De eeuwige familie

Ondanks conflicten, verstikking, onderdrukking en ander ongerief blijven familiebanden sterk. Wie ze opzegt, slaat onvermijdelijk aan het smeden van nieuwe ketenen.

Mensen hebben groepen nodig om te overleven. Grofweg zijn er twee soorten groepen te onderscheiden die in die functie voorzien. Enerzijds heb je de familie en anderzijds de rest: vrienden, collega’s, klasgenoten, buren, huisgenoten, kerkgenootschappen, hobbyclubs, verenigingen, bataljons, enzovoort. Familie onderscheidt zich van de rest doordat het lidmaatschap geen vrije keus is. Je wordt erin geboren en je zit er voor de rest van je leven aan vast. Zelfs wie alle familiale banden heeft verbroken, sleept die familie met zich mee in de vorm van wrok en trauma’s.

De familie, te beginnen met het kerngezin, vormt een veilige haven voor de onverschillige buitenwereld. Wie, behalve de moeder en de vader, zou anders de zware klus moeten opknappen om in de behoeften te voorzien van een hulpeloze baby? Heel weinig mensen voelen zich daartoe geroepen. Het gezin is verreweg de efficiëntste manier om de voortplanting en de daaruit voortvloeiende opvoedingstaken te regelen. Het grootbrengen van kinderen is evengoed een persoonlijke als een maatschappelijke opdracht, en mensen die taken met liefde uitvoeren brengen het er doorgaans beter van af dan mensen die diezelfde taken uitvoeren zonder persoonlijke betrokkenheid.

Dat neemt niet weg dat de zorgzaamheid, de geborgenheid, de onderlinge steun en aanmoediging, kortweg de liefde waarvoor de familie het kader biedt, vaker wel dan niet ondergraven worden door wringende relaties, conflicten, belangentegenstellingen, verstikking en onderdrukking. Ook zonder definitieve opzegging van de familiebanden valt er nog genoeg te traumatiseren, zoals het bekende gedicht van Philip Larkin demonstreert: “They fuck you up, your mum and dad. / They may not mean to, but they do. / They fill you with the faults they had / And add some extra, just for you.”


Het zijn de onderdrukkende aspecten van het gezins- en familieleven waartegen de laatste vijftig jaar een opstand op gang is gekomen, die zich uit in stijgende echtscheidingscijfers, groei van het percentage eenoudergezinnen en het aantal eenpersoonshuishoudens, verzet tegen het huwelijk en lossere familiebanden. Sociologen vegen dit samen onder de noemer ‘individualisering’. Als er iets kenmerkend is voor de huidige westerse cultuur, dan wel de bodemloze afkeer van autoriteiten die iets over jou te zeggen menen te hebben, en de familie figureerde traditiegetrouw natuurlijk prominent in het scala van autoriteiten die de lakens voor het individu uitdeelden.

Het feminisme maakte een eind aan de suprematie van de man als gezinshoofd. De uitvinding van de pil bevrijdde de vrouw uit de kluisters van haar biologische bestemming om moeder te worden, en daarmee slaaf van man en nageslacht. Met de breed beschikbare mogelijkheid om een opleiding te volgen en economische onafhankelijkheid te verwerven, kregen vrouwen meer macht om hun leven naar eigen inzicht op te bouwen. Een vrouw hoeft zich niet langer neer te leggen bij een echtgenoot die drinkt, gewelddadig is, ontrouw of alleen maar verschrikkelijk irritant. Zij kan hem buiten zetten of er zelf vandoor gaan zonder risico’s voor haar eigen leven of dat van haar kinderen. Een vrijheid en weelde waar eerdere generaties vrouwen alleen maar van konden dromen.

Niet alleen is gelijkwaardigheid toegenomen tussen de seksen, het geldt ook voor gelijkwaardigheid van kinderen in het gezinsleven. Vroeger hadden die kinderen niets in te brengen. Ouders beslisten alles: van de school en kerk waar de kinderen heen moesten tot de vriendjes met wie, afhankelijk van hun afkomst, wel of niet mocht worden gespeeld, van de vrijetijdsbesteding (meehelpen met het huishouden of het werk) tot de opleiding of het beroep. Van strikte thuiskomtijden tot een vetorecht op de partnerkeus. Het konijn dat de kinderen het hele jaar verzorgd hadden, ging meedogenloos met Kerstmis de pan in. Die autoritaire gezagsverhoudingen zijn onvoorstelbaar in een tijd waarin ouders in de eerste plaats geacht worden te luisteren naar kinderen en te overleggen, voordat ze hun iets verbieden. Kinderen kunnen op hun achtste beslissen vegetariër te worden, maken hun eigen keuzes op sociaal, opleidings- en hobbygebied en genieten als tiener vrijheden waar – alweer – voorgaande generaties kinderen alleen maar van konden dromen.


Het enige nadeel voor de kinderen die opgroeien zonder autoritaire beknotting is dat de veiligheid onder druk komt te staan. Jaarlijks maken ruim 50.000 kinderen een scheiding van hun ouders mee, hetzij doordat het huwelijk op de klippen loopt, hetzij doordat samenwonende ouders uit elkaar gaan. Voor kinderen maakt de burgerlijke staat van de ouders natuurlijk niet uit – het opbreken van het kerngezin is voor hen altijd ellendig. Voor de vrijheid van ouders om zich te ontdoen van een verstikkende partnerrelatie betalen kinderen een prijs. Ze worden er voor kortere of langere tijd ongelukkig van. Ze krijgen in geval van een vechtscheiding loyaliteitsproblemen en soms verdwijnt de vader plus diens familie helemaal uit hun leven. In geval van co-ouderschap krijgen ze te maken met twee woonadressen, voortdurend verkassen en een vermoeiende verdubbeling van vakanties en feestdagvieringen. Op den duur ontkomen ze niet aan nieuwe partners van hun ouders, vaak inclusief stieffamilie, eventueel aangevuld met nieuwe sets van halfbroertjes en halfzusjes. Over al deze veranderingen heeft een kind geen enkele zeggenschap. Zo ver reiken de gelijkwaardige ouder-kindrelaties en de pedagogisch verantwoorde mondigheid van het moderne kind nu ook weer niet.

