De methode-Merkel

Financiële markt eist een snelle oplossing voor de eurocrisis. Dat is onmogelijk.

De Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner vreest een run op de banken als de Europese leiders de eurocrisis niet snel beteugelen. Barack Obama is bang dat de eurocrisis naar Amerika overslaat en verwijt de Europeanen het economisch herstel in de wereld in gevaar te brengen. Gordon Brown, voormalig premier van Groot-Brittannië, spoort de eurozone aan om nu eindelijk met tweeduizend miljard euro op de proppen te komen om de euro te stabiliseren. Christine Lagarde van het IMF waarschuwt dat de banken er even beroerd voor staan als in 2008. En de financiële markten eisen dat er nu een oplossing voor de Europese schuldencrisis moet komen, anders is het te laat en breekt er een Armageddon uit dat erger is dan de jaren dertig.

Je mag dit wel economische oorlogsvoering noemen. Vooral de geluiden uit Amerika zijn verontrustend: niet alleen omdat er openlijk druk wordt uitgeoefend en het Witte Huis onbeschaamd het eigen straatje tracht schoon te vegen, maar ook omdat er zo’n grote machteloosheid uit spreekt. De Amerikaanse president en zijn minister van Financiën moeten ten einde raad zijn als zij met zulke teksten komen, wat niet bepaald bevorderlijk is voor het vertrouwen in Obama als crisismanager. Tegelijk spreekt er een onthutsend onbegrip uit over hoe de Europese besluitvormingsmechanismen in elkaar zitten, een Angelsaksisch tekort. Daar kun je madame Lagarde, een Française, en het IMF in Washington niet van verdenken. Maar het ongeduld dat de ‘markten’ en in hun kielzog allerlei economen van naam en faam aan de dag leggen, verdient slechts minachting.


Het is onzin om van de Europese landen een snelle oplossing uit de schuldencrisis te verwachten. Dat analisten daar telkens op hopen, hetzij door een sprong voorwaarts naar een fiscale unie en zogeheten ‘eurobonds’ (waarbij Zuid-Europese landen hun schulden kunnen versmelten met die van Noord-Europese landen), hetzij door erkenning van het onvermijdelijk geachte bankroet van Griekenland, pleit niet voor hun oordeelskracht. Iedereen weet hoe moeilijk dit ligt in Duitsland, waar Angela Merkel steeds op de rem trapt en zich niet wil laten meeslepen door paniekzaaierij. Dat Duitse banken ook het nodige hebben bijgedragen aan de schuldencrisis, een stokpaardje van de Britse oud-minister Brown, doet daar niks aan af.

Weliswaar heeft de Bondsdag op 29 september ingestemd met de noodplannen, maar dat neemt de roep om een uitbreiding van de reddingsfondsen niet weg. Critici blijven volhouden dat de Duitse regering achter de feiten aanloopt, waar bondskanselier Merkel herhaaldelijk heeft betoogd dat er niet één Befreiungsschlag uit de crisis is. Terecht, want een Verenigde Staten van Europa is er niet en de bondsregering streeft een ordelijke aanpak van de crisis na. Dat wil zeggen dat besluiten in de juiste volgorde genomen moeten worden, volgens bestaande verdragen en de Duitse grondwet.

Niet dat aan de Duitse bereidheid om voor de euro in te staan getwijfeld hoeft te worden (van een Grieks failliet wil Merkel niks weten), maar aan de hongerige markten die steeds om ‘meer’ vragen moet weerstand worden geboden, net als aan probleemlanden die meer geld willen en aan Brussel dat meer bevoegdheden opeist. Dat gebrek aan Europese slagkracht heeft ook een voordeel: de kans op fouten en blunders waar men later spijt van krijgt wordt verkleind. En het biedt de mogelijkheid tot publiek debat, dat er anders niet zou zijn.


De invoering van de euro heeft tien jaar in beslag genomen, en dan is het al snel als de in aanbouw zijnde ‘stabiliteitsmechanismen’ in 2013 op hun plaats staan. De Europese schuldenproblematiek, die vooral structureel van aard is, vraagt geen overhaaste daadkracht en overrompelingstactieken, maar ernst en uithoudingsvermogen. Een uitweg kan slechts stap voor stap gestalte krijgen, in lijn met de beproefde methode van Jean Monnet, al kan het zijn dat toekomstige historici van de ‘methode-Merkel’ zullen spreken. Daar zal de buitenwereld het mee moeten doen.