Politiek

Zonder goede contacten met voorlichters zijn zowel journalisten als de lezers beter af

22/10 | 2011
door Karen Geurtsen
Leestijd 1 minuut
Standaard afbeelding

De meet and greet tussen journalisten en voorlichters ter afsluiting van het ‘Praktijkcongres Succesvol Persbeleid 2011’ was geen succes, zo meldt onze beroepsblog. En dat is maar goed ook.

De meet and greet tussen journalisten en voorlichters ter afsluiting van het ‘Praktijkcongres Succesvol Persbeleid 2011’ was geen succes, zo meldt onze beroepsblog. En dat is maar goed ook.

‘Slag om de Publieke Opinie’ was het onderwerp van het netwerkevenementje. En - hoe verrassend - aan vertegenwoordigers vanuit de communicatiehoek was geen gebrek. Journalisten wilden echter maar niet in groten getale komen opdraven. In het verslagje van een wel presente journalist lezen we waarom.

Hij vraagt aan een voorlichtster waarom journalisten niet direct met haar CEO zouden moeten spreken. Zij, laten we haar voor het gemak even als representant van haar beroepsgroep nemen, antwoordt: “Nee, dat wil ik voorkomen. Die kan in zijn naïviteit dingen vertellen waar hij later spijt van krijgt.” 

Zónder haar heb je dus meer kans op een eerlijk antwoord.

Vervolgens zegt ze: “Voor primeurs kijk ik bij welk medium het past, niet wie ik wel of niet mag. Maar ik geef geen primeur aan iemand die alleen negatief over ons schrijft.”

Zónder haar heb je dus even veel (of even weinig) kans op een primeur.

Dan is er nog het boekje van Nieuwspoort-oudgediende Max van Weezel, over ‘Haagse fluisteraars’ die journalisten gebruiken om hun eigen waarheid te vertellen. Daaruit mogen we herleiden dat zónder spindoctors en voorlichters een heel andere (betere?) politieke nieuwsvoorziening zou kunnen bestaan.

Kortom: journalisten moeten achterdochtig zijn naar voorlichters. Zonder goede contacten met hen zijn zowel wij áls de lezers beter af.