In God we trust

Jezus in Amerika is zo’n achtergrond-bij-actualiteitenboek dat je wel wílt lezen, maar waar je vaak niet aan toekomt. Andere zaken hebben net iets dringender aandacht nodig: de kat, de financiën of de nachtrust. Maar de naderende Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2012 zijn een goede stok achter de deur.

De Vlaamse schrijver en docent Geert Lernout bespreekt in Jezus in Amerika de historie van de Verenigde Staten vanuit religieus oogpunt. Met de Amerikaanse bijbel(s) in de hand verklaart hij Amerikaanse kwesties waar je als buitenstaander die het ‘land van de vrijheid’ alleen kent van de buis of een incidenteel bezoekje maar moeilijk vat op krijgt.

Zoals de populariteit van de conservatieve en bijbelgelovige Sarah Palin. De voormalige Republikeinse kandidate voor het vicepresidentschap in 2008 wordt op handen gedragen door de rechts-conservatieve Joes en Janes die net als Palin een rotsvast vertrouwen hebben in hun vaderland en in hun God, en die het geen probleem vinden dat zij geen idee had wat de Bushdoctrine inhield en nooit in het buitenland was geweest. Dat gold namelijk ook voor henzelf.

Van de progressieve media daarentegen kreeg Palin niets dan hoon. Maar hoe meer ze werd geridiculiseerd, hoe meer de conservatieve christenen ervan overtuigd raakten dat Palin ‘een van hen’ was en juist daarom de ideale vertegenwoordigster van hun Amerika.

Dat is het Amerika, legt Lernout uit, dat sinds het presidentschap van de conservatief-christelijke Ronald Reagan in de jaren tachtig religie weer hoog in het vaandel heeft. En het Amerika dat de goddelijke plicht heeft het goede te verdedigen, desnoods door zelf het slechte te doen. In de Bijbel vloeit nu eenmaal bloed.

Nog zo’n Amerikaanse kwestie waar wij als verlichte Europeanen niet zo goed raad mee weten, is de hysterische populariteit van instant-geluksbewegingen als The Secret. Ook dat heeft te maken met geloof. Dit soort ‘newagelulkoek’, schrijft Lernout, komt voort uit de optredens van commerciële evangelisten en tv-dominee’s. Zij vertalen bijbelse frases als ‘thou mayest prosper’ naar ‘als je iets maar graag genoeg wilt, geeft God het je wel’. Voor burgers die het geloof als equivalent zien van (een grotendeels ontbrekende) sociale zekerheid is dat geen slechte langetermijninvestering. Met een wat spottende ondertoon doet Lernout verslag van de lange rij luidruchtige ‘kerkvaders’ die het godsdienstfanatieke Amerika sinds de eerste Thanksgiving in 1621 zag komen en gaan.


Hun aanhang blijft redelijk consistent. Hoewel Barack Obama (zelf een trouwe kerkganger) er in zijn eerste presidentiële toespraak op wees dat er wel degelijk niet-religieuze Amerikanen bestaan, ligt het aandeel gelovigen op een stabiele 88 procent. Of we ons daar druk over moeten maken, laat Lernout in het midden.

Want hoewel hij het Amerikaanse gepreek in binnen- en buitenland zorgwekkend vindt (denk aan de pro-Israëllobby of de anti-condoomlobby aangaande Afrika), verzekert hij ons er vervolgens van dat een aanzienlijk deel van de gelovigen zich graag heel religieus voordoet, maar zich daar minder naar gedraagt. Zo trouwt de helft buiten de eigen kerk en vindt de overgrote meerderheid dat je ook zonder godsdient best een goede Amerikaan kunt zijn. Kunnen we misschien toch met een gerust hart die verkiezingen tegemoet.

Geert Lernout: Jezus in Amerika – Een wereldmacht en haar religie.

De Bezige Bij. €19,95. Ook via www.ako.nl.

Karen Geurtsen