Verliefdmakend

Op een vrouw als Annie Clark zou ik verliefd kunnen worden, maar dat is niet de reden dat ik haar platen adoreer. Ze mag dan een uitzondering zijn op het adagium dat de mooiste vrouwen vaak de vreselijkste muziek maken, toch komt mijn verrukking omtrent haar persoon uit een heel andere hoek: zij was het eerste meisje dat mij enkel en alleen door haar gitaarspel in opperste vervoering bracht. Op Strange Mercy neemt die opwinding bijna gekmakende proporties aan: de solo in Cruel is zó wreed en de riff aan het slot van Hysterical Strength klinkt ook al precies als de titel van de song doet vermoeden.

Hoewel Annie ‘St. Vincent’ Clark zichzelf terecht op de eerste plaats als een gitarist beschouwt, is zij ook singer-songwriter van uitzonderlijke klasse. Tijdens het maken van Strange Mercy schoof zij de computer, de tool die zij voorheen gebruikte bij het componeren van de twee andere platen, rigoureus opzij om gewoon weer eens elf stem+gitaar-liedjes te schrijven. Niet dat daar ook maar iets van terug te horen is op het album: het klankbeeld is zó gelaagd en gepland chaotisch dat je deze plaat wel twintig keer moet beluisteren om alles te hebben gehoord. Wat je wél hoort, is dat de liedjes als liedjes gewoon kloppen, en dat is weleens anders bij dit soort caleidoscopische producties. Op Strange Mercy toont St. Vincent zich vooral de vrouwelijke pendant van het tegendraadse snarenwonder Adrian Belew, een man die ik mateloos bewonder, maar op wie ik absoluut niet verliefd zou kunnen zijn. En daarom is het zo fijn, dat er vrouwen als St. Vincent zijn.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ruud Meijer