Speelplezier

Een bootleg van Blue Valentines? Hetzelfde zilveren gitaarakkoord, alleen een toon hoger. Maar de opnamekwaliteit klinkt, ook al is de techniek inmiddels 33 jaar verder, sissend en krakend lo-fi. Maar nee. Tom Waits zingt: “The fire’s dying out, all the embers have been spent…” dát liedje kennen we nog niet, maar eigenlijk ook weer wél. Dat is exact het probleem dat we nu al jaren met Waits hebben: hij is de meester van de aha-erlebnis. De enige verrassing op zijn zeventiende album, Bad As Me, is het uitbundige speelplezier van Waits en consorten. Met het uitzinnige Chicago, de stad waar alles – Frank Sinatra voorspelde het al – beter zal zijn, dendert Waits de wereld anno 2011 binnen. Die explosie van enthousiasme weet hij aardig vol te houden. Let’s Get Lost lijkt een ode aan de rock -‘n-roll-pioniers van de jaren vijftig. In Satisfied, ook très rock-‘n-roll, vertelt hij de heren Jagger en Richards dat hij, alvorens hij het tijdelijke met het eeuwige gaat verwisselen, nog wel even ernstig wil krabben waar het jeukt. Maar het zijn vooral de ballads die, vol herhalingen van zetten, wel erg old hat zijn. Zoals Kiss Me Like a Stranger, de dubbelganger van Blue Valentines. “You wear the same kind of perfume you wore when we met/I suppose there’s something comfortable in knowing what to expect.” Een strofe die een schijnbare tegenstelling bevat ten opzichte van het refrein: “I want you to kiss me like a stranger once again.” Wat wil Waits nou? Oud en vertrouwd? Of nieuw en spannend? Op Bad As Me koos hij voor vertrouwd, maar gepassioneerd. Op de volgende plaat mag hij best nog een stapje verder gaan. De luisteraar wil ook wel weer eens gekust worden alsof hij een vreemde is.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ruud Meijer