘activistisch’ op, een beeld waar ze zich hevig tegen verzet. “Activist is in mijn ogen geen scheldwoord. Maar het doet wel af aan het feit dat ik gepromoveerd ben en al tien jaar als wetenschapper met geweldloos verzet bezig ben. Het gaat mij niet om ‘de Palestijnen’ of ‘de Israeliërs’, maar om de mensenrechten. Als de situatie morgen omgekeerd zou zijn, en er zouden vijfhonderd checkpoints in Israël staan en een muur om Tel Aviv heen, dan zou ik bij wijze van spreken op de volgende boot naar Tel Aviv zitten.”

Wat waren je eigen vooroordelen toen je voor het eerst naar de regio afreisde?
“O, een heleboel. Toen ik de eerste keer de bus van Jeruzalem naar Bethlehem pakte, zat ik klaar met chips en een tijdschrift, want in mijn hoofd zou de reis uren duren. Ik zou immers een grensovergang overgaan. Dacht ik. Maar een kwartier later was ik er. Als je naar het landgebied kijkt, dan is er helemaal geen Israëlische staat met daarnaast de Palestijnse gebieden. Israël heeft zijn buitengrenzen namelijk nooit vastgesteld, en de Westelijke Jordaanoever is – anders dan vaak wordt verondersteld – niet één gebied. Het is opgedeeld in drie verschillende bestuurlijke gebieden. Er lopen Israeli-only wegen doorheen waar Palestijnen niet mogen komen, er zijn nederzettingen, de muur staat niet op de groene lijn, maar kronkelt overal doorheen en bestaat op sommige plekken zelfs uit twee, drie of vier muren. En het merendeel van de vijfhonderd checkpoints staat helemaal niet in de buurt van de groene lijn. Je kunt je niet voorstellen hoe dat allemaal door elkaar loopt; zowel de gebieden als de mensen. Op een gegeven moment kun je het wel aan gedrag en kleding en dergelijke zien, maar ik heb ook zo vaak in situaties gezeten dat ik ‘shalom’ tegen een Palestijn zei en ‘salam’ tegen een Israeliër.”

Dat wordt je niet in dank afgenomen?
“Nee, niet echt. Als je het goed doet, dan word je meteen heel welkom ontvangen en wordt er een gesprek met je aangeknoopt. Als je het niet goed doet, dan wordt je dat vergeven, maar er valt wel een pijnlijke stilte.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

irene de zwaan