Einde verhaal

Liefdes gaan voorbij, zeker in romans, soms zelfs nog voor ze ooit zijn uitgesproken. Tienkleurrijke exen uit de wereldliteratuur.

“Ik was aardig in de rotzooi terechtgekomen nadat ze bij me weggegaan was.”

Een zeldzaam understatement in een boek waar de intensiteit van elke pagina spat. De bloedmooie, instabiele Olga is dé ex uit de Nederlandse literatuur – en in tegenstelling tot veel andere bloedmooie literaire exen zowel sympathiek als geloofwaardig.

Lastig om John Malkovich en Glenn Close niet voor je te zien bij het lezen van de originele brievenroman – het is een van die gevallen waarin boek en verfilming even goed zijn. Valmont en Merteuil zijn ex-geliefden. Rijk, charmant en verdorven. Hun spel om elkaar terug te krijgen, via allerlei onschuldige graven, gravinnen en dienstmeisjes, heeft een zeer bevredigende slechte afloop.

Een rijke landeigenaar, antipathiek en egocentrisch, fatterig gekleed: Rodolphe is een apart soort ex. Geen ex-man, maar een onverschillige ex-minnaar die de affaire afkapt als Emma Bovary haar leven voor hem op wil geven. Zijn hufterigheid wordt erg overtuigend en consequent neergezet. Een player avant la lettre.

Als er in de literatuur Oscars zouden worden uitgereikt, zou David Nicholls’ creatie Ian Whitehead er geheid met de prijs voor de beste bijrol vandoor gaan. De ernstig niet-grappige stand-up comedian is de tijdelijke vriend van Emma Morley, een van de hoofdpersonen. Typisch geval van bij gebrek aan beter. Of eigenlijk: bij gebrek aan de mannelijke hoofdrolspeler, Dexter. Maar Ian is onvergetelijk.

Personages zijn weleens minder direct geïntroduceerd: “Jan was an excellent fuck.” Zo begint Bukowski de episode met Jan. Aangenaam. Jan is meer dan de zoveelste bedpartner van Bukowski’s alter ego Henry Chinaski. Ze zuipen, schreeuwen, kotsen, vechten, enzovoort, maar hun romance, als je dat al zo kan noemen, is even rauw als ontroerend.


Thomas Chippering wordt verlaten door zijn vrouw, en dat is nog maar het begin van een reeks vernederingen. Vernederingen die hij overigens volledig verdient. Lorna Sue is een tikje gestoord, maar wie zou dat niet worden van de hilarisch pedante Thomas? Zijn liefde voor Lorna Sue is groot, zijn eigenliefde zo mogelijk nog groter.

Je moet er de definitie van ‘ex’ misschien een beetje voor oprekken, want Anton Wachter heeft Ina Damman nooit gehad. Misschien is de misgelopen ex-jeugdliefde wel de ergste soort. De allesoverheersende verliefdheid is hartverscheurend, en de verheven gevoelens worden nergens irritant. Integendeel: je dweept met Anton mee.

Amanda is een oppervlakkig, op status belust model. Ze komt ook nauwelijks voor in McInerney’s debuut, haar relatie met de hoofdpersoon is al over bij het begin. Eigenlijk is ze niet zo interessant. De rouwperiode, met veel coke, drank en mislukte wraakpogingen, is dat wél. Vermakelijk van begin tot eind.

Wat doe je als je niet van je ex af kunt komen? Je kunt haar negeren, therapie volgen, je inschrijven op een datingsite. Edward Rochester heeft een andere oplossing: je sluit haar op op zolder, en je hoopt dat je nieuwe geliefde er niet achter komt. Brontës klassieker is net verfilmd – in dit geval is het boek wel beter.

Brett Ashley is nog steeds on speaking terms met hoofdpersoon Jake. Het probleem is dat ze niet on fucking terms zijn, al zouden ze niets liever willen. Alleen: Jakes mysterieuze oorlogswond staat in de weg. Terwijl hij toekijkt, verslijt Brett een Britse aristocraat, een schrijver en een stierenvechter. De laatste regels, in een Madrileense taxi, zijn perfect sentimenteel.

Dries Muus