Op maatschappelijk niveau is er ook schade. Scheidingskinderen lopen averij op in schoolprestaties, hebben een grotere kans op psychische problemen en scheiden op hun beurt vaker dan kinderen uit ongebroken gezinnen. Het is ondoenlijk te bepalen wat meer persoonlijk leed heeft opgeleverd: de autoritair-patriarchale familie uit vervlogen tijden, waarin familieleden stevig onder de duim van de clan werden gehouden en elkaar het leven zuur maakten, of het moderne vrijheid-blijheidgezin dat onder het minste zuchtje tegenwind instort en vervolgens met behulp van aangespoeld wrakhout, touwtjes en elastiekjes wordt opgelapt tot een volgend, nog wankeler bouwwerk.


Want tweede huwelijken hebben een nog grotere kans op scheiding dan eerste huwelijken. Ik vermoed dat de twee systemen elkaar in persoonlijk leed weinig ontlopen, maar dat de maatschappelijke schade in een door echtscheiding aangevreten huwelijkssysteem groter is. Tenslotte heeft het huwelijk (of voor mijn part een geregistreerd partnerschap) naast het kanaliseren van de voortplanting ook een beschavende functie.

Met het uitstellen van trouwen en kinderen krijgen tot omstreeks het dertigste levensjaar, de vloed aan echtscheidingen en daarmee samenhangend de groei van het aantal singles, lijkt het erop alsof de rol van gezin en familie steeds geringer wordt. Alsof de maatschappij steeds verder atomiseert tot een verzameling individuen die hooguit tijdelijke en vrijblijvende dwarsverbanden aangaan met elkaar, mits een ander iets nuttigs voor hen kan betekenen.

Maar die schijn bedriegt, want de vele singles houden zich niet voor niets onledig met internetdaten. Als die allemaal perfect tevreden waren met hun onafhankelijke leven, zouden ze niet op zoek zijn naar liefde. Dan zouden die relatiesites überhaupt niet bestaan. Mensen zijn zo gauw niet gescheiden of ze beginnen vol goede moed aan de speurtocht naar een nieuwe partner. Ze gaan samenwonen, beginnen aan de tweede leg, smeden de smeulende resten van gebroken gezinnen aan elkaar tot patchwork-gezinnen – alles om toch weer een familie te creëren. Vrouwen die tegen hun vruchtbaarheidsgrens aanlopen, nemen nog weleens de beslissing om dan maar in hun eentje een kind te krijgen. Dat kan. Alleenstaande moeders (hoe ze dan ook aan hun kind zijn gekomen) ontmoeten nauwelijks nog weerstand. Maar alleenstaand ouderschap is altijd een noodsprong bij gebrek aan beter. Geen enkele vrouw heeft als ideaal om in haar eentje zonder partner een kind op te voeden. Zoals ook geen enkele man als ideaal heeft om een kind te verwekken en zich daarna ijlings uit de voeten te maken.


Het gezin kent een steeds grotere variatie aan verschijningsvormen. Ook homo’s die vroeger konden kiezen uit poseren als hetero door met iemand van de andere sekse te trouwen of levenslang vrijgezel te blijven, kunnen nu trouwen en een gezinsleven leiden. Het homohuwelijk ontmoet nog steeds weerstand (waarom zijn ze niet tevreden met samenwonen? mopperen de tegenstanders), maar de Engels-Amerikaanse essayist Andrew Sullivan, zelf homo, beargumenteerde overtuigend dat het discriminerend is om homo’s uit te sluiten van het recht om de minder vrijblijvende optie te kiezen. Het huwelijk is minder vrijblijvend dan samenwonen, en het levert een individu de geborgenheid op van familie in opgaande en neergaande lijn. De familie waaruit je voortkomt heb je altijd al, maar het huwelijk legitimeert nageslacht en je krijgt er ook nog gratis schoonfamilie bij.

De diversiteit aan gezinsvormen is geen teken van verzwakking van familiebanden, maar illustreert juist de kracht van de (extended) family om ook onvolledige, halfbakken en onorthodoxe spruiten te incorporeren. Ook het kleinst mogelijke gezin (een ouder, een kind) heeft te maken met grootouders, ooms, tantes, neven en nichten die bijdragen aan de familiegeschiedenis en zo voor continuïteit zorgen. In zijn dystopische Brave New World beschreef Aldous Huxley een naar intelligentie gestratificeerde maatschappij van instantbehoeftebevrediging en promiscue seks. Het enige taboe betrof voortplanting (die werd kunstmatig door de overheid geregeld in broedmachines), met als gevolg geen ouders, geen gezinnen, geen families. Zelden een killer boek gelezen.

Families en wat er allemaal in gebeurt, is grondstof voor literatuur. Het hoofdstuk romantische liefde, oftewel de aanloop tot gezinsvorming, wordt volop geëxploiteerd door Disney en consorten. Zolang mensen geboeid blijven door liefdesverhaaltjes en familiedrama’s, blijft het huisje-boompje-beestje-archetype fier overeind.

Beatrijs Ritsema