Waarom kan ik niet juichen voor tafeltenniskampioene Li Jiao?

Ik weet, er zijn belangrijker zaken, maar ik heb dit gedenkwaardige sportweekeinde (we wonnen een wereldtitel, een Europese titel, en we vielen op onze turnkont in Tokio) afgesloten met een knagend gevoel van onvrede en de sluimerende idee dat ik me daarvoor moet schamen. Ik heb een innerlijk taboetje ontdekt.

Dit is het geval: mijn oranjegevoel laat me in de steek.

Ik kan geëmotioneerd voor de buis zitten als we een schaatstitel winnen of zoals lang, lang geleden, een beker halen tijdens een internationaal voetbaltoernooi. Zwemmen onze meisjes tijdens de Olympische spelen eens het snelst de 50 meter vrije slag: tranen met tuiten.

Maar toen ik gisteren in een sportprogramma zag dat de Nederlandse tafeltennister Li Jiao Europees kampioen is geworden, deed het me niks. En dat is niet, geloof me, omdat ze een kleurtje heeft of scheve ogen. Het is de wetenschap dat we Li Jiao naar Nederland hebben gehaald omdat ze zo goed kan tafeltennissen. Ik citeer even van haar Wikipedia-lemma: ‘Li Jiao werd tijdens haar jeugd in China gezien als een redelijke speelster, maar kreeg te horen dat ze niet goed was om internationaal door te breken. Ze wilde daarop eigenlijk haar batje opbergen, maar werd door DOV uit Heerhugowaard overgehaald naar Nederland te komen en voor hen te spelen. Hoewel Li Jiao daarna meermaals van club wisselde, bleef ze in Heerhugowaard wonen. Ze verkaste nog van DOV naar NAK/Den Helder en vervolgens naar MF Services/Fürst in Heerlen.’

Ze was dus te slecht om in China aan de bak te kunnen, maar blijkt tussen de tafeltennissers van de lage landen zo goed dat ze inmiddels alleen nog maar bij de mannen mag spelen en ook daar Nederlands kampioen werd. Begrijp me niet verkeerd; ik gun Li Jiao alle succes van de wereld, een mooi en gelukkig leven in Heerhugowaard en ze moet ook lekker alle Nederlandse mannen van de tafel blijven slaan. Maar laten we dan gewoon zeggen dat de Chinese Li Jiao Europees kampioen is geworden.

Zo is er ook een hele sloot Afrikaanse hardlopers die we hebben verhollandst, schakers en andere (sup)topsporters. Ik vind het fantastisch dat ze goed in hun sport zijn. Maar ik ben kennelijk te bekrompen om dat als een Nederlands succes te ervaren, alleen omdat we ze een paspoort hebben gegeven.

Niks aan te doen. En onze honkballers dan, vraagt u misschien? Ik heb de ABC-eilanden klaarblijkelijk in mijn hart gesloten. Mooie prestatie van ‘ons’. En dat we in Tokio op onze kont zijn gevallen, daar baal ik stevig van. Maar eerder dan dat als een ramp te ervaren, zie ik zo bevestigd dat we kennelijk te weinig goeie turners hebben. Als Nederland. Soit!

frank poorthuis