Op pad met Nederlands enige echte crooner; Lee Towers

Al vijftig jaar zit Leen Huijzer, beter bekend als Lee Towers, in de muziek. En nog steeds vindt hij het een machtig vak. Op pad met de rasartiest, die evenveel geeft in Enschede als in zijn eigen Ahoy. ‘Het wordt een emotioneel gebeuren, Michiel.’

De telefoon bromt. Op het display verschijnt de naam ‘Lee Towers’.
“Auto al geparkeerd?”
“Nou eh, Leen, we kunnen niet bij het schip komen, want vanwege prinses Margriet is de hele kade afgezet en…”
“Gewoon mijn naam noemen. Ik zie je zo.” Captain’s Dinner aan boord van de Hr. Ms. Rotterdam. Eten voor het goede doel, met onder de genodigden de zuster van de koningin. De ongekroonde koning van Rotterdam komt er een moppie bij zingen. Niet te lang, want rond middernacht heeft hij nog een schnabbel in Enschede. En de volgende dag wacht alweer een volle feesttent in Havelte. Een uur niet gezongen is een uur niet geleefd. Dat zou het motto kunnen zijn van Leen Huijzer (Bolnes, 1946), die als Lee Towers al 35 jaar een constante factor is in de Nederlandse showbizz. Sinds wijlen Duys hem in 1975 introduceerde als De Zingende Kraandrijver (“Terwijl ik in feite onderhoudsmonteur was”) is de Zuid-Hollandse crooner geen dag meer uit beeld geweest. Als eerste vaderlandse artiest (“Ik heb ze allemaal lesgegeven”) kreeg hij sportpaleis Ahoy vol. Sterker: tussen 1984 en 2000 was hij er liefst vijftig maal gastheer op zijn eigen Gala of the Year. Op 1 november aanstaande wil hij er nog éénmaal een toegift geven, One Night Only. “Omdat ik dit jaar 65 ben geworden en vijftig jaar met muziek bezig ben,” zegt hij, als we elkaar de hand drukken. Glinsterende ogen achter de karakteristieke brilleglazen. “En ook omdat ik elf kleinkinderen heb, waarvan de meesten opa nog nooit in Ahoy hebben zien staan. Het wordt een emotioneel gebeuren, Michiel. ”Lee Towers staat bekend als de Nederlander die in zijn loopbaan meer handen
heeft geschud dan de koningin. Ook aan boord van de Hr. Ms. Rotterdam kan iedereen binnen een straal van een meter weer rekenen op zo’n fysieke blijk van waardering. “Artiesten die hun publiek straal voorbijlopen – ik snap ze niet. Een hand geven kost toch niets?”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

michiel blijboom