Lees- en ander voer

Waarin carpaccio, chauvinisme en megafallussen hand in hand gaan.

In de Diamantzaal van het Amsterdamse Hilton zou van tien Franse en tien Italiaanse restaurants door een even verzadigde als vakkundige jury de beste worden aangewezen – van elke keuken één. Een en ander op initiatief van Credits Media, dat nu eenmaal zowel Leven in Frankrijk als Italië Magazine uitgeeft. Gastheer Roberto Payer, deze avond eveneens in zijn functie van voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel, legt ons privé het verschil uit tussen cucina en cuisine. “De Fransen doen bij het hoofdgerecht de saus erbovenop, de Italianen leggen de saus ernaast. De uitzondering is carpaccio, maar dat is een voorgerecht.” Hilton serveert dat op orthodoxe wijze; de plakjes slechts bedekt door een signatuur van mosterdsaus. Payer: “Rood en oker, zoals in de schilderijen van de Venetiaanse schilder Carpaccio. De Fransen maken van zo’n gerecht een groententuin. Dat hoort niet.”

Toch zijn het de Fransen die het eerst worden gelauwerd, maar die hebben dan ook hun ambassadeur Pierre Ménat meegetroond. De winnaar aan de westkant van de Mediterranée is vanavond maître Marc Cruellas van Bistrot de la Place in Den Haag, en ook zijn chef de cuisine Pierre Marchadier is blij. Bij de Italianen worden die beide functies vervuld door winnaar Simone Ambrosin van Incanto in Amsterdam. Beroemde etablissementen als Toscanini en Mario in Neck hebben zowaar het nakijken. D’Antica, het favoriete Italiaanse spijslokaal van Johannes van Dam en Bram Moszkowicz, staat niet eens bij de laatste tien. Dat u het weet.

Verderop in Amsterdam-Zuid waren het de Duitsers die op grootse wijze uitpakten. De legendarische Benedikt Taschen (op de foto met dochter Charlotte) staat bekend om zijn even fraaie als loodzware koffietafelboeken. Benedikt wenste ook een vestiging in Nederland en ging meteen voor de P.C. Hooftstraat. Tot grote schrik van collega-winkeliers als Selexyz Scheltema, die op hun uitstalraam verontwaardigd lieten weten dat men al jaren die boeken van Taschen verkocht. Wat of die Duitsers wel niet dachten?


Het pandje werd na acquisitie meteen onder handen genomen door Philippe Starck, zoals trouwens alle Taschen-Laden. De winkel bleek uiteindelijk veel te klein voor de professionele feestclaque die gewoonlijk in deze contreien de huisverwarming verzorgt. Frans Molenaar, Lieke van Lexmond en Liza Sips – the usual suspects – liepen ditmaal wat schichtig rond. Kunstschilder Peter Klashorst voelde zich al een stuk meer op zijn gemak in dit vertrouwde glossy fallus- en borstenparadijs. Voor het betere fotowerk inzake het genre verwijzen we naar de Volkskrant, die het waagde om in zijn bijlage een schlong uit de Taschen-collectie af te beelden waarvan de Amerikanen de plastische omschrijving hanteren: a baby’s arm holding an apple. Geen zorgen, zolang het papier maar minimaal 150 gram per vierkante meter blijft, is er altijd sprake van kunst.