Het verhaal van mijn onderbroek

Uilskuiken 24: Martijn Koolhoven

In mijn kast ligt een onderbroek van het merk Sapph. Een zwarte boxershort met een rood-witte rand, size M, om precies te zijn. 94 procent katoen, 6 procent elastiek, meldt het labeltje. Hij kan op veertig graden worden gewassen en mag in de droger.

Deze onderbroek heb ik een paar maanden geleden gekocht – ik dacht bij V&D in de Amsterdamse Kalverstraat. Het merk Sapph zei me niets, achteloos heb ik de onderbroek uit een rek gepakt.

Dankzij sterverslaggever Martijn Koolhoven van De Telegraaf weet ik nu dat mijn Sapph-onderboek geen gewone onderbroek is. Sapph-onderbroeken zijn bedacht en in de markt gezet door een goede vriend van Koolhoven, textielondernemer Rob Heilbron, die in de jaren tachtig het vreselijke surfmerk O’Neill in Nederland introduceerde.

Ik weet niet hoe Koolhoven en Heilbron bevriend zijn geraakt; misschien op een feestje van hun wederzijdse vriend Yves Gijrath, uitgever van de glossy Miljonair, waar Koolhoven bijkluste door onder het pseudoniem Martin Choucours stukjes te schrijven. Extra geld kon Koolhoven wel gebruiken, bijvoorbeeld om zijn riante woning in een bovenmodale gemeente te bekostigen en de BMW X5, die hij het liefst zo dicht mogelijk bij de draaideur van het Telegraafgebouw aan de Amsterdamse Basisweg parkeerde, zo vertelde een oud-werknemer me.

De afgelopen jaren werd er in De Telegraaf opvallend vaak geschreven over Heilbron en zijn onderbroekenimperium – veertien artikelen in totaal. Toen het merk zwemkampioene Inge de Bruijn aantrok als model, toen Sapph door een concurrerend lingeriebedrijf van plagiaat werd beschuldigd, toen er iets te doen was rond Sapph-modellen op een billboard en toen Sapph aankondigde lingerie in Iran te gaan verkopen. Op 16 januari 2009 kreeg Heilbron vijfhonderd woorden van De Telegraaf om uit te leggen wat het geheim was van zijn succes.


In augustus 2008 bepaalde de rechtbank dat Heilbron dertigduizend euro schadevergoeding moest betalen aan modefotograaf Leo de Deugd, omdat Sapph zonder toestemming foto’s van hem had gebruikt. Woedend was Heilbron daarover. In De Telegraaf kreeg hij de kans om zijn gal te spuwen. “Wie op Google zoekt kan zien dat hij [De Deugd] zich ook stort op het fotograferen van sm en fetisj.”

Het verhaal van mijn onderbroek wordt nog gekker. Heilbron besloot Koolhoven in te schakelen. Die was bij uitstek geschikt om De Deugd kapot schrijven, met dat sm-gedoe als aanknooppunt. Om een of andere reden – geld? – deed Koolhoven het ook nog. Het puur verzonnen verhaal over een sm-kelder in De Deugds studio verscheen op 7 april 2010 in De Telegraaf, werk en leven van De Deugd ruïnerend.

Hoofdredacteur Sjuul Paradijs bleef achter Koolhoven staan, terwijl hij had kunnen weten dat het stuk van a tot z verzonnen was. Welke stukken van Koolhoven zijn niet verzonnen? zal hij gedacht hebben. Een kwartje waarheid was al heel wat.

Pas toen televisieprogramma Zembla 16 september jongstleden de kwestie publiek maakte, voelde Paradijs zich genoodzaakt Koolhoven op non-actief te stellen. Over de zaak zelf werd in De Telegraaf met geen letter geschreven, iets wat bij bijvoorbeeld de News of the World-affaire wel anders was.

“Ik kan me een Telegraaf niet indenken zonder Martijn Koolhoven,” zei Paradijs op een feest ter ere van Koolhovens 25-jarig dienstverband, afgelopen juni. Inderdaad is een Telegraaf zonder Koolhoven niet denkbaar, daarvoor is zijn manier van werken te algemeen aanvaard op de redactie.

Heilbron moet de ellende hebben zien aankomen. Begin augustus, vlak voor de beerput openging, verkocht hij Sapph stilletjes. Koolhoven en Heilbron verdwenen, hoofdredacteur Paradijs verklaart zijn lezers achterlijk – wat ze vermoedelijk ook zijn – door te zwijgen. Gelukkig heb ik mijn Sapph-onderbroek nog, die vertelt het hele verhaal.