Een goed gesprek met Boris Dittrich

Waar we zullen gaan eten? Daar hoeft Boris Dittrich (56) geen seconde over na te denken. Het wordt De Biltsche Hoek, het Van der Valk-wegrestaurant op een steenworp van zijn ouderlijk huis in Zeist. “Hier had ik mijn eerste vakantiebaantje,” aldus de Nederlandse advocacy directeur seksuele minderheden van Human Rights Watch in New York, oud-D66 politicus en voormalig rechter. “Dat was nog vóór mijn rechtenstudie.”

“Vroeger kende ik de hele menukaart uit mijn hoofd,” herinnert Dittrich zich. “Het waren grote, harde plastic exemplaren met een scherpe punt. Ook karakteristiek was het schaaltje appelmoes met in het midden één kers. Zo serveren ze dat nog steeds. Je moest toen van je eigen geld een zwart pak kopen, het salaris was twee gulden tien per uur. Al snel kwam ik tot de conclusie dat ik niet in de wieg ben gelegd voor de horeca. Ik had er het talent niet voor. Veel te ingewikkeld. De bestellingen kon ik niet onthouden, laat staan dat ik alle gerechten gelijktijdig uit kon serveren. Fooien kreeg ik nauwelijks, in tegenstelling tot mijn zus, die hier ook werkte.

“Nog even mocht ik achter het buffet drankjes inschenken. Dat was evenmin een succes. Thuis dronken we geen alcohol, ik had dus geen idee. Iemand bestelde een whisky, ik schonk een limonadeglas vol. Na twee maanden ben ik hier weggegaan. In de Utrechtse ijssalon Venezia heb ik daarna nog wel met veel plezier gewerkt. Heerlijk. Ik ben dol op ijsjes, vooral citroenijs.”

We zien je de laatste tijd weer wat vaker in Nederland, hoe komt dat?

“Mijn ouders zijn hulpbehoevend geworden. De afgelopen maand was ik hier bovendien om aan staatssecretaris van Justitie Fred Teeven een rapport aan te bieden over transgenders die in Nederland maar moeilijk hun wettelijke identiteit kunnen aanpassen. Maar er was ook een heel leuke privé-afspraak. Mijn man, de kunstenaar Jehoshua Rozenman, had de opening van zijn tentoonstelling Rusted Glass in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen.”

We beginnen met een trio van Hollandse garnalen en een mooi dun gesneden carpaccio.


Ik heb je zojuist opgehaald bij je ouders. Hoe is het met ze?

“Mijn vader is bijna 88, mijn moeder een jaar ouder. Gisteren mocht ze weer naar huis uit een revalidatiekliniek. De zorg die ik kan geven aan mijn ouders houdt me dag en nacht bezig. Zo heb ik mijn moeder na een heupoperatie weer terug naar huis verhuisd. Maar voor het zover was, kwam eerst iemand bij mijn ouders thuis kijken om te zien wat er moest veranderen. Een traplift hoefde nog niet, omdat moeder met haar stokken toch boven bij het bad kan komen. Het is zelfs goed voor haar om in beweging te blijven. Wel moesten alle drempels weg, en de bril van het toilet beneden moest hoger. Diezelfde middag stonden mijn moeder en ik in een speciale winkel in Zeist. Daar kochten we onze verhoogde toiletbril. Ik had nog nooit van zoiets gehoord.

“Het was verrassend te merken dat er speciale zorgwinkels zijn, waar je van alles kunt kopen om mensen langer thuis te laten wonen. Die winkel zat uitgerekend op de plek waar vroeger mijn favoriete platenzaak was gevestigd. Veertig jaar geleden kocht ik daar mijn eerste singletjes. Nu schuifelen oudere mensen, vaak met rollators, tussen rekken met hulpmiddelen. Er ging een wereld voor me open.

“Het was nog een kunst er te komen, zo in de laatste mooie dagen van dit seizoen. Iedereen zat op terrassen heerlijk te genieten in het nazomerzonnetje. Probeer daar maar eens met je stokken of looprekje doorheen te laveren. Mensen houden geen rekening met ouderen; ik moest vragen of ze hun stoel iets op wilden schuiven, zodat mijn moeder er langs kon. Je wordt dan heel vreemd aangekeken.”

Je zag de wereld ineens door andere ogen?


“Ja, door de situatie waarin mijn ouders nu verkeren, ga ik zelf ook anders naar dingen kijken.”

Is het voor oudere mensen in Nederland zo veel anders dan in New York?

