Verstandig facebooken, hoe doe je dat?

Het ochtendritueel van mijn grootouders bestond uit ontbijt, thee en de krant. Het mijne – en als ik de cijfers mag geloven, dat van zo’n 750 miljoen andere wereldburgers – bestaat uit ontbijt, thee, de krant, e-mail en Facebook. Onze rituele dans met apparaten wordt een steeds uitgebreidere tango. En nog zijn we verbaasd dat we te weinig tijd hebben. Als je de eindeloze rij statusupdates op Facebook voorbij ziet komen, vraag je je af hoe lang we hiermee doorgaan. We moeten toch ooit Facebook-moe worden? Maar het feit dat nu zowat alle generaties facebooken, doet vermoeden dat we elkaars ijdelheid nog wel een tijdje blijven faciliteren. Het is trouwens lang niet alleen maar ijdelheid; zit je niet op Facebook, dan mis je lezingen en feestjes in real life. Dus moeten we er maar mee leren omgaan. Matigheid betekent het midden houden tussen twee uitersten. Maar bij sociale media vernieuwt de inhoud zich continu, ideaal dus om elk leeg moment mee op te vullen. Wat is verstandig gebruik van sociale media? En hoe kunnen we dat leren?

“Je hoort de laatste tijd veel berichten over de negatieve effecten van sociale media. Maar dat ze onze hersenstructuur zouden aantasten, zoals Nicholas Carr beweert, is een hypothese, geen feit. In ons onderzoek naar de invloed van sociale media op jongeren tussen tien en achttien jaar zien we bij de grote meerderheid juist positieve effecten. Sociale media dragen bij aan hun zelfvertrouwen, sociale competenties en het onderhouden van vriendschappen. Maar dit geldt alleen voor de jongeren die er normaal mee omgaan. Als ze verslaafd raken, draaien al deze effecten om en komen andere activiteiten in het gedrang, zoals huiswerk en met vrienden afspreken.

“Maar wat is normaal en wat is excessief? Dat is een uitdaging voor zowel volwassenen als kinderen. We moeten leren grenzen aan onszelf te stellen, zeker in een maatschappij waarin de verleidingen op ons afkomen. De commercie heeft zulke sophisticated technieken om ons te verleiden dat het moeilijk is je eraan te onttrekken. Als we dit niet leren, zullen in de toekomst praatgroepen ontstaan om ons te helpen met sociale media om te gaan. Het is dus de taak van ouders en docenten om kinderen hierin matigheid bij te brengen. En bij echte verslaving moet je professionele hulp zoeken.”

“We weten veel te weinig van onze privacy, en daardoor letten we er te weinig op. De meeste mensen denken dat ze gewoon leuke dingen op Facebook zetten, maar achter de schermen vindt handel in onze gegevens plaats. Ook wordt elke site die we bezoeken geregistreerd. Bedrijven, verzekeraars, banken, de overheid en de politie doen hieraan mee. Zo loop je het risico dat de bewijslast wordt omgedraaid: er ontstaat een bepaald beeld van je, en bewijs jij maar eens dat het niet zo is.


“Tijdens een toespraak aan de universiteit had ik mijn studenten gegoogled en een presentatie gemaakt met hun persoonlijke gegevens. Ze waren not amused. Wat bleek? Soms willen mensen geen privacy, bijvoorbeeld op een feestje bij hun vrienden, en soms wel. Wat ze vooral willen, is hun leefwerelden gescheiden houden. In het offline-leven lukt dat, want je kunt kiezen wat je aan wie prijsgeeft. Maar bij sociale media gaat dat níet: anderen gaan met jouw gegevens aan de haal én zetten er dingen over jou op.

“Helemaal stoppen met sociale media is een illusie, maar drie dingen kunnen we wel doen. Ten eerste moeten we zelf kritisch kijken wat we kunnen met de privacy-instellingen en daar gebruik van maken. Ten tweede moeten overheden sociale-mediabedrijven kunnen verplichten om ons ruimere en gemakkelijkere privacy-opties te geven. Telkens wanneer Facebook zijn privacy-opties verandert, lijkt dat om het ons expres moeilijker te maken en meer gegevens los te krijgen. Ten derde moeten we ons informatica-onderwijs moderniseren. Mijn kinderen leerden op school hoe ze een powerpointpresentatie moesten maken. Hopeloos achterhaald! Je moet leren hoe kwetsbaar je bent online, wat je rechten zijn en hoe je dat zelf in de hand kunt houden.”

“Hoe vaker je hoort over ‘gezond verstand’, hoe zekerder je weet dat we momenteel niet verstandig zijn. Het is net als met de roep om meer transparantie: die is er alleen als we intransparantie tegenkomen.

“Het internet is nog relatief jong, en dus zijn ook wij online nog niet volwassen. Het verleidt ons tot onverstandig gedrag, net als de liefde. Facebook appelleert aan onze emoties; zelfs bij de Arabische revoluties groepeerden sociale media mensen rond één emotie: boosheid. Dat werkt verstandigheid niet in de hand, maar het is wel een mooi middel om mensen te mobiliseren. Ook is het juist leuk om onverstandig te zijn en te gluren bij de buren. De saaiste mensen op Facebook zijn degenen die precies weten wat ze wel en niet moeten doen.


We kunnen wel concepten bedenken om er verstandiger mee om te gaan. Bij een verslaving aan sigaretten, wijn of chocolade ga je eerst cold turkey, en daarna probeer je gematigd te genieten.

“Maar we moeten ons afvragen hoe instrumenteel we willen dat onze relaties worden. Onze kring van weak ties is heel ruim geworden. We kunnen weten waar iemand mee bezig is en even een felicitatie of een ‘hoe gaat het?’ afhandelen via Facebook. Maar échte vriendschappen delven soms het onderspit. En sommige mensen veronachtzamen hun echte omgeving. Misschien hebben we wel allereerst een rijkere taal nodig voor de verschillende vormen van vriendschap, net zoals eskimo’s veel verschillende woorden voor sneeuw kennen. Wij kennen nu alleen: vriend, kennis, collega. Nu zien we ook al de ‘facebookvriend’ en de ‘volger.’ Er zullen beslist meer termen bijkomen.”

Isabelle Buhre