Bestaat de American dream nog?

Op de trouwfoto van de Amerikaanse schrijvers Scott en Zelda Fitzgerald, gemaakt in 1920, is de stereotiepe Amerikaanse droom in één beeld samengevat. Je ziet een auto, een groot huis en twee jonge, getalenteerde mensen, levend in een land ‘van onbegrensde mogelijkheden’.

Die droom werd voor het eerst omschreven in The Epic of America van John Truslow Adams (1931) en behelsde volgens hem de mogelijkheid tot een beter en gelukkiger leven voor iedereen. Maar lange tijd was de Amerikaanse droom om het maatschappelijk te maken een uitsluitend mannelijke droom. Ook voor Afro-Amerikanen zat de droom er niet in.

Tegenwoordig doen juist inkomensverschillen, werkloosheid en de bonuscultuur bij een kleine financiële elite het gevoel van gelijke kansen in de VS afnemen. Volgens Adams zat de moeilijkheid van de dream alleen in volhardendheid, hardnekkig vasthouden aan de pursuit of happiness. Maar is dat nog voldoende?

In hoeverre bestaat de American dream nog? En is Amerika nog steeds het land om naartoe te emigreren voor een betere toekomst?

“In de 20ste eeuw dachten de meeste Amerikanen dat het elke generatie beter zou gaan. Maar dat bleek een te optimistische verwachting. Momenteel leeft de eerste generatie Amerikanen met wie het economisch slechter gaat. Je ziet dat al aan het straatbeeld: er zijn meer zwervers en meer mensen uit de middenklasse die hun huis moeten verkopen.

Toch is het verhaal ‘van krantenjongen tot miljardair’ niet helemaal weg. Amerika is het land waar immigranten het meest welkom zijn. Díe hebben nog wel een American dream: ze hebben er meer kansen dan in hun thuisland. Topuniversiteiten als Harvard geven studiebeurzen aan sociaal zwakkeren. Sociale mobiliteit is dus nog altijd mogelijk.

“Mensen die willen emigreren naar de VS, zou ik aanraden een jaartje te wachten. Sillicon Valley is wel heel geschikt om te werken in de computertechnologie. Ook in Californië en New Orleans liggen kansen voor Nederlandse bedrijven.


“De Amerikaanse maatschappij gaat door diepe dalen, want er is geen sociaal vangnet. Maar als het beter gaat, gaat het ook snel véél beter. De maatschappij is flexibeler dan die van Europa, India of China. Onderschat ze niet; een Amerikaanse renaissance zou me niets verbazen.”

“De term ‘American dream’ is tegenwoordig meer van toepassing in China dan in de VS. Binnen enkele jaren is hun economie groter dan de Amerikaanse.

“Chinezen maken het voor buitenlanders niet makkelijk om er te ondernemen. Maar als je er geboren bent en je hebt een briljant idee, kun je daar optimaal gebruik van maken.

“Ik ben begin 2000 naar New York geëmigreerd. Het voornaamste verschil dat ik zag, is dat Nederland veel meer een standenmaatschappij is dan we denken. Iedereen omringt zich met zijn eigen soort mensen, om daar bevestiging uit te halen. In de VS komen mensen van verschillende afkomst en sociale klasse elkaar op de arbeidsmarkt veel sneller tegen, vooral doordat de sector van persoonlijke dienstverlening groter is.

“In 2002 verloor ik mijn baan. In Nederland zou je beklaagd worden, maar hier had niemand medelijden. Pas toen ik met een nieuw businessplan kwam, was men in New York enthousiast, terwijl mijn Nederlandse vrienden eerder angstig reageerden: zou je dat nou wel doen? Het is in Amerika eerder toegestaan om te dromen. Nu, na de financiële crisis, zijn ook Amerikanen pessimistischer.

“Het Westen is niet voldoende voorbereid op de machtsverschuiving die de opkomst van China en India teweeg zal brengen. De lonen zullen hier door de concurrentie verder onder druk komen. Ons zelfbeeld zal veranderen, omdat we niet langer ‘superieur’ zijn. En met het tegenwoordige nationalisme en conservatisme – de grenzen sluiten, vasthouden aan het oude – zullen we India en China nooit te slim af kunnen zijn.”


“In The Epic of America ontwikkelde historicus James Truslow Adams een brede, humane visie op wat Amerika voor zijn inwoners moest betekenen. Het was een belofte van zelfontplooiing en een gevoel van welbehagen dat voor alle Amerikanen toegankelijk zou zijn. Dat is dus niet uitsluitend materieel of alleen voor de sterksten weggelegd.

“Die immateriële kant is nooit helemaal verdwenen. Vijfentwintig jaar geleden werd in de VS een enqute gehouden waarin mensen gevraagd werd in hoeverre ze de American dream hadden bereikt. Het bleek dat bijna net zo veel armen als rijken vonden dat ze hem bereikt hadden.

“Meestal betekent de droom ondernemerschap: door hard en slim werken veel geld kunnen verdienen. Een grote villa en auto’s zijn een materialistische invulling. Maar het betekent ook zelfbeschikking, een leven leiden zoals jij het wilt.

“Tegenwoordig tonen zowel de Tea Party als Occupy Wall Street aan dat mensen minder geloven in de haalbaarheid van hun droom. Mensen zijn somberder, twijfelen aan de toekomst. Dat is ook wel terecht.

“Ik ben zelf naar Nederland geëmigreerd, maar niet omdat ik er een romantisch beeld van had. Er zijn Amerikanen die dat wel hebben, die een ‘Dutch dream’ koesteren. Bijvoorbeeld omdat Nederland het homohuwelijk kent, een open drugsbeleid en een grote sociale solidariteit. Ze hebben een heel vooruitstrevend beeld van Nederland, dat lang niet altijd klopt.

“De notie van een droom blijft hoogst subjectief. Eigenlijk kun je dus vrijwel overal een Amerikaanse droom invullen. Maar als mensen een individuele visie hebben waarom ze willen emigreren, zou ik ze niet ontmoedigen.”

Isabelle Buhre