“Jazeker. Daar worden ze veel meer aan hun lot overgelaten. Zelfredzaamheid is soms goed, maar niet als je oud, ziek, arm en hulpbehoevend bent. Ouderen vissen er etensresten uit vuilnisbakken. ’s Winters zoeken dakloze bejaarden, verloederd en verwaarloosd, beschutting in de metro. Soms moeten ze om geld bedelen. Wat dat betreft hebben we het in Nederland redelijk voor elkaar. Omgekeerd heeft Amerika veel oudere kapitaalkrachtigen. Ze kunnen hun eigen verzorging regelen. Heel anders dan in Nederland. Soms huren ze permanent begeleiding in: hulpjes die er voortdurend voor hen zijn. In Manhattan zie je veel zwarte Amerikaanse vrouwen of Aziaten hun rolstoel duwen; dankzij deze hulpen blijven rijke ouderen tot zeer hoge leeftijd deel uitmaken van de samenleving.”

Hoe is de situatie van je eigen ouders?

“Bijna iedereen uit hun omgeving is overleden. Hun wereld wordt steeds kleiner. Er zijn steeds minder mensen die iets voor ze kunnen doen. Dat was ook het grootste dilemma bij de beslissing van Jehoshua en mij om wel of niet naar New York te verhuizen. Toch bleek toen dat mijn moeder een heel sterke vrouw is. Toen ze hoorde dat we gingen, was ze aanvankelijk heel verdrietig, maar ze had meteen een oplossing. Ze kocht een computer om ons te kunnen mailen. Mijn zus leerde haar skypen. Ondanks haar hoge leeftijd videobellen we nu bijna elke dag. Het contact is nu intensiever dan toen ik in Nederland woonde.”


General manager Roel van Beekhoff van De Biltsche Hoek brengt trots de chateaubriand, mooi vlees, prachtig rosé gebraden door chef-kok Michel van den Berg. De tafel raakt vol schaaltjes groenten, diverse soorten aardappeltjes en, jawel, een bakje appelmoes mét kers.

Was de band met je ouders altijd zo goed?

“Op het moment van mijn coming-out, zo’n dertig jaar geleden, even niet. Mijn vader en moeder, toen eind vijftig, hebben behoorlijk wat tijd nodig gehad om aan mijn homo-zijn te wennen. Op een dag ging ik naar ze toe om te vertellen waarom mijn vriendin en ik een punt achter onze relatie hadden gezet; mijn ouders waren erg op haar gesteld en hadden dat altijd willen weten. Ik zei: ‘Ik heb er jarenlang over nagedacht, maar ik heb ontdekt dat ik homo ben en zo wil door het leven.’

“Moeder begon te huilen, vader stond op, en zei: ‘Jongen, jouw moeder en ik gaan zware tijden tegemoet. Wij voelen ons als bomen waar de takken van zijn afgerukt. Dit is een enorm kruis dat we de rest van ons leven zullen moeten dragen. Ga nu maar.'”

En dat deed je?

“Ik wilde ze ruimte geven. Bij het afscheid zei ik dat ik van ze hield en dat ze me altijd mochten bellen. Normaal liepen ze mee tot aan de auto, nu moest ik alleen naar buiten. Ik hoorde hoe de deur hard achter me werd dichtgedaan. Tijdens het instappen zag ik hoe mijn vader de gordijnen sloot, iets wat hij overdag nooit deed. Dat beeld is me altijd bijgebleven.”

Heeft die breuk lang geduurd?

“Een paar dagen later ging de telefoon. Mijn vader zei dat ze er heel veel verdriet van hadden, maar dat ze met me wilden praten. Ik heb ze bewust naar Amsterdam laten komen, in mijn eigen omgeving. Ze hadden veel vragen: of ik het zeker wist, of het mijn carrière zou schaden, of ik gezond zou blijven. Uiteindelijk concludeerden ze: we kennen je, je hebt er goed over nagedacht, ga je gang. Maar hang het niet aan de grote klok.”


Was je toen al lang uit de kast?

“Nee. Op mijn negentiende ging ik een jaar in Amerika studeren. Dat ik homoseksuele gevoelens had, wist ik al wel, maar ik wilde er nog niet aan toegeven. In Amerika kreeg ik een vriendinnetje, in de zomer van 1975 liftten we naar San Francisco. In een heel goedkoop hotelletje ontmoetten we drie studenten, homo, die ook op rondreis waren. ’s Ochtends gingen ze naar Castro Street (een bekende homobuurt, – red.), ze vroegen of we mee gingen. Mijn vriendin wilde naar de dierentuin, maar ik wilde er koste wat kost heen. Zo kwam ik met hen in een winkeltje met fotospullen. De eigenaar, een beetje een rare vent, vertelde volop over de strijd voor homorechten. We zaten in een grote kring om hem heen. Op een gegeven moment keek hij me doordringend aan en zei: ‘You! You are gay.’ Ik schrok me rot, haalde diep adem en ontkende.

