De macht van het beeld

De media waren enorm belangrijk bij het verloop van de Arabische Lente.

Donderdag rond half één. Groot nieuws op Radio 1. Kadhafi schijnt gepakt te zijn bij Sirte. In de auto, op weg naar een afspraak, kan ik het nieuws van minuut tot minuut volgen. Verhalen spreken elkaar tegen. Is hij dood of nog in leven? Hoe is het gebeurd? Is de NAVO er bij betrokken?

En ook: is het wel echt waar? Zou de Overgangsraad het nieuws strategisch hebben ingezet om de laatste troepen van de kolonel in Sirte te ontmoedigen? Net zoals bij de strijd om Tripoli het verhaal ging dat Kadhafi’s zoon was gepakt? Het is een gewaagde analyse. Vanuit communicatie-aspect buitengewoon boeiend.

Uiteindelijk blijken veel van die eerste verhalen waar. Hier nu geen juridische analyse over het ombrengen van Kadhafi, of een verhandeling over de hypocrisie ten aanzien van het verleden en de zorgen over de toekomst van het land. Wat intrigeert is hoe enorm belangrijk communicatie weer is geweest, ook in deze strijd. Niet alleen de moderne sociale media, ook de traditionele media waren in alle landen van de Arabische Lente belangrijk. Beelden en beeldvorming bepalen de gevoelens van mensen en daarmee de steun in de samenleving. Dat doen ze in een echte strijd, maar ook in een politieke strijd.

Neem Obama. Met Bin Laden had hij al afgerekend, nu profiteert hij ook van de op het oog gewonnen strijd in Libië. Vorige week voegde hij daar nog iets aan toe: vóór de Kerst wil hij alle Amerikaanse troepen terugtrekken uit Irak. Dat worden belangrijke beelden in de opmaat naar het verkiezingsjaar 2012. Of ze opwegen tegen het aloude ‘It’s the economy, stupid!’ is de vraag, maar in het voordeel van Obama werken ze zeker.

Beelden bepalen hoeveel vertrouwen het publiek in iets heeft. Slecht voor dat vertrouwen was het beeld dat de Europese leiders de Top van afgelopen weekend moesten verschuiven naar deze woensdag. Het is besluiteloosheid troef. De Kamer daarentegen vergaderde afgelopen weekend voor het eerst sinds 1918 op zaterdag. Te bespreken viel er weinig, maar dat beeld was te belangrijk om te laten lopen.


In onze mediacratie bepalen beelden in belangrijke mate het succes of falen van politici. Bijna iedereen herinnert zich nog het interview van toenmalig minister Ella Vogelaar en Rutger Castricum, al weet vrijwel niemand meer waar dat over ging.

En wie weet nog op welke vraag premier Balkenende in 2010 antwoordde met ‘U kijkt zo lief’? (Het ging over de voorkeurcoalitie.) Dat Job Cohen in een van zijn eerste interviews als lijsttrekker weifelend en stotterend overkwam, is hem tot de dag van vandaag pijnlijk blijven achtervolgen.

En wat te denken van de ministers die het rampterrein van Chemie-Pack in Moerdijk bekeken? Ze kwamen hun busje niet uit; dat beeld strookte niet echt met de geruststellende boodschap dat er geen sprake was van gevaarlijke stoffen.

Vooral politici die vrezen niet herkozen te worden, hebben positieve beelden nodig. Dat geldt voor Obama in Amerika, maar evenzeer voor Sarkozy in Frankrijk. Zeker nu de socialisten zich hebben verenigd rond presidentskandidaat François Hollande, zien de peilingen er voor de zittende president steeds slechter uit. Sarkozy heeft dan ook grote behoefte zich te laten zien als de belangrijkste leider van Europa, naast Angela Merkel.

Maar naast leiderschap willen kiezers ook de menselijke kant zien. Gezag en sympathie moeten hand in hand gaan. Sarkozy beseft dat als geen ander – en toch zal hij zijn pasgeboren dochter niet tonen aan de buitenwereld. Koste wat het kost wil hij haar privacy beschermen. Dát beeld krijgen we niet te zien.

Ik zeg: respect!