‘Ik zie je worstelen, Ahmed’

Ahmed Marcouch en Hero Brinkman waren allebei politieman bij het korps Amsterdam-Amstelland. Nu staan ze politiek gezien tegenover elkaar, als Kamerlid voor respectievelijk de PvdA en de PVV. Een debat over no-go areas, slappe burgemeesters en integratie. ‘Jij bent verhaagst, Hero.’

De kamer van Ahmed Marcouch moet het hebben van het uitzicht over prachtige, herfstkleurige boomtoppen op het Plein, waar je even overheen zou willen lopen. De inrichting is sober. Aan de wand een geschilderd portret van koningin Juliana. Vader Marcouch kwam in de jaren zestig als gastarbeider naar Nederland en was dol op haar. “Als ik naar dat portret kijk, denk ik aan mijn vader,” zegt Marcouch.

Een directe aanleiding voor het debat was er niet, maar die is zo gevonden. Afgelopen week schreef Martijn van Dam in de Volkskrant dat de ‘massa-immigratie’ uit de jaren zestig van Marokkanen en Turken vooral van ‘rechts’ kwam, dat wil zeggen: werd aangejaagd door werkgevers en rechtse politici die de gastarbeiders hier naartoe haalden omdat zij zo veel goedkoper waren dan autochtonen.

Hero Brinkman: “Ik heb het gelezen, ja, en ik vind het klinkklare onzin. Het is ook onwaar. De arbeidsmigratie uit de jaren zestig is een verantwoordelijkheid van alle toenmalige grote partijen. Maar als het om de gezínsmigratie gaat, heeft de PvdA altijd vooropgelopen. Er zat voor die partij nooit een stop op de toestroom van al die familieleden uit de Rif die hier maar naartoe mochten komen. Met name de PvdA heeft onderschat wat het effect is van al die moslims op de Nederlandse samenleving. Jouw partij, Ahmed, heeft ontzettend onderschat wat de islam inhoudt en hoe rabiaat sommigen zijn.”

Marcouch: “Het is typisch PVV om de schuldvraag te stellen. Martijn van Dam schetst in dat artikel de historische feiten en ziet een parallel met de kwestie van de Polen, Roemenen en Bulgaren. Net als toen denkt het kabinet dat het met wegkijken goed komt. En net als toen zijn er Nederlanders in de bijstand die geen bollen willen plukken. Dus halen we Polen, zogenaamd tijdelijk. Maar als we niet uitkijken, vestigen ze zich hier permanent en laten we ze volkomen aan hun lot over. Want die inburgering van de Oost-Europeanen stelt niks voor. Met alle problematische gevolgen van dien. De geschiedenis, kortom, herhaalt zich. Dat heeft Martijn aangetoond.”


Klopt het wat Brinkman stelt: dat de PvdA altijd heeft weggekeken van de problemen?

Marcouch: “Alle partijen. Zelfs Frits Bolkestein kwam pas begin jaren negentig met zijn waarschuwingen dat het misging met de multiculturele samenleving.”

Uw eigen Drees kwam er al in de jaren vijftig mee, en het was voor hem en later ook voor zijn zoon een van de redenen om de PvdA te verlaten en DS70 op te richten.

Brinkman, met pretogen: “De PVV is de PvdA van de jaren vijftig.”

Marcouch: “Laten we het over dat artikel hebben van Van Dam en de achtergrond ervan: minister Kamp had een uitstekend plan om bijstandstrekkers aan het werk te zetten op de bollenvelden. Maar de coalitiepartijen steunden hem niet om een of andere reden, en dus zien de werkgevers geen andere uitweg meer dan om Polen te halen.”

Zou u zelf bollen gaan plukken als u in de bijstand zat?

Marcouch: “Ik wel. Geen punt.”

