De bril van 2 oktober

We moeten niet kiezen voor markt of economie, maar voor allebei.

Een jaar geleden hield het CDA haar veelbewogen ledencongres over de vraag of er steun was voor de gedoogcoalitie met de PVV.

Sindsdien zijn tal van commissies ingesteld die bezig zijn met de toekomst en de strategie van de partij. Zelf mag ik deel uitmaken van het Strategisch Beraad onder leiding van Aart Jan de Geus. Aan ons de taak om de mens- en maatschappijvisie van de christen-democratie een actuele vertaling te geven. Een commissie onder leiding van Jacobine Geel is daarnaast bezig om de vier uitgangspunten van het CDA te ‘hertalen’. Welke nieuwe begrippen kunnen we vinden voor publieke gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap?

De bemensing van deze commissies wordt vooral bezien door de bril van ‘2 oktober’: wie was voor of tegen de gedoogcoalitie? Het is een analyse van de krachtsverhoudingen in het CDA. De kandidaten voor het Dagelijks Bestuur worden ook zo bezien, zelfs die voor het vicevoorzitterschap van de Raad van State: wordt het ‘voorstander’ Donner of ‘tegenstander’ Hirsch Ballin?

Wanneer ik hier zou schrijven dat die gevoeligheid helemaal niet meer bestaat, zou dat natuurlijk worden beschouwd als ‘spin’. En natuurlijk, wanneer ik een kritische column schrijf over Wilders, zoals vorige week, of daar een tweet over plaats, krijg ik ook reacties als: “Dat wisten wij vorig jaar al,” of “Zie je nou wel!”

Maar in die reacties zit een belangrijk misverstand: de commotie rond de gedoogconstructie had weinig te maken met een verschil van mening over de zaken, visies en uitspraken van Wilders (die wij als christen-democraten afkeuren). Het had meer te maken met een meningsverschil over de keuze voor deze constructie als manier om toch het nodige van ons verkiezingsprogramma te realiseren. Meer dus een discussie over de grens van het compromis, dan een verschil van inzicht over waar de christen-democratie voor staat.


De gesprekken en discussies in het Strategisch Beraad sterken mij in die overtuiging. Deze commissie kent mensen uit alle achtergronden van het CDA: meer of minder actief, uit stad en regio, uit wetenschap en bedrijfsleven, en inderdaad: ook mensen die voor waren en die tegen waren. Desondanks is sprake van grote eenheid. Op de inhoud weten we elkaar altijd te vinden.

Het CDA als partij van de samenleving, die niet primair kiest voor markt of overheid. Een partij die verbindt en aanspreekt op verantwoordelijkheid. To comfort and to challenge, zoals iemand pakkend stelde.

Resultaten van onderzoeksbureau Motivaction onderstrepen dat: Nederlanders maken zich veel meer zorgen over respect in de samenleving dan over de economie.

Zoals fractievoorzitter Van Haersma Buma het stelde tijdens de Algemene Beschouwingen: “Economie en financiën zijn belangrijk, maar slechts de helft van het verhaal. Waar is de andere helft, vraag ik de minister-president. Wat is zijn visie op de kansen die de samenleving biedt om verantwoordelijkheid op te pakken?”

Ook het CDA moet een pakkend antwoord formuleren op die vraag. Dat mag niet abstract blijven, zoals ons tijdens de kabinetten-Balkenende overkwam met het thema ‘waarden en normen’. De antwoorden liggen niet in Den Haag, die liggen vooral in de samenleving.

Deze week mocht ik een symposium voorzitten van Timpaan, een maatschappelijk verantwoorde onderneming in de volkshuisvesting. Met een derde commercieel werk financieren ze twee derde aan maatschappelijke projecten. Winst en bonussen hebben ze niet. Wel investeert Timpaan in duurzaam bouwen en woonprojecten voor mensen met een handicap. Er is veel oog voor de wens van de consument, maar het realiseren ervan gaat hand in hand met het aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid.


Het is de uitdaging die manier van werken aan de inhoud van het CDA te verbinden.

Herkenbaar en geloofwaardig.