Die vermaledijde kerels ook!

Het eerste artikel van ‘publiciste’ Heleen Crul dat ik las, ging over de babyboomers, die verguisde generatie waar ze zelf deel van uitmaakt. Haar generatiegenoten zouden zich niets moeten aantrekken van de eeuwige kritiek op hen en gewoon lekker verder leven. “Die trektocht door Amerika met een camper die je je hele leven al hebt willen maken, moet dus eindelijk eens geboekt worden,” schreef Crul. “Die cursus kunstgeschiedenis, filosofie of golfen kan ook niet meer wachten.”

De stukken van Crul, die verschijnen in kwaliteitskrant NRC Handelsblad, gaan vaak over de mannenmaatschappij waarin we nog altijd schijnen te leven. Hierover schreef ze eerder ook een boekje, waarin staat dat er in de prehistorie machtige vrouwenrijken bestonden. Behalve landbouwmethoden en allerlei werktuigen zouden de vrouwen uit die tijd het schrift en de wetenschap hebben uitgevonden.

De mannen die vervolgens aan de macht kwamen, vernietigden de vrouwenrijken en de herinnering eraan; vandaar dat geschiedenisboeken er geen melding van maken. Omdat woorden als ‘wetenschap’, ‘zeevaart’, ‘politiek’, ‘rechtspraak’ of ‘architectuur’ vrouwelijk zijn, weten we toch dat die vrouwenrijken hebben bestaan, aldus Crul.

In haar laatste artikel, gepubliceerd in NRC Handelsblad van 1 oktober, stelt Crul vast dat de Nederlandse taal in hoog tempo sekseneutraal aan het worden is, waardoor alle feministische successen teniet worden gedaan.

Opnieuw zijn de mannen de schuld daarvan, want het begon toen zij vrouwenberoepen gingen uitoefenen. Ik dacht altijd dat feministen daar juist voorstander van waren, maar volgens Crul heeft het ertoe geleid dat de namen van die beroepen in hoog tempo wijzigden. Je was geen vroedvrouw of verpleegster meer, maar verloskundige of verpleegkundige.

Door de toestroom van die vermaledijde kerels dreigen uitgangen als -ster, -trice, -in, -es of -e nu in zijn geheel te vervallen. Wat overblijft is de mannelijke of soms de onzijdige vorm. Als redactrice, agente of docente word je volgens Crul niet meer serieus genomen, want ‘de mannelijke beroepsnamen drukken uit dat je ‘het hebt gemaakt’.


Deze ontwikkeling is ‘het zoveelste bewijs’ dat de emancipatie in Nederland zich op mannenvoorwaarden voltrekt, aldus Crul. “Al die mannelijke kwalificaties van beroepen ontnemen bovendien het zicht op de grote bijdrage die talloze vrouwen aan onze samenleving leveren.” Daarnaast leiden sekseneutrale aanduidingen tot ‘versluiering van de werkelijkheid’. Neem nu het woord ‘ouders’: door dat te gebruiken ‘wordt het aanzienlijke aandeel van vrouwen in de opvoedingsactiviteiten en hulp op school nog eens verdoezeld’.

Heleen Crul doet me denken aan de Turkse man die in 2001 de ombudsman inschakelde omdat hij vond dat uitdrukkingen als ‘aangaan als een Turk’ en ‘zo zwart zien als een Turk’ uit het woordenboek verwijderd moesten worden. Feitelijk wilde hij woorden discrimineren om zijn eigen vermeende discriminatie tegen te gaan.

De Turkse man en Crul denken dat de werkelijkheid verandert door de taal te veranderen. Binnen dictaturen kan dat misschien werken, in een democratie is hooguit het omgekeerde het geval.

De stukken van Heleen Crul tonen aan dat ze geen feministe is, maar een vrouwenhater, net als de meeste feministen – al hebben ze dat zelf nooit in de gaten. Wie denkt dat de maatschappelijke verdiensten van vrouwen staan of vallen met de beroepsnaamaanduiding, heeft geen enkel vertrouwen in die verdiensten, wat ook blijkt uit de absurde eis om ouders moeders te willen noemen. Vergeleken met haar theorie van de vrouwenrijken is het creationisme een loepzuivere vorm van wetenschap.

Het is tijd dat Heleen Crul een lange camperreis door Amerika gaat maken, liefst in combinatie met het volgen van een heleboel cursussen.