Brinkman: “Ik ook. Absoluut. Maar zover komt het bij mij waarschijnlijk niet. Ik was vóór het Kamerlidmaatschap werkzaam als agent bij het korps Amsterdam-Amstelland, en toen ik was verkozen heb ik ‘politiek verlof’ aangevraagd en gekregen. Dus als het hier eindigt, kan ik weer terug bij het korps. Tenminste, daar ga ik van uit. Ik moet wel, want als gewezen PVV-parlementariër krijg ik natuurlijk nergens meer een baan.”

Is dat zo?

“Zolang korpschef Welten mij als PVV-Kamerlid weigert mee te laten lopen bij een werkbezoek, weet ik wel hoe de vlag erbij hangt. Ja, dat is echt gebeurd. Afgelopen zomer. Jeanine Hennis van de VVD mag in haar eentje twee dagen meelopen, maar ik mag dat niet. Ik mag alleen als ik vijf collega’s van andere partijen meeneem.”


Marcouch: “Dat lijkt me toch stug.”

Brinkman: “Het is echt zo gegaan. Ik kan je de mails laten zien.”

Maar laat Welten u na dat politieke verlof nog wel terugkeren?

“Ik heb 22 jaar bij het korps gewerkt, en ik ga ervan uit dat er werk voor me is als ik weer terugkom. Daar heb ik recht op.”

Er volgt enig heen-en-weer-gepraat, zoals dat ook in Kamerdebatten gewoon is. We verleggen het debat naar die arme minister Gerd Leers, die vorige week bij PVV-leider Wilders op het matje moest komen vanwege zijn opmerking dat migratie een verrijking is voor de samenleving. Had Leers gelijk? Brinkman onthoudt zich van commentaar, want hij is voorzitter van de werkgroep Immigratie en dient een onafhankelijke positie in te nemen. Waarvan akte, maar dan veralgemeniseren we de vraag: de multiculturele samenleving is gewoon hartstikke geslaagd, ook al beweren Angela Merkel en Maxime Verhagen het tegendeel. Brinkman trekt een wenkbrauw op en grijnst: “U mag dat vinden. We leven in een vrij land. Er zijn meer mensen die in dat sprookje geloven.”

De heer Marcouch is het levende bewijs van mijn stelling.

“Dan heb je het over individuen. Ahmed heeft ook een hele ontwikkeling doorgemaakt. In zijn jonge jaren heeft hij ook heel radicale dingen gedaan, hoor. In zijn boekenkast staan nog heel rare boekjes. Ahmed is geëvolueerd, is erbovenuit gestegen. Hij is een echte Nederlander geworden. Maar mensen als hij zijn in zijn kringen zeldzaam.”

Marcouch: “Ik ben geen uitzondering. Allochtonen komen vooruit ondanks het beleid en dankzij de samenleving. Onze westerse samenleving heeft zo veel kracht, zo veel energie en optimisme dat het mensen met een achterstand kan absorberen en uiteindelijk kan optillen. Verheffen.”


Welke rare boekjes uit uw boekenkast kan Brinkman bedoelen?

“Ik lees van alles. Ik heb zelfs boeken over Geert Wilders. Hero is vast niet van de boekenpolitie.”

Brinkman knikt.

Mensen willen altijd en overal vooruitkomen, willen groeien en zichzelf verbeteren. Daar komt voor Nederland nog eens bij dat de kansen hier werkelijk voor het oprapen liggen. We leven in een paradijs.

Brinkman, vol afschuw: “Ab-so-luut niet. Als je dat gelooft, dan steek je je kop in het zand. Een aantal moslims staat zonder meer vijandig tegenover de westerse maatschappij. Dat kan zijn ingegeven door hun jeugdigheid of door hun stoerheid, maar sommige imams preken elke vrijdag over de zondige Nederlanders. Maar los daarvan geloof ik niet in een multiculturele samenleving. Natuurlijk bestaan er verschillende culturen in deze samenleving, maar Nederland heeft maar één cultuur. En die cultuur zal niet veranderen.”

Marcouch: “Wat is die ene cultuur dan?”

Brinkman: “Dat is je historie, de Gouden Eeuw, dat is je rijkdom, je zuinigheid en je gereformeerdheid. Een stukje jodendom.”

