Toch kampioen

Iedere week een artikel in zijn geheel op de site. Deze week de column van Frank Heinen over Marianne Vos.

De wereldkampioenschappen wielrennen waren dit jaar een probaat middel tegen slapeloosheid. In alle categorieën won de renner van wie men dat verwachtte. Elke keer reed een voltallig peloton naar de finishlijn, alwaar op eerlijke wijze de snelste man of vrouw als eerste aankwam. Dat hoort dus niet, bij wielrennen. Dat de topfavoriet wint.
In de wielersport is het gebruikelijk dat de topfavoriet níet wint. Wie topfavoriet is, heeft de rest tegen zich. En wie de rest tegen zich heeft, kan het wel schudden. Dat Mark Cavendish zondag tóch wereldkampioen werd, betekent de definitieve overname van het wielrennen door de Angelsaksische landen, die dertig jaar geleden nog niet eens mochten meedoen. En dan láát je ze meedoen, krijg je dit: helpen ze net zo makkelijk een eeuwenoude wielerwet om zeep. Kan ze niets schelen, die Engelsen.
De voorspelbaarheid van de sterkere die zegeviert over de zwakkere was tot nu toe altijd voorbehouden aan zwemmen of schaatsen. Of aan rugby, want het was tenslotte op het wereldkampioenschap in die sport dat vorige week de wedstrijd Zuid-Afrika – Namibië eindigde in 87-0 voor de Zuid-Afrikanen. In het wedstrijdverslag in de Britse krant The Guardian werd vermeld dat de winnende ploeg zich had ingehouden: om de Namibiërs niet al te zeer te vernederen, hadden de Zuid-Afrikanen hier en daar wat weinig opzichtige foutjes gemaakt en zodoende de score onder de honderd weten te houden.
‘An act of surprisingly well-disguised generosity’
noemde The Guardian het. Alsof de vernedering voor Namibië na dit bericht niet nog veel groter werd.
Iemand die zich zelden inhoudt als het aankomt op het op sportieve wijze kleineren van de concurrentie, is Marianne Vos. Marianne Vos is de grootste wielerkampioene uit de geschiedenis. Vergeet Leontien van Moorsel (wier levenspad zich wel veel beter leent voor mythevorming), denk niet langer aan Jeannie Longo – die binnenkort 53 wordt en niet naar het WK mocht vanwege dopinggedoe; ook niet mis, qua mythe – en geloof ook niet in Alfonsina Strada, de eerste vrouw die ooit als publiciteitsstunt aan de mannen-Giro mocht meedoen, maar buiten tijd finishte.
Marianne Vos is veruit de beste wielrenster aller tijden. Daarbij is ze trouwens vermoedelijk ook de beste vrouwelijke sporter die Nederland ooit gekend heeft. Haar prestaties van alleen al dit seizoen zijn die van de mannen Zdenek Stybar (wereldkampioen veldrijden), Philippe Gilbert, Alberto Contador en Edvald Boasson Hagen. Bij elkaar opgeteld dus.
Elk kampioenschap op elk denkbare ondergrond schreef ze meermalen op haar naam. De wet van de tot verliezen gedoemde topfavoriet maakte voor haar een uitzondering: te goed, te veel beter dan de rest.
Alleen wereldkampioene op de weg werd ze slechts éénmaal, in 2006. Daarna volgden vier zilveren medailles. Matig, voor Marianne Vos-begrippen.
Dit jaar kreeg Marianne een nieuwe kans. Het WK-parkoers in Kopenhagen was zó eenvoudig dat een massale sprint onvermijdelijk zou zijn. Tegenstanders zouden niet eens de kans krijgen om tegen haar samen te spannen. En in een eerlijke sprint zou Vos dan winnen zoals de Zuid-Afrikaanse rugbyers dat nalieten: met meer dan honderd punten verschil.
Zo zou het gaan. Het verliep perfect: de wedstrijd was oersaai en de tegenstand liet zich als verdwaasde Namibiërs naar de slachtbank van de Beul van Babyloniënbroek leiden. Marianne wachtte en wachtte en wachtte. Ze gaf de rest nog een kans om voorsprong te nemen, om de afstraffing vervolgens nog duidelijker te maken. Ze wachtte nog wat langer. En toen wachtte ze te lang. Weer tweede. De ijzeren wet van de topfavoriet. Na de finish stond ze voor de camera’s van de NOS. Behoorlijk monter eigenlijk.
“Hoe is het met je?” vroeg de verslaggever. “Ik dacht niet dat het kon, vijf keer tweede,” antwoordde Vos. Ze grijnsde. En toen begreep ik het. Het was allemaal bedacht. Voor wie de beste is, is tweede worden natuurlijk het allerknapst.

frank heinen