Poseurtje

Begin september verscheen een nieuwe vertaling van vroeg werk van Tolstoj, bij een kleine groep liefhebbers bekend van klassiekers als Anna Karenina, of het obscure Oorlog en vrede.

Studentenjaren is het derde en laatste deel uit de reeks waarin Tolstoj zijn jeugd en adolescentie beschreef. De drie delen verschenen tussen 1852 en 1856, tussen zijn 24ste en 28ste, ruim vóór de grote werken. Hoofdpersoon Nikolaj Irtenjev is een arrogante, doodonzekere, ambitieuze, luie, verwende, dweepzieke poseur. Anders gezegd: hij is zestien. Irtenjev wordt als een veelbelovende jongeman beschouwd, vooral door zichzelf, en hij zou moeten studeren – maar hij heeft vooral een groot talent om afleiding te zoeken en onder het werk uit te komen: “Als het raam er nu meteen uitgaat wanneer ik meetrek, dacht ik, dan is dat een voorteken en dan hoef ik vandaag niet meer te werken.”

Irtenjevs schepper greep waarschijnlijk terug op zijn eigen leven. Tolstoj zakte voor vrijwel elk vak, weten we dankzij Karel van het Reve: “De examinator [aardrijkskunde] was een vriend des huizes en vroeg om het hem makkelijk te maken naar Franse havensteden, maar Tolstoj kon er niet één noemen.”

Tolstoj staat niet bepaald bekend als een komediant, maar Studentenjaren is een boek dat je met een permanente glimlach leest. Niet dat het vol staat met grappen en punchlines, maar Irtenjevs pedanterie en zijn vermogen om zichzelf voor de gek te houden, worden even genadeloos als liefdevol beschreven. Tolstoj spaart zijn held niet, toch kun je het niet helpen sympathie voor hem te voelen. En je hoeft niet van Russische adellijke afkomst te zijn om je te herkennen in zijn worstelingen. Of in zijn overmoed.

De vertaling van Arthur Langeveld is trouwens erg goed: het boek klinkt alsof het rechtstreeks in het Nederlands is geschreven en nergens lees je er het origineel doorheen.


Lev Nikolajevitsj Tolstoj: Studentenjaren. Hoogland & Van Klaveren, €22,50. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Dries Muus