Nederlanders boden wél genoeg verzet in de oorlog

Het hoge woord is eruit: Nederlanders boden wél genoeg verzet in de oorlog. Die vaststelling dook donderdagavond een beetje terloops op, maar hij moet al in het Verzetsmuseum op de loer gelegen hebben. Voor een thema-avond over de Joodsche Raad zaten daar bijeen drie, of eigenlijk vier van de actiefste schrijvers en kenners op dat gebied, als je de succesvolle auteur Ad van Liempt meerekent, die de avond presenteerde. Zijn jongste boek Jodenjacht is al bij diverse boekhandels uitverkocht.

Verder professor Blom, oud-directeur van het NIOD en nu voorzitter van het Verzetsmuseum, onderzoeker Erik Somers van het NIOD en de UvA, tevens schrijver van een boek over de voorzitter van de Joodsche Raad en Pim Griffioen, Nederlands auteur en onderzoeker bij Yad Vashem in Israel.

Op de tweede rij zat Jules Schelvis, de man die niet alleen ooit in Sobibor zat, maar ook in andere kampen en ten slotte Auschwitz. Mede dankzij hem is Iwan Demjanjuk dit jaar veroordeeld – een juridische doorbraak. Nu kunnen ook andere kampbewakers veroordeeld worden voor medeplichtigheid aan de moorden in de concentratiekampen.

Hoewel het zeker niet aan veel mensen echt knaagt wat wij wel of niet genoeg deden in de oorlog, werd wel duidelijk dat nationale geschiedschrijver dr. Lou de Jong al zag dat in de meeste bezette landen ongeveer 4 tot 5% van de bevolking zich actief verzet. Volgens prof. Blom hebben wij dat ook gehaald.

De Joodsche Raad was overigens het orgaan dat de Duitsers instelden om de Joden hun eigen ondergang te laten regelen. De leiding berustte bij de diamanthandelaar Abraham Asscher en de classicus prof David Cohen, een onwaarschijnlijk paar. Maar ze kenden elkaar al van allerlei joodse verenigingen.

Na de oorlog kregen ze nogal wat over zich heen: zíj hadden het tenslotte overleefd, terwijl zij toch de lijsten samenstelden van wie er wanneer gedeporteerd zou worden. Het is een uitzichtloze positie: ze werkten mee met de Duitsers, dus zijn ze schuldig. Maar de deskundigen van nu waren milder. Want hoe dan ook, de deportaties zouden toch doorgegaan zijn, vonden zij. En onderduiken was voor het joods-Amsterdamse proletariaat – zeker 50.000 man, vrouw en kind – geen optie. Als zij al hadden geloofd dat hun einde nabij was, wat vaak niet het geval was.

Duidelijk eens waren de heren het er ook over, dat de Februaristaking veel invloed op de Duitsers had gehad – en dat die nog altijd een unieke Nederlandse prestatie is die in geen ander bezet land is nagedaan. En dat die staking tegen de jodenvervolging de Duitsers deed afzien van hun eerder ingezette harde aanpak.

Pim Griffioen heeft net een boek van 1000 pagina’s af waarin hij met Ron Zeller de jodenvervolgingen in Nederland, Frankrijk en België vergelijkt, tegen de achtergrond van de schuldvraag waarom uit Nederland 75% van de joden is verdwenen, en uit België en Frankrijk 40 en 25%. Het korte antwoord kan zijn: in Nederland beheerste de SS, met name de Sicherheitspolizei, het gehele proces, in de twee andere landen waren er diverse partijen. Daarbij komt nog, dat Frankrijk aanvankelijk slechts half bezet was, hoewel het onbezette deel dan weer wel werd gerund door een sterk anti-semitische pro-nazi regering onder maarschalk Pétain. Overigens, zo liet prof Blom nog even weten, verdwenen uit Antwerpen procentueel evenveel joden als uit Amsterdam.

Süskind, de film
De aankomende film Süskind gaat voor een groot deel over de Joodsche Raad. Süskind was voor de raad directeur van het verzamelcentrum voor deportaties dat de Hollandsche Schouwburg toen was, en hielp ongeveer 1000 kinderen daaruit ontsnappen. Uit twee fragmenten uit de film bleek dat het dilemma: werken we wel of niet mee aan onze eigen ondergang, daarin ook stevig aan bod komt. In deze film van Rudolf van den Berg heeft Jeroen Spitzenberg de hoofdrol, en ook Nasrdin Dchar is erbij – nu als Jood. Tygo Gernandt is theatereigenaar Piet Meerburg. De film ziet er goed uit – voor zover je dat uit fragmenten kan opmaken. Hij is in Roemenié geschoten. Half januari komt Süskind in de bioscopen.

Overigens is Jules Schelvis, nu 89, na de overwinning op Demjanjuk moegestreden en gestopt met zijn werk voor de Stichting Sobibor, die de avond mede organiseerde als herinnering aan de grote opstand in het kamp, precies 70 jaar terug. Hij steunt alleen nog de pogingen oorlogsmisdadiger Klaas Faber in het gevang te krijgen.

arthur graaff