“Jaren later zag ik een documentaire over de meest bekende homoactivist ter wereld, Harvey Milk. Hij schopte het tot wethouder van San Francisco, en werd uiteindelijk samen met de burgemeester door een homohater vermoord. Milk was de fotohandelaar uit Castro Street, zag ik meteen. Vreemd dat ik juist door hem ben ge-out.”

Nu treed je als directeur van Human Rights Watch in zijn voetsporen.

“Dat werk is me op het lijf geschreven. Het geeft me inspiratie voor de boeken die ik schrijf, en onlangs zelfs voor een theatervoorstelling.”

Heb je daarom in Hollywood op de planken gestaan?

“Klopt. Ik had een stuk geschreven over mijn ervaringen met de strijd voor mensenrechten in Kameroen. Een van de medewerkers had het naar een Hollywood-producent gestuurd. Het werd uitgekozen om te worden bewerkt tot een benefietvoorstelling – dat kwam helemaal uit de lucht vallen voor mij. Nog wat later vroeg ons kantoor in Los Angeles of ik kon komen voor de voorbereidingen en de repetities. Ze hadden al kanjers van spelers gestrikt als Annette Bening, Vincent Kartheiser en Keith David. Het leek me wel leuk, maar om nu helemaal naar de andere kant van Amerika te vliegen? Dus schreef ik: ‘Ik wil wel, maar kan ik dan nog een rol spelen in het geheel?’ Ik bedoelde: kan ik nog iets voor jullie betekenen, interviews geven of zo? Maar in het Engels is ‘Can I play a role’ ook letterlijk: kan ik nog een rol in het stuk spelen. De producent dacht meteen dat ik zelf het toneel op wilde en vond dat een briljant idee. Zo werd ik gestrikt om mijn eigen personage spelen.”


Een nieuwe carrière?

“Producent, regisseur en cast hebben me wel gestimuleerd in die richting verder te gaan. Het smaakt naar meer, ik zou het een uitdaging vinden.”

Het nagerecht komt uit de keuken. Voor Dittrich kan het niet meer stuk: een immense sorbet met citroenijs.

Volgend jaar verschijnt je meest actuele rapport. Waar gaat het over?

“De rol van het Vaticaan. Op dit moment doet Human Rights Watch onderzoek naar de rol van De Heilige Stoel in politieke organisaties als de VN, de Raad van Europa en de OVSE. Alle uitspraken over seksualiteit en vrouwenrechten die daar namens het Vaticaan zijn gedaan, hebben we op een rij gezet. Wat blijkt: als het zo uitkomt, doet het Vaticaan net of het een land is. Maar wanneer je ze erop wijst dat bepaalde uitspraken in strijd zijn met mensenrechten, zijn ze ineens geen land maar een kerkelijk instituut: dan beroepen ze zich op godsdienstvrijheid. Die januskop wil ik blootleggen. Het rapport daarover hoop ik komend voorjaar in Rome te presenteren. Dat zou weleens een wereldwijde, interessante discussie kunnen opleveren. Ons doel: dat ook het Vaticaan zich aan mensenrechtenverdragen gaat houden.”

Morgen weer terug naar New York?

“Ja. Dit keer doe ik iets illegaals. Ik ben dol op Elstar-appels. Die kan ik in Amerika nergens vinden. Ik stop er een paar in mijn handbagage. Je mag weliswaar geen eten importeren, maar ik waag het erop. Zo heb ik toch een stukje Nederland in Manhattan.”

Het Van der Valk-concern heeft in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Bonaire en Amerika meer dan tachtig vestigingen, meestal hotels met restaurant. De kaart is bijna overal identiek. Men biedt een ruime keus van traditionele, betaalbare gerechten die zonder veel poespas, maar met enorm veel extra’s worden geserveerd door een vriendelijke bediening. In hun soort zijn de Van der Valk-zaken uitstekend. Lange tijd was het voor fijnproevers not done iets positiefs te zeggen over de restaurants. Toch is het een soort André van Duin-formule. De firma weet, net als de gevierde komiek, met vakmanschap een groot publiek te trekken. Dat is niet verwonderlijk, je weet immers wat je mag verwachten. Net als Van Duin oogst ook Van der Valk nu bewondering. De Biltsche Hoek krijgt van ons zeven HP’tjes.

Henk Krol