‘Kinderen moeten op relatieles’

Hoe ziet het gezin van de toekomst eruit? Waar wonen we? Hoe leven we? Jan Latten, hoogleraar demografie aan de UvA, analyseert trends in de ontwikkeling van de bevolking en kijkt vooruit. ‘De alleenstaande man zonder fatsoenlijke opleiding krijgt het heel moeilijk.’

U ontwikkelt een visie op de toekomst door huidige generaties te analyseren. Kunt u een typering geven?

“De huidige twintigers en dertigers zijn in zekere zin compromisloos. Velen van hen zijn gewend dat alles wat ze willen ook kan en mag. Het recht op vrije keuze is ze met de paplepel ingegoten, toen ze opgroeiden in een periode dat de welvaart enorm toenam. Die onbelemmerde keuzevrijheid zet zich vast in iemands karakter als een soort recht.

“In mijn boek Liefde à la carte, dat ik samen met Malou van Hintum heb geschreven, staat een interview met een dertigjarige historica die het had uitgemaakt met haar vriend, omdat ze bang was dat hij de laatste man zou zijn met wie ze ooit seks zou hebben. Ze keek naar wat ze niet had en veronderstelde recht te hebben op meer. Keuzestress in opperste vorm. Het resultaat: doelloos lovehoppen. Het lijkt op jobhoppen, ook zo’n onrust die past bij de huidige twintigers en dertigers.”

Waar komt dat onrustige gedrag toch vandaan?

“Het heeft uiteraard te maken met onze economie, die eist dat we flexibel zijn en ons nergens aan binden. Loyaal zijn aan een werkgever is onderhand sullig geworden. Maar ook ontkerkelijking speelt een rol. Van de huidige autochtone jeugd is de meerderheid niet meer gelovig, blijkt uit cijfers van het CBS. Toen iedereen nog in een opperwezen geloofde, accepteerde men het leven als een tranendal en ging men ervan uit dat het in het hiernamaals allemaal beter zou worden. Met de ontkerkelijking kwam het besef dat het leven eindigt bij de dood. Daarmee is de druk heel hoog om er nú alles uit te halen wat erin zit.

“Je bent zelf verantwoordelijk geworden voor je geluk of ongeluk. Is iets niet leuk, dan ben je het bijna aan jezelf verplicht om over te stappen naar iets anders. Hét kenmerk van een maakbaar leven. Daarom zijn nieuwe generaties zo geobsedeerd met het maximale uit het leven te halen. Ze durven tegen niets ‘nee’ zeggen. Stel dat je iets mist? Dat kan voor sommigen een groot probleem worden. Het is in wezen zielig als het je in een wereld van ongekende mogelijkheden ontbreekt aan zelfdiscipline, aan het inzicht dat je jezelf ook weleens iets moet kunnen ontzeggen.”


Het aantal alleenstaanden neemt volgens het CBS zelfs nog met één miljoen toe.

“Door lovehoppen zijn er meer echtscheidingen en blijft men tussen relaties door langer alleen.”

Een heel andere reden voor de toename van alleenstaanden is volgens het CBS de vergrijzing. Die is in 2038 op zijn hoogtepunt, met 4,5 miljoen 65-plussers – twee miljoen meer dan nu. Terwijl er nu al te weinig mensen zijn die in de ouderenzorg willen werken. Nemen we daarom in de toekomst onze ouders weer ouderwets in huis?

“Nee, een kwart van de toekomstige ouderen heeft niet eens kinderen die hen in huis zouden kunnen nemen, en ik denk dat de overige ouderen dat niet willen.”

Omdat ze hun kinderen niet tot last willen zijn bij het nastreven van hun vrijheid?

“Eerder omdat ze zelf ook hun hele leven vrij zijn geweest en geen zin hebben in hun kind als oppas. Alleenwonende ouderen zoeken eerder elkaar op. Ik geloof veel meer dat er woonvormen ontstaan waarin mensen functioneren als in een gezin. Een soort ‘gekochte’ familie. Ook met gelijksoortigen: woongroepen voor oudere hindoes, hogeropgeleiden, moslims. Ik verwacht dat het Herbergierconcept erg aan zal slaan. Daarbij woont een groep ouderen in bij een stel dat alle zorg voor hen coördineert en gedeeltelijk ook op zich neemt. Samen zijn ze een soort gezin.

“Vrienden worden nogal eens een vervanging voor familie. Dat moet ook wel: het gezin, de vanzelfsprekendheid van een relatie tot aan de dood, die continuïteit in geborgenheid is niet meer zeker. Dan moet er altijd nog iemand zijn op wie je kunt terugvallen. Vrienden vormen straks meer dan ooit een garantie voor sociale geborgenheid.”


