Sporennetwerk

Toen hij eenmaal de tachtig gepasseerd was, kon je mijn opa geen mooie man meer noemen. Levervlekken bedekten zijn molachtige handen. Omdat een dronken boer hem vijftig jaar geleden had aangereden, miste hij een been. Bewegen kostte hem pijn en moeite. Die inertie had hem doen uitdijen tot een slap, ovaalvormig lichaam dat zich schikte naar fauteuil, bureaustoel en bed. Zijn haar was teruggeweken tot een vlassig heksenkringetje op zijn achterhoofd. In zijn schedeldak zat een flinke deuk die een verwijderde hersentumor had achtergelaten. Zijn wangen golfden over zijn hemdskraag.

Van de rijzige sergeant in legeruniform op wie mijn oma verliefd was geworden, bleef dus niet veel meer over. Op die vroege foto zag hij eruit als een jonge Arthur Miller, maar dan fijner besneden. Trekken die ooit goed genoeg waren voor Marilyn Monroe.

Nee, de laatste tien jaar van zijn leven moest hij het hebben van zijn degelijke liefde, bijtende spot en geoliede geheugen om zijn gezelschap te onderhouden. Niet van bestudeerd zijn kin op zijn hand laten rusten en dromerig mooi wezen.

Toch moest mijn moeder de laatste jaren van zijn leven de aankopen bij de parfumerie uitbreiden met een potje prijzige antirimpelcrème voor mannen. De rafelige wallen onder zijn nu waterige, blauwe ogen begonnen hem tegen te staan. Nee, dementerend was hij niet. In diezelfde tijd rondde hij een biografie af over een van de eerste gynaecologen en schreef hij nog volop wetenschappelijke artikelen. En nee, hij beeldde zich niet in dat hij zich nog op vrijersvoeten (nou ja, voet dus) moest begeven. Hij keek graag naar mijn vriendinnetjes, maar hij keek nog liever naar de zwaar gedecolleteerde foto tegenover zijn bureau. Het was een portret van mijn oma op het toppunt van haar West-Vlaamse glamour.

De trein van de tijd trekt rails over je gezicht, schreef toneelschrijver en mensenkenner Ionesco. En mijn opa vond het sporennetwerk nu wel dicht genoeg gelegd. Zijn – natuurlijk onzinnige – strijd wordt door vrouwen al op veel jongere leeftijd gevoerd. Zeker vanaf hun dertigste wordt er druk gesmeerd. Honderd euro per maand is geen uitzondering, leerde een mini-enqute me. En geloven ze dat het werkt? Wees eens heel eerlijk? Nou, nee. Ooit hoorde ik een dermatoloog beweren dat als de huid inderdaad zo vatbaar zou zijn voor smeersels, ons lichaam omgeven zou zijn door een soort pantygaas dat alles maar opneemt waartegen het ons dient te beschermen.


Al deze verstandige woorden en feiten nemen niet weg dat ik tot voor kort ook een potje Nivea for Men boven de wastafel had staan. Nu ligt het in de vuilnisbak. Toen ik onlangs onverwacht laat bezoek kreeg, had ik de crème net aangebracht. “Je ruikt anders,” zei ze. “Een beetje naar mijn oma.”

Thomas Blondeau