Een afvallige dandy

De Iraans-Nederlandse Damon Golriz (30) was in 2007 de tweede afvallige die zich aansloot bij het Comité Voor Ex-Moslims. Toen het comité sneuvelde, verdween ook hij uit beeld. Nu is hij terug in het debat – vastberadener dan ooit.

Moslims kunnen hun borst natmaken. Hoewel Ehsan Jami, Hollands beroemdste ex-moslim, eind augustus zijn vertrek als fractiemedewerker van de PVV aankondigde, is er nog steeds één afvallige van zijn generatie die actief doorgaat met zijn strijd tegen de islam: Damon Golriz, publicist en vast panellid bij De Halve Maan, de islamitische talkshow van de NTR. Ooit werd hij omschreven als het zachtaardige type, de wijzere broer van Jami. Die omschrijving klopt nog steeds wel, denkt hij. “Hoewel ik wel feller ben geworden.”

Het is acht uur op een doordeweekse avond. Locatie: het Haagse Hotel Des Indes aan de Lange Voorhout. Zijn favoriete plek, blijkt achteraf. De laan doet hem denken aan Vali-Asr, een beroemde straat in Teheran, die de symbolische pleinen Enqelab (revolutie) en Azadi (vrijheid) met elkaar verbindt. Aan de Lange Voorhout komt hij tot rust. Stelt zichzelf de vragen des levens, niet aan God, want daar gelooft hij niet meer in, maar aan – laten we zeggen – ‘iets’. Hij denkt terug aan vroeger. Aan zijn tienerjaren in Iran en hoe hij de dienst uitmaakte in de lage middenklassewijk Narmak, in het oosten van Teheran. Die Damon staat in schril contrast met de man die hij nu is: in krijtstreep, met Ray-Ban-zonnebril en camelkleurige aktentas; journalisten, schrijvers en politici onder zijn vrienden, en een taalgebruik dat neigt naar het elitaire. Hij weet het. Hij heeft vaak gehoord dat hij een dandy is.

Over één ding is hij, voorafgaand aan het interview, heel duidelijk: de tijd van Ehsan Jami en het Comité voor Ex-moslims (dat in april 2008 werd opgeheven, omdat niemand lid durfde te worden) is voorbij. Golriz wil niet meer vergeleken worden met de provocerende Jami. Dat hoofdstuk heeft hij afgesloten. Veel contact met de oprichter van het Comité heeft hij dan ook niet meer. Met lichte tegenzin ondergaat hij de vragen. Of hij gehoord heeft van Jami’s vertrek uit politiek Den Haag? Ja. Wat hij ervan vindt? Niks. Het interesseert hem niet. Al vanaf het begin stond Golriz niet achter Jami’s keuze voor de PVV. “Als je een comité voor ex-moslims hebt, moet je beseffen dat die groep niet alleen ex-moslims zijn, maar ook niet-westerse allochtonen. Je moet jezelf niet aan een partij verbinden die systematisch die groep demoniseert. Dan schrijf je jezelf af. Ik stelde hem voor bij de PvdA te blijven en daar een fractie voor afvallige moslims op te richten, maar hij wilde niet luisteren.” Zelf is Golriz lid van de VVD, onder meer uit trots op de Nederlandse vrijheid en de liberale democratie hier.


Dat het Comité het maar een jaar heeft volgehouden, was volgens Golriz niet te wijten aan het gebrek aan leden – er was genoeg animo. Het was de schuld van Jami zelf. “Door zijn stomme uitlatingen heeft hij de potentie van het Comité om zeep geholpen. Hij is een betrouwbaar en loyaal persoon en ik mag hem, maar hij is geen team player. Ik denk dat hij zijn doel via de politieke weg wilde bereiken en dat dat uiteindelijk zijn probleem is geworden. Hij was niet iemand die de organisatie op een rustige manier kon opbouwen.” Het Comité alsnog voortzetten, maar dan met Golriz als opvolger, was voor Golriz geen optie. “Het momentum was voorbij. Ik denk nog weleens serieus na over de oprichting van een nieuw comité, maar het lijkt me beter als een nieuwe generatie het initiatief hiervoor aangrijpt.”

