Het economisch tekort

Sinds 1990 ben ik een trouw lezer van het Britse zakenblad The Economist. Dat is niet voor niets. Het blad is toonaangevend in de wereld, schrikt niet terug voor pedante beleidsadviezen en draagt sinds de eerste uitgave in 1843 (!) consequent het idee uit dat de wereld beter wordt als die volgens economische principes wordt ingericht. De vrije markt en de liberale democratie, dat zijn de wegen naar vooruitgang en succes. Een onverbloemd kapitalistische boodschap. Het tijdschrift gaf steun aan de hervormingen van Margaret Thatcher, ook toen die begin jaren tachtig de economische neergang van Groot-Brittannië nog verder leken te verdiepen.

The Economist is nog steeds zeer informatief, al proef ik de laatste jaren een neiging tot politieke correctheid en het afvallen van beleidskeuzen die eerst van harte werden aanbevolen. Jarenlang is er geroepen om ingrijpen in Irak en vergaande belastingverlagingen, maar toen George W. Bush het blad op zijn wenken bediende, was het ineens niet goed meer. Dat kun je voortschrijdend inzicht noemen, maar ook een soort zigzaggen (waar Thatcher Bush Senior in 1990, na de inval van Saddam in Kuweit, voor waarschuwde). Dat weerhoudt het blad er niet van doortastende maatregelen te blijven eisen, liefst zo bold mogelijk. Politici die zulke maatregelen niet nemen, kunnen op afkeuring rekenen. Zo krijgen besluiteloze Europese politici de schuld van de voortslepende eurocrisis, niet de financiële markten waar deze pan vandaan komt. Markten kunnen niks fout doen, ze registreren slechts verwachtingen.

Ik kan deze visie op de markten goeddeels volgen. Sterker, sinds het uitbreken van de kredietcrisis ervaren we de kracht van de markten pas goed en wordt iedereen met schulden eraan herinnerd dat er ook een tijd van afrekenen is. In die zin doen de markten hun tuchtigende werk. Maar dat kan niet verbloemen dat ze eerst een enorme speculatieve luchtbel hebben laten ontstaan waarvan je de politici niet zomaar de schuld kunt geven. Het zal best dat politici in Amerika goedkope hypotheken hebben gestimuleerd, maar het was aan de banken om daar vorm aan te geven. De politiek moest op afstand worden gezet; die wist niks van economie. Dat is nog steeds zo. Maar de kern van de zaak is dat de financiële wereld zichzelf niet afdoende heeft gecorrigeerd: niet vóór 2008, en ook niet erna, toen de luchtbel wel is doorgeprikt, maar te snel is gedacht dat het feest weer verder kon. Ondanks duizelingwekkende ‘herkapitaliseringen’, drie jaar terug met belastinggeld gegarandeerd, houden de geldjongens opnieuw hun hand op en hebben ze ook nog het lef om vertwijfelde politici tot actie te manen.


Dan zou het helpen als de economische wetenschap raad kon bieden. Maar dat kan ze niet. De laatste drie jaar zijn er biljoenen in de economie gepompt, volgens een Keynesiaans recept dat in de jaren zeventig niet meer werkte en sinds Thatcher heeft afgedaan. Het monetarisme dat sinds 1980 de toon zet, heeft de kredietcrisis niet kunnen voorkomen. Het Duitse anti-inflatiemodel dat voor de hele eurozone geldt, heeft voor Duitsland goed gewerkt, maar zet nu Zuid-Europa klem. Tegelijk moeten Duitse economen niks hebben van de Europese reddingsplannen, terwijl The Economist juist voor heel Europa de euro aanbeval. Kun je bij zo weinig consensus politici verwijten dat zij geen daadkracht tonen?

Ik ben historicus, geen econoom. Maar mij vallen een paar ongerijmdheden op. De geldwereld bedient zich nu van dezelfde chantagepraktijken als de Britse vakbonden in de jaren zeventig en eist kapitaal dat ze zelf zou moeten leveren, zoals Labour banen eiste toen het zelf in staking was. Het mondiale kapitalisme is niet transparant, maar heeft voor een ondoorzichtig vlechtwerk gezorgd dat even kafkaësk is als de al langer verguisde overheden. En de rijken bepleiten zelfredzaamheid, maar hoeveel rijken houden werkelijk hun eigen broek op? Niet veel, dacht ik. In theorie vraagt dat om een nieuw soort socialisme, maar daar gelooft in de praktijk niemand meer in.