Riskant leven

De weerzin tegen het solidariteitsprincipe in de zorg groeit.

De kosten van het Nederlandse zorgstelsel rijzen de pan uit, geen wonder dat de regering naarstig speurt naar bezuinigingsmogelijkheden. Elk plannetje (tegengaan van de wildgroei in pgb’s, verhoging eigen bijdrage voor zus of zo) kan rekenen op massale verontwaardiging, vaak vergezeld van protestbijeenkomsten op het Malieveld tegen het aanpakken van de zwakkeren in de maatschappij.

Tegelijkertijd valt onder de bevolking, althans het gedeelte daarvan dat op internet tettert over dit soort zaken, een groeiende weerzin te detecteren tegen het solidariteitsprincipe in de zorg. Al die uitvreters die hun hele leven zware shag roken, te veel alcohol drinken en zich volproppen met friet en slagroomgebak hoeven niet langer te rekenen op de bereidheid van brave, gezond levende medeburgers om te dokken voor de onvermijdelijke ziektekosten die dergelijk riskant gedrag met zich meebrengen. Omhoog met de zorgpremies voor mensen die er maar op los leven! Volgens het CBS onderschrijft 55 procent van de Nederlanders de afschaffing van het solidariteitsprincipe, en ex-hedonist, tegenwoordig lector leefstijlverandering Rob Oudkerk hoort daar ook bij. Bij Pauw & Witteman mocht hij uitleggen hoe de maatschappij er gezonder, rechtvaardiger en betaalbaarder op zou worden als we de onverantwoordelijken onder ons de financiële duimschroeven zouden aandraaien.

Bij deze frisse, no-nonsense-aanpak wordt uit het oog verloren dat solidariteit, oftewel de spreiding van financiële risico’s, geen doel is maar een middel. Het doel is om de kosten van de zorg voor de maatschappij als geheel zo laag mogelijk te houden met behoud van kwaliteit. Er zijn tal van middelen om dit doel na te streven: een verplicht verzekeringssysteem met verplichte zorgpremie is er een van. Uitkleding van het basiszorgpakket, waarbij mensen individuele aanvullende verzekeringen kunnen nemen, is er ook een. Premies variëren naargelang objectieve demografische kenmerken, zoals leeftijd, reeds bestaande aandoeningen en de bereidheid om een hoog eigen risico aan te gaan.


Het zou heel eigenaardig zijn om in de voorwaarden van een ziektekostenverzekering ineens fuzzy leefstijlbepalingen op te nemen, waarvan de bijdrage aan de totaalkosten moeilijk vast te stellen is. Grosso modo pakken voor iedereen (met of zonder gezonde levensstijl) de zorgkosten sowieso het duurst uit gedurende de laatste levensjaren. Ongezond leven verkort de levensduur en kan in bepaalde rekenmodellen ook weer licht besparend werken.

Hoe dit ook zij, roken of overgewicht meetorsen valt ongetwijfeld onder verwerpelijk gedrag, maar rokers en drinkers kunnen glashard liegen. De obesen kunnen wijzen op een geheimzinnige genetische aandoening die in de familie rondwaart. Huisartsen en specialisten zullen hun patiënten niet aangeven bij de verzekeringsmaatschappij. Zullen werkgevers, buren of vrienden de boosdoeners erbij lappen? Ik zie het niet gebeuren, dus moeten er onafhankelijke inspecteurs komen die de vrijetijdsbesteding van verzekerden onder de loep nemen. En als ze toch bezig zijn, kunnen ze meteen checken of betrokkenen zich wellicht te buiten gaan aan heroïnegebruik, skateboarden, als een ongeleid projectiel door rood fietsen of onveilige seks.

Die inspectie komt er niet, want het is te ingewikkeld en vooral te duur om verzekerden te controleren. Het lukt verzekeringsmaatschappijen al niet eens om de achterstallige premies van wanbetalers te innen! Het aantal mensen met een betalingsachterstand van meer dan een half jaar op hun zorgpremie groeit gestaag en ligt nu op driehonderdduizend. IJskoud de rekening in de prullenbak gooien is een veel grotere misstand dan dat rokers en obesen de normale mep betalen. Wanbetalers rekenen erop dat ze gewoon medische hulp krijgen, en die krijgen ze ook. De rekening wordt betaald uit de algemene middelen. In dit licht lijkt het beboeten van een dubieuze levensstijl op het poetsen van het gasfornuis terwijl de melk overkookt.