Schedeldraperie

‘This is my tower, you know?” zei Donald Trump ooit tegen me terwijl we voor zijn Trump Tower in New York stonden. Behalve dat hij een obsessie heeft voor de handtasjes van Gucci, is de rest van het gesprek me ontgaan. Zo gebiologeerd was ik door de goudblonde nephaarlok die over zijn kalende schedel gedrapeerd lag en het beschermende gebaar waarmee Trump het geval betastte. Als was het een verzameling Gucci-tasjes, waarvan hij de aanwezigheid om de dertig seconden wilde vaststellen.

Sindsdien intrigeert weinig me dusdanig als de foefjes die mannen met hun tanende hoofdbegroeiing uithalen: de plaklok, de haaropspuitbus, de inham-‘bedekkende’ pony, de ‘ik-kam-dat-ene-bosje-naast-mijn-oor-over-m’n-kale-bol-zodat-het-lijkt-of-ik-nog-wat-heb’, de haarimplantaten (Tim Akkerman en Wesley Sneijder) en de pruiken (Marc-Marie Huijbregts). En dan de heren mét haar. Vijftigers Tom Egbers, Matthijs van Nieuwkerk en Jan Mulder, die hun lokken touperen in gekkige piekjes. Een soort gekortwiekte versie van de vleugels van GTST’s Arnie: we stijgen op, zolang het nog kan! Brad Pitt en Justin Timberlake, die elkaar tippen over haarverfkleuren als frosty red. De herenhaarserums, -waxen en -sprays die in de badkamer tegenwoordig mijn verzameling La Prairie-jeugdelixers overtreffen. En o wee als zijn fudge zoek is… Nee zeg, dan gaan we het huis niet uit. Stel dat het lijkt alsof je níet met je haar in het frituurvet hebt gehangen!

Toen een neef huilde omdat zijn lange manen eraf moesten voor zijn eerste baan, begon het me te dagen. “Het begin van het ei-hein-de,” snikte hij. “Nog even en de inhammen vo-hol-gen.” Hun haar staat voor jeugd, kracht, viriliteit, gezondheid. Het vermogen tot voortplanten, verzet tegen het burgerlijke. Freud koppelt haar aan het seksuele, in de Bijbel en mythologieën worden er magische en profetische krachten aan toegedicht. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat 74 procent van de vrouwen eerst naar het haar kijkt bij een man. Zo bezien is het logisch dat haar mannen heilig is. Des te meer omdat ze het kunnen verliezen.

“Vrouwenhaar is mooier dan mannenhaar,” schreef Ferdinand Bordewijk. “Het is langer, krachtiger en duurzamer. Bij mannen kan het zomaar uitvallen. Maar dat geeft hem vaak nog iets waardigs ook.” Bordewijk had een punt. Kaal kan heus cool zijn. Waarom blijft prins William rondlopen met Calimero-pluis op zijn hoofd? Trump met een opplaklok? Amsterdam-Zuidvaders met een mat die voortkomt uit een haargrens die tot hun achterhoofd is opgekropen? ‘Scheer ’t toch af!’ wilde ik altijd tegen zulke mannen roepen. Nu begrijp ik het beter. Niet de vorm, maar de aanwezigheid van haar, hoe gekunsteld of sullig ook, geeft mannen ballen, bravoure en lef. Misschien dat Wilders met zijn opgeföhnde poedelkapsel daarom Cohen met droge ogen de bedrijfspoedel van Rutte I durft te noemen.

Jojanneke van den Berge