Hoe zien gezinnen er in de toekomst uit?

“Er zijn straks minder gezinnen dan nu. Er zijn meer verbroken relaties en minder mensen die hardop de wens zullen uitspreken om levenslang bij elkaar te blijven. Ook zie je meer stiefgezinnen met een ambulante vader. Een man die door verschillende vrouwen als verwekker wordt ingezet. Het zal veel minder vanzelf duidelijk zijn wie echt de biologische vader is of wie familie van elkaar is.”

Uit de Heermalezing die u vorig jaar uitsprak, blijkt vooral dat de vrouw het in de toekomst voor het zeggen heeft. Krijgen we een matriarchale samenleving?

“Ja. Er zijn genoeg tekenen die erop wijzen dat we die kant opgaan. Het belangrijkste is dat er onder dertigers voor het eerst in de geschiedenis meer hoogopgeleide vrouwen dan mannen zijn. In de diensteneconomie telt kenniskapitaal. De komende decennia zit dat kapitaal vooral bij vrouwen. In feite hebben slimme vrouwen daarmee geen man meer nodig om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat doen ze zelf.”

Wat voor soort man zoekt zo’n slimme vrouw?

“Als ze twintiger of dertiger zijn, willen ze vooral iemand om de avonturen van de wereld mee te beleven. Hij moet vlot zijn, een uitgaanstype. Zodra ze een verwekker van het nageslacht zoeken, zullen ze vooral voor de hogeropgeleide, maatschappelijk succesvolle en zorgzame man kiezen die begrijpend is, luistert en er voor haar is als ze terugkomt van haar werk. Dat zou misschien weleens kunnen functioneren als een natuurlijke selectie: met name intelligente, zorgzame en sociale mannen voldoen aan al haar eisen en mogen zich voortplanten, zodat vooral dit type man overblijft.”

De machoman verdwijnt?


“Die zou er in zo’n scenario vooral meer voor de andere levensfasen zijn: die zonder kinderen. Hoogopgeleide vrouwen kiezen voor hoogopgeleide mannen. Vrouwen met weinig opleiding kiezen voor mannen met iets meer opleiding. Als het om settelen gaat en het stichten van een gezin, vallen de mannen met de minste opleiding die sociaal niet zo vaardig zijn, buiten de boot.

“Het overschot van deze mannen komt in relatieland achteraan te staan. En dat kan maatschappelijk tot problemen leiden. Het is nu al zo dat vooral partnerloze mannen risico’s lopen. Onder deze groep zie je dat het aantal zelfmoorden hoger ligt, dat ze veel vaker dakloos zijn, kinderloos blijven of aan de drank raken.

“Mensen zoeken naar gelijksoortigen. Daarom zijn kledingcodes voor jongeren zo belangrijk. Meisjes met hoofddoekjes geven bijvoorbeeld met hun kleding aan dat ze een islamitische jongen zoeken en dat een ongelovige geen partij voor hen is.

“Dat individuele zoeken naar een gelijksoortige partner of eigen groep zie je ook terug op het niveau van economisch of anderszins gesegregeerde wijken. Er ontstaan buurten met maatschappelijk en financieel succesvolle gezinnen en wijken waar de minder succesvollen wonen. De toegang tot de duurdere wijken wordt ongemerkt beperkt door het prijsniveau. Nu al zie je dat het verschil in huizenprijs enorm wisselt. In sommige gedeelten van Amsterdam-Zuid betaal je vier keer zo veel per vierkante meter als in Amsterdam-Slotervaart. En als je vraagt waarom mensen zo veel meer neertellen voor een veel kleinere ruimte, zeggen ze: ‘Je koopt de buren er ook bij.'”

Hoe ziet het huis van de toekomst er eigenlijk uit?

“Alle apparaten worden geïntegreerd, waardoor er straks ook veel heel kleine huizen nodig zijn met een minimalistische inrichting. Boekenkasten zijn immers overbodig, want alles is digitaal op de computer te vinden. Een bed, een bank en een scherm – meer heb je zeker als zoekende single thuis niet nodig.”


U had het net over jobhoppen. Betekent dat dat Het Nieuwe Werken de standaard wordt? Dus dat we vanuit huis, in een café of op een tropisch eiland voor een bedrijf werken, en door middel van een telefoon en internet contact houden met de werkvloer?