Marcouch: “Migratie is inherent aan het mens-zijn. Onze cultuur wordt mede gekleurd door de migranten. De joodse allochtonen brachten ons Spinoza. Ik zie vandaag de dag moslims vernederlandsen en ik zie de orthodoxe moslims ermee worstelen. Kijk om je heen, Hero.”

Brinkman: “Nogmaals, het gaat mij niet om individuen, maar om een grote groep Marokkanen die de veiligheid in de wijken verpesten. En het erge is dat de politie, de korpschefs, no-go areas creëren om de boel niet te laten escaleren. Aldus grijpen ze niet meer in en laten ze die gasten hun gang gaan.”


Tot hier loopt he

t gesprek soepel en is de sfeer kameraadschappelijk. Agenten onder elkaar. Jongens van de gestampte pot. Maar als de naam van Job Cohen valt, wordt het allemaal iets venijniger.

Brinkman: “Job Cohen heb ik ooit de slechtste burgemeester van het land genoemd. Niet omdat hij een slechte burgervader is, niet omdat hij mensen niet bij elkaar kan brengen, niet omdat hij niet kan troosten bij grote rampen. Dat kan hij allemaal heel goed, want het is een lieve man. Nee, hij was de slechtste omdat hij geen veiligheid en orde kan brengen. Hij is niet hard genoeg. Wat mij betreft is nu die meneer Cornelis uit Gouda de slechtste burgemeester van Nederland. Al die PvdA-burgemeesters maken er een potje van als het gaat om veiligheid en ordehandhaving. Zij vinden dat je de politie voorzichtig moet inzetten tegen Marokkaanse raddraaiers omdat het anders misschien uit de klauwen loopt. Maar ik vraag jou, Ahmed, waarom de ME bij de rellen rond de Kuip niet vóór die zeven agenten in het Maasgebouw stond, maar drie straten verderop? Waarom wordt dat homostel in Utrecht niet koste wat kost beveiligd? Omdat dat beleid is, Ahmed. PvdA-beleid. En jij worstelt daar ook mee, Ahmed, dat weet ik zeker. De agent in jou is het helemaal met mij eens.”

Marcouch: “Die agent in mij is wel degelijk een PvdA’er. Mijn partij is sinds mijn optreden in Slotervaart als stadsdeelvoorzitter sterk voor stevig optreden tegen raddraaiers. Ik verdedig agenten die willen optreden, ook tegen criminele jongens. Dat is nodig, want voor ze het weten zijn zij en niet de raddraaiers naderhand het subject van justitieel onderzoek.”


Moeten we de Jantjes niet eens de boel in Slotervaart, Gouda en Helmond laten schoonvegen?

Marcouch: “In wijken als Slotervaart hebben de Jantjes niet genoeg kennis. Hier zijn het de agenten van Marokkaanse afkomst die experts zijn in Marokkaanse criminelen oppakken en bekentenissen scoren. In Slotervaart kreeg ik tien agenten van Marokkaanse afkomst. Dat leverde meteen resultaat op.”

Brinkman: “Ik zie Ahmed worstelen. Dit is niet het verhaal van een politieman, niet dat van de echte Ahmed. Dit is een PvdA-verhaal. Als je problemen hebt met Marokkanen, stuur je Marokkaanse agenten eropaf… Com-ple-te onzin. We leven in Nederland. Die jongens hebben zich te gedragen. Het zal me een biet wezen of ze bekennen of niet. Even voor de helderheid, Ahmed: jij en ik weten dat als Marokkanen verhoord worden, ze alles bij elkaar liegen. Ik zou zeggen: als je bewijs tegen ze hebt, je hebt ze op beeld staan en je ziet ze mee stenen gooien of zo – hup, meteen snelrecht toepassen en straffen. Een maandje in de lik vinden ze niet leuk, hoor. Maar wat doet jouw partij? Pappen en nathouden. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Die PvdA-burgemeesters van jou maken er een klerezooi van.”