De vraag is echter of die nieuwe generatie er gaat komen. Na Jami en Golriz zijn geen nieuwe ex-moslims publiekelijk uit de kast gekomen en op het strijdtoneel verschenen. Nu Jami zijn politieke ambities aan de wilgen heeft gehangen, staat Golriz er als afvallige alleen voor. Zelfs Ben Verwaayen, prominent van Golriz’ eigen partij, liet onlangs weten dat het onderwerp integratie is ‘uitgepieterd’ en dat de moslimhype voorbij is. Maar Golriz ligt daar niet wakker van. Sterker nog: het maakt hem juist strijdbaarder. Hij haalt de cijfers van het CBS uit 2007 aan, waarnaar hij al zo vaak heeft verwezen. “Er zijn tienduizenden, nee hónderdduizenden afvalligen, alleen niemand wil of durft dat in het openbaar toe te geven.” Ze zijn bang verstoten te worden, of, in het ergste geval, te worden gedood. “Volgens de Koran is afvalligheid een doodzonde.”


Keer op keer moet hij dat herhalen. Wordt hij daar niet moe van? Nee. Heeft hij nooit willen stoppen? Nooit. “Het klinkt hautain, maar door de jaren heen kreeg ik keer op keer gelijk. Daarom durf ik me nu radicaler op te stellen. Ik ben ervan overtuigd dat het heel belangrijk is wat ik doe.”

Als vast panellid van de islamitische talkshow De Halve Maan, die sinds maart dit jaar wekelijks op Nederland 2 wordt uitgezonden, neemt hij dan ook geen blad voor de mond. Onlangs werd hij door de eindredacteur van het programma op het matje geroepen: op Twitter had hij twee mede-panelleden vergeleken met Talibanstrijders. Het deed hem weinig. “Ik heb niet toegegeven, ben er juist keihard mee doorgegaan. Je kunt me wel op de vingers tikken, maar niet de mond snoeren.” Golriz betreurt het dat De Halve Maan niet lijkt op een programma als Bimbo’s en Boerka’s, dat in 2007 het Tv-moment van het Jaar voortbracht toen cabaretier Hans Teeuwen door de Meiden van Halal aan de tand werd gevoeld. Hij wijt het aan het uitzendtijdstip, de setting en grotendeels ook aan de presentatrice. En aan angst. “De intenties zijn goed, maar men durft gewoon niet te provoceren.”

Golriz is zich ervan bewust dat niet iedereen, op zijn zachtst gezegd, blij is met zijn aanwezigheid in het programma. Via Twitter hoorde hij dat bekeerling Nourdeen Wildeman, oprichter van het Landelijk Platform Nieuwe Moslims, zich in het radioprogramma Dichtbij Nederland negatief over hem als panellid had uitgelaten. En dan was er nog dat voorval met die imam, wiens naam hem even is ontschoten. Yassin Elforkani? Ja inderdaad, die dikke. “Een tijd geleden was hij in De Halve Maan om te praten over het verbod op ritueel slachten. Vlak voor het begin van de opnames boog hij zich naar me toe en fluisterde hij in mijn oor: ‘Moet jij nou altijd aankondigen dat je een ex-moslim bent?’ ‘Ja,’ antwoordde ik stellig, ‘net zoals jij jezelf elke keer aankondigt als imam.'” Golriz neemt een slok van zijn dubbele espresso macchiato en leunt tevreden achterover. Een glimlach verschijnt op zijn gezicht. Of hij hiervan geniet? En of. “Ik vind het heerlijk om daar te zitten en mensen zich op die manier ongemakkelijk te laten voelen. Ze weten namelijk gewoon niet hoe ze met mij om moeten gaan.”


Volgens hem laten zulke reacties zien hoe gevoelig afvalligheid nog steeds is, en dat ex-moslims nog steeds geëxcommuniceerd worden. “Het bewijst dat ik op het juiste spoor zit en dat mijn bijdrage aan het programma nuttig is.” Golriz vergeleek zichzelf eerder in een van zijn blogs met het Paard van Troje en het Turfschip van Breda. Beide dienden maar één doel: binnendringen en overwinnen.

Wat er dan overwonnen moet worden in Nederland? Zo veel. De achterlijke doorgeslagen tolerantie van de Nederlanders bijvoorbeeld, maar ook de opkomst van de politieke islam. “Toen ik Wouter Bos vier jaar geleden hoorde praten over de invoering van islamitisch bankieren, liepen echt de rillingen over mijn rug.” Volgens Golriz heeft de islam de neiging om de wereld te veranderen en aan zich te onderwerpen. Hij heeft gezien hoe het er in zijn eigen land aan toeging. “De Islamitische Republiek Iran was er ook niet in één dag. Er zit een hele historie achter. Maar als ik hierover begin, word ik gelijk neergezet als getraumatiseerde Iraniër. Ik probeer gewoon voorbeelden te geven van hoe de islam zichzelf langzaam ontwikkelt en uiteindelijk de macht grijpt. Dat zie ik als mijn morele plicht jegens Nederland.”

