Oranje-biograaf Dorine Hermans: ‘Ik ben historica, geen relmuis’

“Ik heb nu eenmaal de twijfelachtige eer dat de Koningin mijn boeken recenseert.” Zo omschrijft historica Dorine Hermans de ophef rondom haar boek Wie ben ik dat ik dit doen mag. Hermans kreeg felle kritiek van de RVD op de door haar opgetekende huwelijkscrisis tussen Koningin Beatrix en prins Claus. Volkskrant-hoofdredacteur Phillipe Remarque besloot bovendien op het laatste moment een groot artikel over de uitspraken van Huub van ’t Hek, die Hermans in haar boek aan het woord laat, in te trekken. Remarque was van mening dat het artikel te veel op de woorden van Van ’t Hek leunde. Zuur voor Hermans, want over het artikel was al tijden geleden overeenstemming bereikt. Een dag later haalde een uitgekleed artikel nog wel de krant.

Wat vindt u van alle aandacht?

“Natuurlijk wist ik dat het hoofdstuk over Claus wel wat aandacht zou genereren, maar ik wist niet dat het zo’n story zou worden. Eigenlijk wil ik er vanaf nu niet meer over praten, ik heb er echt geen zin meer in.”


Het Koninklijk Huis en de RVD zijn niet gecharmeerd van uw publicaties.

“Tja, zij vinden dat ik al vier boeken lang irritant doe over de Majesteit. Dat begon al bij de biografie van Pieter van Vollenhoven, waaraan hij zelf trouwens actief meewerkte. Uit gesprekken met zijn intimi kwamen een heleboel dingen naar voren over het privéleven van zijn schoonzusje, Beatrix. Het boek dat daarna kwam, over het leven aan het koninklijke hof, vond de RVD ook niet leuk. Over Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren, dat ik samen met Daniela Hooghiemstra schreef, liet de koningin zich zelfs persoonlijk uit. Zij vond dat het een eenzijdig blik over haar voorouders gaf. Kortom, ze zijn bij de RVD dus niet echt dol op me.”


Misschien moet u dan maar een keer op persoonlijk gesprek bij de koningin?

“Als dat al mogelijk is natuurlijk. Nee, ik vraag me af of dat wel zo slim zou zijn. Als ik haar zou kennen zou ik misschien bevooroordeeld over haar gaan schrijven. Ik wil gewoon schrijven wat ik heb gevonden. Maar ik ben er niet op uit het Koninklijk Huis op stang te jagen. Als historica bestudeer ik gewoon de monarchie zoals iemand vlinders zou bestuderen. Ik was nooit van plan de koningin boos te maken. Als mens is het niet leuk om iemand aan het woord te laten die dit soort persoonlijke dingen over haar overleden man zegt. Maar als historicus was het van belang. De dingen die Huub van ’t Hek heeft verteld pasten naadloos bij uitspraken van Claus uit het verleden. Bovendien zijn mijn bevindingen relevant voor het heden omdat we willen weten hoe bijvoorbeeld Willem-Alexander is opgegroeid en onder welke druk de kleine Amalia moet leven. Dat is allemaal een beetje duidelijker geworden door het verhaal van Claus.”


U zou te gast zijn bij Pauw en Witteman, en later bij EenVandaag. Uiteindelijk wilden ze u toch niet. Gaat u nog op televisie verschijnen?

“Ik heb genoeg televisie-aandacht gehad. Ik ga vanaf nu niet meer over de ruzie met de Volkskrant praten. Ik ga lezingen geven en over mijn boek praten. Daar ben ik wel aan toe. Een van de lezingen gaat mogelijk op Paleis Soestdijk plaatsvinden, dat is eigenlijk wel een beetje gek. Ik hoop dat bij de lezingen mijn gehele boek alle aandacht krijgt die het verdiend. Het is toch mijn kindje, en het is vreselijk als alles uit zijn verband wordt gerukt. De rest van het boek is namelijk boeiend genoeg.”


Wat doet de ruzie met de Volkskrant en de RVD met u persoonlijk?

“Je kan niet regisseren wat er gebeurt. Mijn boeken hebben vaak een onwaarschijnlijk effect gehad. Toen de koningin boos was over mijn vorige boek kwamen filmploegen uit Duitsland en Londen voor mijn huis staan. Daniele Hooghiemstra en ik stonden in buitenlandse kranten op de voorpagina’s. Gekkenhuis, en erg vermoeiend bovendien.”


U zoekt die aandacht toch zelf op?

“Nee, die komt naar mij toe. Ik probeer juist niet over te komen als relmuis. Dat is niet iets wat ik beoog. Ik ben historica, geen ruziezoeker. Ik weet nog dat Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren ‘hét sensatieboek’ werd genoemd door De Telegraaf. Ja, toen vlóóg iedereen naar de winkels om het boek te lezen. Achteraf kwamen er mensen op me af die zeiden: ik heb het boek gelezen, maar wat was er nou zo sensationeel aan? De uitgeverij vindt zoiets natuurlijk fantastisch. Die zijn blij met mij. Om met de woorden van Reve te praten: het boek wordt gezien!”


Als de RVD dan op zo’n felle toon op uw boek reageert, wat doet dat dan met u?

“Ja, met de snoeiharde reactie van de RVD ben ik het echt niet eens. Zij zeggen dat de woorden van Van ’t Hek een verminking van de nalatenschap van Claus is. Dat gaat te ver. Claus wordt door Van ’t Hek echt niet van moord beticht of zo. Maar ik mag me niet laten stoppen door zulke reacties. Zoiets houdt mij niet tegen. Ik vind gewoon dat ik moet blijven staan voor de dingen die ik doe. Ik weet hoe het zelf zit, mijn omgeving weet hoe ik doe en mijn boeken spreken voor zich volgens mij.”


U blijft dus over het Koninklijk Huis schrijven?

“Absoluut. Sterker nog, op 15 november komt mijn nieuwe boek Ik mag ook nooit iets uit. Dat wordt een bloemlezing over de uitspraken van Willem-Alexander. Het wordt gewoon een leuk boekje, niet zo controversieel denk ik. Maar ja, inmiddels weet je het niet meer he?”

matthijs prinzen