Marcouch: “Hero en ik zijn het eens over de normstelling: de politie is de baas op straat. Daaraan heb je je te houden. Maar het is en-en, dus zeg ik dat jij niet alleen hard moet schreeuwen, maar ook iets moet doen; je moet bijvoorbeeld agenten aantrekken die de crimineel kunnen doorzien.”

Brinkman: “Dit is de Aleid Wolfsen-manier van praten, dit is niet de Ahmed Marcouch-manier. Die denkt compleet anders.”


Delen de PVV en de PvdA niet veel meer dan je op basis van de ruzies tussen Cohen en Wilders zou denken?

Brinkman: “De PvdA had destijds twee gezichten: je had Cohen en je had Aboutaleb, die de harde Marokkaanse bestuurder moest spelen. Later heeft Ahmed die rol overgenomen. De ellende is dat de Cohens de boventoon voeren. Maar de Cohens maken nooit een keuze. Die durven dat niet.”

Marcouch: “Maar Hero, Cohen pakte in stilte de harde kern van criminelen aan, terwijl jij luidruchtig roept en niks klaarmaakt. Ik heb laatst een motie ingediend waarin ik voorstel jongeren pas vrij te laten als ze tijdens hun detentie een vakdiploma hebben gehaald. Dat is nou een voorbeeld van een mogelijke oplossing. Die hebben jullie gesteund.”

Brinkman: “Het gaat er niet om een vakdiploma te halen of om een balkon een likje verf te geven, zoals die mevrouw Vogelaar dat wilde. Daarmee los je het echt niet op.”

Marcouch: “Hoe dan wel, Hero? Kom eens met voorstellen.”

Brinkman: “Wij willen langere straffen, meer respect voor de politie en het aantal recidivisten terugbrengen. Dat laatste doe je door daders bij ernstige misdrijven nog een laatste kans te geven. En als ze weer in de fout gaan, pak je hun paspoort af en gaan ze maar terug naar Marokko. Tien voorbeelden, Ahmed, tien voorbeelden hoef je maar te stellen en ik verzeker je dat je van het probleem af bent.”

Zo gaat het door over de lange lat, extra ME-busjes die opengetrokken moeten worden, over dat faciliteren van agenten en ten slotte ook weer over de no-go areas. Hero Brinkman haalt een uitgelekt mailtje uit de binnenzak, afkomstig van een wijkteamchef die zijn agenten opdracht geeft in een bepaalde wijk ‘niet meer in uniform’ te surveilleren, omdat daarvan een provocerende werking uit zou gaan.


Brinkman: “Schandalig is dit.”

Marcouch: “We zijn het niet oneens met elkaar.”

Brinkman: “Wat gaan we daaraan doen, Ahmed? Gaan we samen een motie indienen dat wij die no-go areas niet meer tolereren? Oké. Die afspraak staat.”

Marcouch: “Ja, maar met de wens ‘er zijn geen no-go areas meer’ hebben wij dat nog niet daadwerkelijk bereikt.”

Brinkman: “Ik krijg de kriebels van dat verhaal, Ahmed. Sorry. De stadsdeelvoorzitter gaat niet over de veiligheid, daar gaat de korpsbeheerder over. De burgemeester dus. En die moeten we voortaan verbieden dat ze no-go areas instellen. Je moet potdomme juist wél optreden, geüniformeerd, en desnoods hou je een pelotonnetje of twee van de Mobiele Eenheid achter de hand. Maar je laat je zien. Je laat zien dat jij, dat wíj hier de baas zijn. Dan loopt het maar eens een keer uit de hand… Ik ben blij dat ik je steun heb, Ahmed.”

De laatste ronde gaat in. Marcouch zegt dat de PVV gespierde taal uitslaat, maar ondertussen zullen de door het kabinet beloofde extra drieduizend agenten er niet komen. Brinkman heeft een antwoord: “Het kabinet besteedt vijfhonderd miljoen aan veiligheid, maar Guusje ter Horst, ook van jouw club, heeft als minister van Binnenlandse Zaken twee lijken in de kast achtergelaten die ons driehonderd miljoen euro kosten. Het gaat om de lucratieve cao die ze met de politiebonden had afgesproken, maar waar ze geen dekking voor had. Driehonderd miljoen aan ongedekte cheques. Daar gáán de extra agenten.”