Op de vraag of hij nog steeds bang is voor represailles van moslims volgt een stilte. Golriz recht zijn rug en staart in de verte. Hij heeft zichtbaar moeite met de vraag. Spoken herinneringen aan de keren dat Jami in elkaar werd geslagen door zijn hoofd? Of denkt hij aan zijn vader, die hem toen Theo van Gogh werd vermoord belde en zijn zoon opdroeg twee dagen thuis te blijven omdat hij ook een doelwit kon zijn? “Nee, ik ben niet bang,” zegt hij uiteindelijk. “Maar ik ben er wel mee bezig. Ik ben bezorgd, oplettend en op mijn hoede, maar ik heb het ook verteerd. Om heel eerlijk te zijn is dat het antwoord.”


Doelt hij hiermee op de angst van het verleden? “Nee, angst als zodanig. Ik voel geen angst. Onlangs ging ik naar een debat met Abou Jahjah (de voorman van de Belgische Arabisch-Europese Liga – red.) in jongerencentrum Argan in Amsterdam. Ik voelde de afkeurende blikken van het publiek, de druk, de spanning. Ik was niet angstig, maar wel oplettend en op mijn hoede. Hield er rekening mee dat het misschien zou escaleren, dat er misschien een vechtpartij zou ontstaan. Op een gegeven moment werd ik door een jongen herkend. Hij ging staan en sprak me publiekelijk aan op de tweets die ik over het debat had gestuurd. Hij zei: ‘Ik weet wie je bent en ik wil dat je ophoudt met hierover te twitteren.’ Ik stond perplex. We leven een land waarin de vrijheid van meningsuiting boven alles staat. Ik zeg wat ik wil en wanneer ik het wil. Ik ben op mijn hoede en voorzichtig, maar niet als het gaat om mijn uitlatingen.” Hij weet trouwens wel bijna zeker dat zijn ouders zich voortdurend zorgen maken om zijn veiligheid. “Tegelijkertijd zijn ze ook onwijs trots. Het is een botsing van die twee, waardoor we het er niet vaak over hebben.”

Golriz is vaak verweten de islam alleen te bekritiseren om media-aandacht te trekken. Dat vindt hij onzin. “Ik ben veel meer dan een afvallige.” Hij is trots op Nederland, maar bovenal is hij een trotse Iraniër. De zaak van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami, die zonder dat Nederland ervan wist begin dit jaar in Iran werd geëxecuteerd, zocht hij tot de bodem uit. Vanuit Nederland vecht hij voor een nieuw liberaal Iran, onderhoudt hij contacten met politiek activisten over de hele wereld. Ook dat is niet geheel ongevaarlijk.


Als we het hier over hebben, komt hij terug op het onderwerp ‘angst’. “Ik ben wel bang. Maar dan niet zozeer voor de reacties van de moslims in Nederland, eerder voor de terreur van het Iraanse regime.” Dat regime komt soms erg dichtbij. Onlangs ontdekte hij tussen zijn Facebook-vrienden een mol van de Iraanse overheid. Iraniërs als Golriz zijn de Iraanse staat een doorn in het oog. Desondanks gaat Golriz door met zijn strijd. Hij is een van de initiatiefnemers van het Iran Instituut in Den Haag dat eind dit jaar zijn deuren opent. Het instituut moet de Iraniërs in Nederland meer met elkaar verbinden, maar ook meer kennis verspreiden over de historie, de cultuur en de huidige situatie van het land.

Een einzelgänger vindt hij zichzelf niet. Eenzaam voelt hij zich evenmin. Golriz heeft een missie. “Ik wil iets achterlaten op deze wereld, een voetafdruk, al is hij nog zo klein.” Ook al weet hij dat hij op zijn weg niet alleen vrienden zal maken. “Ik ben als een olijf. Je houdt van me, of je haat me.”

Damon Golriz vluchtte op zijn veertiende met zijn ouders en zusje uit Iran naar Nederland. In 1997 kreeg het gezin politiek asiel en verhuisde van Drenthe naar het Zeeuwse Brielle, waar Golriz tot zijn negentiende woonde. Daarna ging hij wonen in Den Haag en begon een studie werktuigbouwkunde. De gebeurtenissen van 11 september en de moord op Theo van Gogh wezen hem op de (politieke) islam in de wereld en in Nederland. Hij nam steeds meer afstand van zijn geloof, uiteindelijk werd hij atheïst. Via Afshin Ellian, hoogleraar sociale cohesie aan de Universiteit Leiden, maakte hij in 2007 kennis met het Comité voor Ex-moslims, dat de afvalligheid binnen de islam aan de kaak wilde stellen. Golriz is tegenwooridig docent aan een hbo-instelling.

Simone Dekkers