Deugt de vleeseter wel?

Onlangs, met het mooie nazomerweer, werd ik uit-genodigd voor een barbecue. Ik verheugde me op kippepootjes en hamburgers, dus mijn teleurstelling was groot toen ik me in een gezelschap van fanatieke vegetariërs bleek te bevinden. De tofu en de paprika’s lagen al aanlokkelijk voor onze neus aan te branden. “Uit onderzoek is gebleken dat vegetariërs intelligenter zijn dan vleeseters,” zei de een met een zelfvoldane glimlach. “Het is ook gezonder. En gewoon moreel beter,” voegde een ander toe. Wat kon ik nog zeggen? ‘Mijn complimenten aan de chef’ zou niet echt gemeend zijn. Paul McCartney zei eens dat als slachthuizen glazen muren hadden, iedereen vegetariër zou zijn. Dat lijkt me best waarschijnlijk. Veel vleeseters mijden expres de documentaires met beelden van veetransport en massaslacht. En als je ’s avonds je kat knuffelt na net een ander dier op te hebben gegeten, kun je je best hypocriet voelen. Moeten we ons schuldig voelen als we vlees eten? En moet je je als vleeseter aanpassen aan de normen van vegetariërs wanneer je met hen eet?

“De mens is fysiologisch gezien een alleseter. Je begint dus vanuit je directe omgeving te kijken hoe je daaraan kunt voldoen. Wij wonen in een vochtig klimaat, waarin het lastig is om hoogwaardige vegetarische producten te verbouwen. Veel land is grasland, dus het is logisch dat we koeien houden voor melk en vlees. Als heel Nederland vegetarisch zou leven, zouden we een zwaar beroep moeten doen op landen die groenten produceren, zoals India en de Palestijnse gebieden. Het eten daar zou duurder worden.

“Dieren kunnen prima efficiënt worden gehouden om voedingsmiddelen voor de mens te verschaffen, terwijl we ze toch respectvol behandelen: als wezen, en niet als ding. Ze mogen zo min mogelijk pijn worden gedaan.

“Het eten van dieren past bij de waarde die we toekennen aan het dier. Ook is het een cultureel gebruik. Binnen de islam en het jodendom bijvoorbeeld is veel respect voor de rol van het dier. Wij denken alleen aan ritueel slachten, maar er zit een zorgvuldige manier van dieren houden achter.

“Als ik vegetariërs te eten heb, geef ik ze uiteraard vegetarisch eten. Ook vind ik het niet erg om bij hen vegetarisch mee te eten, als ze er moeite mee hebben vlees te bereiden.”

“Ik eet geen dierlijke producten, ook niet als ik word uitgenodigd op een diner. Wel laat ik dat van tevoren weten. Als wij thuis mensen uitnodigen, koken we vegetarisch. Ik vind het onprettig om te eten met mensen die wel vlees eten. Die zijn niet immoreel, maar ze dóen wel iets immoreels, net als mensen die nu nog slaven zouden houden.

“Als vleeseter moet je meegaan met de normen van vegetariërs. Vlees eten brengt schade en leed toe aan dieren, aan toekomstige generaties en aan het milieu. Het is dus immoreel, maar dat is een grote blinde vlek in onze samenleving.


“In Nederland zijn 450 miljoen slachtdieren, die ernstig lijden onder de omstandigheden in de intensieve veeteelt. Daarnaast heeft vlees eten consequenties voor onze ecologische voetafdruk: voor het produceren van veevoer worden in Zuid-Amerika bossen gekapt. Je eet feitelijk tropisch bos als je vlees eet. Dat heeft grote gevolgen voor de levensvatbaarheid van de planeet.

“Er zijn geen redelijke argumenten waarom een mens moreel gezien meer waarde heeft dan een dier. Toch maken we ons voortdurend schuldig aan speciecisme: discriminatie op basis van de soort. De meeste mensen handelen alleen moreel ten opzichte van mensen hier en nu – niet ten opzichte van dieren, toekomstige generaties en mensen in de derde wereld.

“Het lijkt misschien alsof ik mijn opvatting wil opdringen, maar leed en schade toebrengen is nu eenmaal slecht.Ik hoop dat we in de nabije toekomst terugkijken op vlees eten zoals we nu kijken naar kolonialisme en slavernij.”

“Je moet met vegetariërs rekening houden zoals met andere voorkeuren: als je weet dat iemand ergens niet van houdt, ga je hem dat niet voorschotelen. Dat is fatsoenlijk. Maar je hoeft met vegetarisme niet méér rekening te houden dan met andere smaakvoorkeuren. Dat suggereert dat vegetariërs moreel hoogstaander zijn, en dat is niet zo.

“Wel is het moreel goed om maatvol te zijn, ook met betrekking tot vlees eten. Wie ongeremd vlees eet, is niet alleen ongezond bezig, maar ook moreel slecht. Ook is het een morele kwaliteit om rekening te houden met de manier waarop voedsel wordt geproduceerd. Maar het gaat mij te ver dat je je schuldig moet voelen over het eten van vlees. Schuld is een term uit de interpersoonlijke verhoudingen of de verhouding tot jezelf. Je kunt je best schuldig vóelen ten opzichte van een dier, maar of dat schuldgevoel ook redelijk gerechtvaardigd kan worden is een andere vraag. Het suggereert namelijk dat je een afspraak hebt gemaakt met het dier.


“Utilitaristische filosofen menen dat pijn een evident kwaad is, ongeacht door wie en wanneer het ervaren wordt. Als je dus pijn kunt verminderen, ook dat van dieren, moet je dat doen. Maar dat lijkt me te simpel: het hangt af van de waarde die we aan pijn hechten. Het lijden van mensen is belangwekkender dan dat van dieren. Sommige pijn vinden we ook de moeite waard, terwijl we andere alleen maar slecht vinden. Sporters of kunstenaars gaan vaak expres tot een pijngrens voor datgene wat ze belangrijk vinden. Puur fysieke pijn is dus niet bepalend voor de morele betekenis ervan.”

Isabelle Buhre