Marcouch: “Jij bent niet ambitieus genoeg, Hero, je bent nu aan de macht en nu regel je het niet.”


Brinkman: “O nee? Wij wilden de termijn verlagen, waarna je illegale criminelen kunt uitzetten. Een illegale crimineel die na twaalf jaar cel vrijkomt, wordt het land uitgezet. Wij wilden dat terugbrengen, maar de PvdA is daar niet mee akkoord gegaan.”

Marcouch: “Wel waar. Staatssecretaris Albayrak heeft dat precies zo uitgevoerd. Maar nog eens iets anders: er zijn vijftienhonderd criminele groepen in kaart gebracht door Justitie. De minister zei: ik pak er 89 aan. Maar wat doet hij met de rest? Daar hoor ik je niet over. Dit kabinet trekt zich terug, Hero.”

Brinkman: “Ik ga daar niet op in, want het is klinkklare onzin.”

Marcouch: “Noem de maatregelen, Hero. Jullie willen minimumstraffen invoeren, maar eerst moet je ze nog pakken. Hoe ga je dat doen zonder expert-agenten? Tachtig procent van de overvallers wordt niet gepakt, Hero. Misdaad loont, misdaad loont!”

Brinkman, ijzig kalm: “Je kunt geen wonderen verwachten in een jaar. Maar we maken een begin met de invoering van de Nationale Politie en we maken een gigantische efficiency-slag, ook al moeten we de peperdure ICT die er nu is en die niet werkt over de schutting gooien. En het respect voor de agent, dat is een cultuurverandering die je niet een-twee-drie voor elkaar hebt.”

Marcouch: “Van mij zeggen ze dat ik ben verkaasd, maar jij Hero, jij bent verhaagst. Jij praat over ICT en efficiency – man, man, man.”

Brinkman: “Ik heb geen geld, lieve vriend. Jij hebt een minister gehad die driehonderd miljoen euro aan lijken in de kast heeft achtergelaten. Guusje ter Horst heeft de hele boel verkankerd voor de politie. Door haar beleid hebben wij die extra agenten er niet bijgekregen. Het is jullie gelukt hoor, en blijf maar bashen op die drieduizend agenten, maar jullie zijn de oorzaak dat de politie in Nederland vier jaar is teruggeworpen. De PvdA heeft er geen klote van gebakken.”


Marcouch: “Jij reageert als een bestuurder uit de grachtengordel… Ik hoor geen ideeën. Je komt niet verder dan langer straffen. Wat heeft die man in de portiek eraan als die jongens elke dag voor z’n deur blijven klieren? Niks.”

Brinkman: “Als wij samen die motie indienen en er dus geen no-go areas meer bestaan, dan kan die man in de portiek gewoon de politie bellen, en die komt dan ook meteen. En die grijpt gewoon in. Stevig, als het moet. Maar dan weten die gasten wel wie er de baas is.”

Hebben jullie in je agententijd eigenlijk weleens meegedaan met de ME?

Marcouch: “Nee, ik was al die tijd de expert op straat die jongens kon opsporen en bewegen tot bekennen.”

Brinkman: “Ik heb er in totaal twaalf jaar bij gezeten.”

Bij de afronding stellen we vast dat dat kabinet-Brinkman/Marcouch er nog weleens gaat komen. Beide heren zien raakvlakken, maar Marcouch oordeelt dat de PVV weinig hoorbaar is als het gaat om wonen, onderwijs, werk en leefbaarheid. Brinkman reageert niet meer en moet naar een andere afspraak. Vlug worden er handen geschud, en bij het afscheid zeggen ze tegen elkaar:

“Die motie gaan we doen hè.”

“Zeker. Gaan we doen.”

Frans van Deijl