“Dat neemt wel toe. Mensen worden flexibeler en dus kunnen ze hun werk overal mee naartoe nemen. Toch gaat er niets boven persoonlijk contact. Zo doe je het best zaken. Het inzicht groeit dat digitaal contact er is om contacten te onderhouden; het is aanvullend, maar niet vervangend. De voorkeur gaat uit naar een echte ontmoeting. Jij komt ook naar mij toe voor een interview, terwijl we net zo goed hadden kunnen bellen. Dat zal niet zomaar verdwijnen. Ik denk eerder dat men bijvoorbeeld twee dagen naar kantoor gaat en de andere dagen thuis werkt.”

Kiest het gezin van de toekomst weer voor een huis op het platteland, omdat ze toch veel thuis kunnen werken?

“Er komen meer stedelijke gezinnen die kiezen voor het wonen in de metropoolregio’s. Ze zullen niet meer bij elke nieuwe baan verhuizen. Een kleinere groep zal kiezen voor het platteland, met wellicht een pied-à-terre in de stad waar ze op dat moment een baan hebben. Die bi-lokale oplossing kan ook de grenzen overgaan: een moeder of vader die bijvoorbeeld in Londen werkt en met het vliegtuig heen en weer pendelt. Andersom krijgen we in onze steden ook meer kosmopolieten. Den Haag bijvoorbeeld ontwikkelt zich langzaamaan tot een internationale juridische ambtenarenstad. De gemeente heeft een heel gebied aangemerkt als internationale zone. Spontaan ontwikkelen zich wijken met expats en internationale voorzieningen. Sinds september heeft Den Haag weer meer dan een half miljoen inwoners. Een belangrijk deel van die groei komt van de internationale kenniswerkers.”


Die toename in mobiliteit legt vast een flinke druk op een relatie.

“Sowieso wordt het voor hedendaagse en toekomstige stellen moeilijker om concessies te doen. Vroeger ging een stel direct uit het ouderlijk huis samenwonen en was er geen tijd om een eigen routine te ontwikkelen. Nu is het devies: ga eerst maar eens op jezelf wonen om voor jezelf te leren zorgen. En eigenlijk wonen ze al vanaf hun vijftiende als ‘single’ in het ouderlijk huis. Er is weinig controle: vroeger hing de telefoon in de kamer en kon iedereen meegenieten als een kind aan de telefoon was. Nu zorgen mobieltjes en laptops dat niemand mee kan luisteren en kijken naar wat een kind bespreekt en onderzoekt. Ouders vinden dat ook begrijpelijk, het hoort bij de volledige zelfontplooiing en bij het bevorderen van de zelfredzaamheid. Ook binnen relaties continueren deze vrijheden, ook binnen relaties individualiseren we.

“Een gevolg is wel dat als iemand zijn eigen smaak en ideeën ontwikkelt, het daarbij steeds ingewikkelder wordt om iemand te vinden die daar perfect bij aansluit of in je ontwikkeling meegaat. En omdat we liever geen gewoontes en gewenningen opgeven voor een ander, is het gevolg dat we meer dan vroeger kiezen voor het alleenstaande leven.”

Met andere woorden: mensen kunnen alleen nog maar nemen en zijn niet meer bereid te geven?

“Dat komt in elk geval vaker voor. Daarom zie je ook een toename van scheidingen: men moet nú gelukkig zijn, en anders houdt het op. Je kunt dat uiteraard abstract uitdrukken door te zeggen dat we niet meer economisch van elkaar afhankelijk zijn, maar in de praktijk komt het erop neer dat als de romantiek even wegvalt en een relatie daardoor ineens niet zo leuk is, ze er maar meteen mee stoppen. Dat het een tijdelijke inzinking zou kunnen zijn, een moeilijke periode waar je doorheen moet, wordt te weinig overwogen.”


Zo’n tijdgeest lijkt me moeilijk voor eventuele kinderen om in op te groeien.

“Ze zullen in elk geval sneller in een samengesteld gezin terechtkomen en meerdere ouders krijgen. Een moeder die met een nieuwe partner thuiskomt, totdat ze de verliefdheid niet meer voelt en de nieuwe vriend weer gedag zegt.

“Los van de vraag of het goed of slecht is voor kinderen; een kerngezin van een man met een vrouw is, in tegenstelling tot vroeger, geen noodzakelijke voorwaarde meer om nageslacht te hebben of in op te groeien. Kinderen worden steeds meer gezien als iets waar je recht op hebt. Daarom leggen vrouwen zich nu ook al niet zomaar neer bij de mededeling dat ze geen kinderen kunnen krijgen. De techniek helpt. Er móeten allerlei behandelingen worden uitgevoerd als ze niet op het door hen gewenste tijdstip zwanger worden. En de frustraties lopen hoog op als die behandelingen niet aanslaan. De wereld is immers maakbaar, dus ‘nee’ bestaat niet.

“In het verlengde daarvan zien we nu de discussie over ingevroren eicellen. Dan kunnen vrouwen die dat nodig hebben de leeftijd van hun moederschap verder uitstellen.”

Alles bij elkaar genomen klinkt het niet als een rooskleurige toekomst: mensen worden superindividualistisch en eigengereid. Ik kan me ook voorstellen dat er juist een tegenbeweging op gang komt, omdat mensen inzien dat al die verworvenheden nu ook niet direct tot meer geluk leiden.

“Natuurlijk gaat niet iedereen klakkeloos in alles mee. Er zijn altijd tegenbewegingen. Maar ik kijk naar de grote tendensen. En stel dat mensen het nu helemaal anders gaan doen: de nieuwe generatie krijgt grenzen mee, doet een stapje terug en gaat niet meer direct voor het bevredigen van hun eigen behoeften, maar kiest voor het grote goed en niet voor zichzelf. Dan nog duurt het lang voordat het zaad dat is gezaaid, zal rijpen. Daar gaan decennia overheen. Kinderen moeten dat per generatie steeds sterker in hun opvoeding meekrijgen. Je draait zo’n proces niet zomaar om.”


Kunnen scholen daar ook een rol in spelen?

“Ik vind bijvoorbeeld dat de jeugd op school les zou moeten krijgen in het omgaan met emoties, in het omgaan met anderen, in persoonlijkheidsvorming en relatieles.”

Omdat ze dat thuis niet leren?

“Precies, maar ook omdat de toegenomen vrijheid vereist dat je daarmee om kunt gaan. Er zijn er genoeg die baat zouden hebben bij meer overdracht van mensenkennis en hulp bij de persoonlijkheidsvorming. En ook zelfbeheersing verdient meer aandacht. Ze zouden bijvoorbeeld moeten leren dat als je woede voelt, je jezelf kunt tegenhouden. Eerst bedenken: hé, ik ben kwaad. Is dat eigenlijk wel terecht?’ Niet iedereen leert dat nog.”

Onlangs betoogde futuroloog Marcel Bullinga in de Volkskrant dat we met het oog op de schuldencrisis terug moeten naar de jaren vijftig. Naar moeder de vrouw die met het kasboekje bijhoudt hoeveel er in- en uitgaat. Naar een zelfvoorzienend gezin, met een moestuintje. Is dat realistisch?

“Ik vind het onzinnig te denken dat je de tijd kunt terugdraaien. Je kúnt de gevolgen van techniek en vooruitgang niet zomaar uitwissen. Ons gedrag is het product van de geschiedenis. We passen ons altijd aan nieuwe omstandigheden aan. Iets anders is dat sommige oude gewoontes ineens weer bestaansrecht kunnen krijgen, maar dan is dat met een ander doel dan vroeger. Een moestuintje wordt dan bijvoorbeeld een middel om te onthaasten.”

Maar de hang naar zelfvoorzienend zijn klinkt al langer. Het eten van producten uit de regio is beter voor het milieu, omdat ze niet uit Verweggistan verscheept hoeven te worden.

“Dat klinkt allemaal heel mooi, maar als iedereen voor zichzelf groente gaat verbouwen, is dat economisch niet reëel. We zouden armer worden en misschien zelfs weer honger lijden. Onze welvaart bestaat bij de gratie van arbeidsdeling. Jij wilt een verhaal maken over het gezin van de toekomst? Dan kun je best zelf alles uitzoeken, dat opschrijven en een plaatje bij je stuk maken. Daar ben je dan heel lang mee bezig. Het is veel efficiënter als je mij, de man die er dagelijks onderzoek naar doet, hierover interviewt en dat een fotograaf vooraf vliegensvlug een foto maakt. Zo kun jij meer werk verzetten, kan ik snel mijn boodschap overbrengen en kunnen heel veel lezers daarvan kennisnemen.”


Is het nog mogelijk dat er iets gebeurt dat deze tendensen bruut zal verstoren? Met andere woorden: wat is ervoor nodig om uw verwachtingen níet uit te laten komen?

“Als de zeespiegel sneller stijgt dan gedacht, Amersfoort aan zee komt te liggen en Nederland failliet gaat, dan zou het best weleens anders kunnen lopen, maar ook dan gaan we nooit meer terug in de tijd. Het samenleven wordt beslist anders. Het belangrijkst is dat we jonge generaties niet alleen nieuwe technische snufjes en maximale vrijheden meegeven, maar dat we ze ook de bijpassende sociale en emotionele intelligentie aanleren om ermee om te kunnen gaan.”

Ivo van Woerden