Een goed gesprek met Henk Krol & Sandra Reemer

‘Had je het voorgevoel dat ik uitgerekend de afgelopen week een belangrijk besluit heb genomen?”

Sandra Reemer (61) kijkt me met haar grote bruine ogen doordringend aan.

“De kogel is door de kerk. Zondag heb ik nog eens goed nagedacht. Ik stelde mezelf de vraag: wil je niet liever stoppen met zingen? Het eerlijke antwoord is: met zingen niet, maar wel met alles eromheen. Ik voel me niet prettig in de wereld waarin ik vijftig jaar heb gefunctioneerd. Dat zegt niets over die wereld, maar alles over mij.

“Vergeet niet: mijn carrière begon al op mijn elfde en kende pieken en dalen. Al die jaren heb ik me aangepast. Steeds verder raakte ik verwijderd van mijn eigen ik. Het heeft veel tijd gekost eer ik me daarvan bewust werd. De afgelopen vijftien jaar ben ik steeds meer aan mezelf gaan werken. Ik keek naar mijn ouders, familie, vrienden, omgeving en mijn werk. Bij dat laatste voelde ik voortdurend weerstand. Die aversie was er eigenlijk altijd al, omdat ik in mijn werk niet kon zijn wie ik werkelijk ben. Steeds wanneer ik probeerde dat te zijn, werd dat afgestraft. Om te veranderen, moest ik de oplossing vooral bij mezelf zoeken. Dat heeft me de laatste zes jaar dagelijks beziggehouden.”

Toch stond je afgelopen seizoen met theatergroep Purper in de theaters met een liedjesprogramma over Annie M.G. Schmidt.

“Dat was iets wat ik altijd heel graag wilde; ik kon laten zien dat ik meer in mijn mars had. Dat had ik nog jaren kunnen volhouden. Tijdens de repetitie kwam ik mezelf al tegen. Ik herkende mezelf in Het is over, een nummerover verbroken relaties.Na het eerste couplet rolden de tranen over mijn wangen. De groep om me heen gaf me echter zo veel veiligheid. Dat was voor het eerst in mijn leven. Ik voelde me geborgen. Men liet me zijn wie ik ben. Mede daardoor kon ik alles wat in me zit geven. Dat straalde kennelijk van me, af want alle critici schreven me de hemel in. Toch blijven de meeste mensen me afrekenen op mijn uiterlijk en leeftijd, en op hoe ze me denken te kennen uit de media.”


Peter van der Cruijsen, chef-kok en eigenaar van restaurant d’Oude Weeghbrug in Wamel aan de Waal, serveert zijn versie van Hollandse garnalen met een crème van pastinaak met als bijbehorende wijn een pinot grigio uit Söll (Zuid-Tirol).

Kennen we de echte Sandra dan niet?

“Door wat journalisten schrijven, associeert het publiek me vooral met Jos Brink en met songfestivalliedjes. Dat ik de prachtigste songs heb opgenomen, is vrijwel onbekend. Om mensen in het vak te pleasen, heb ik me steeds aangepast, met als gevolg dat ik alsmaar verder van mezelf vervreemdde. Nadat ik erg teleurgesteld werd in een collegiale vriendschap, nu zes jaar geleden, ben ik daarover gaan nadenken. Vooral omdat de breuk met de meiden met wie ik zong in de Dutch Divas (Maggie McNeal en Marga Bult – red.) en die ik beschouwde als mijn beste maatjes, publiekelijk werd uitgevochten. Het heeft lang geduurd eer ik begreep dat ik het hen niet kwalijk mocht nemen. Ik moest het bij mezelf zoeken. Ik wilde alles en iedereen wegen. Horen ze nog wél bij me of juist niet? Keuzes maken. Zonder te veroordelen wilde ik afscheid nemen van mensen die niet meer bij me pasten. In het begin gebeurde dat met pijn. Later besefte ik dat een mens dit nodig heeft om te kunnen groeien.”

Als tussengerecht volgt een scholfilet met zeekraal en een saus met mosselen en saffraan. De wijn past er uitstekend bij, een viognier van het Chileense Casa Tamaya.

Je woont alleen. Had je wel steun van mensen om je heen?

“Van een kleine groep, maar vooral van mijn ouders. Ze staan midden in het leven. Paps kocht deze zomer op zijn 91ste nog een scooter en toerde met mams achterop door de natuur. Papsie twijfelde weleens. Hij hoopte vooral dat er uiteindelijk mensen om me heen zouden komen die pasten bij deze fase in mijn leven. Nu ziet hij dat dat zo is. Het zijn er niet veel, maar ik ben er heel gelukkig mee.”


En dan neem je het besluit om te stoppen. Kun je wel zonder het applaus?

“Mijn ego is niet meer zo groot als het ooit was. Ik ben natuurlijk een Indisch meisje. Indische mensen treden niet zo op de voorgrond, maar ik had me dat mechanisme uit overlevingsdrang aangeleerd. Als je spiritueel wilt leven, is dat het eerste wat je weer moet afzweren. Het gaat niet om jou, het gaat om het grotere geheel. Daar zijn wij allemaal maar een klein deeltje van. Als je dat weet, zijn de volgspots niet meer belangrijk. Dat Indisch-zijn werd voor mij veel meer dan Indonesisch koken. Ik was Hollandser dan de Hollanders geworden. Ik sprak zelfs geaffecteerd Nederlands. Op een dag ben ik voor de spiegel gaan zitten en heb mezelf afgevraagd: wat is nu eigenlijk dat Indische aan je? Ik realiseerde me: juist het Indisch-zijn maakt me wie ik ben. Ik ben heel gevoelig, gevoeliger dan Nederlanders. Daardoor beleef ik dingen anders, ga ik anders met mensen om, sta ik anders in het leven. Aan jonge mensen in mijn omgeving zie ik dat ze dergelijke cultuurverschillen meestal beter snappen dan ouderen.”

Ben je religieus?

“Ik ben spiritueel. Ik ben niet van dogma’s. Dus hang ik geen religie aan. Die zijn man-made, en in dit geval ook letterlijk man-made, want het waren vrijwel altijd mannen die een godsdienst creëerden. Ik geloof wel in The Great Spirit, het universum, het licht, iets wat vele malen groter is. Dat mag je god noemen. Ik vertrouw op een leven na de dood. Ons bewustzijn kunnen we vergroten door liefdevol te denken. Door positivisme verhef je het bewustzijn naar een hoger niveau. Dat bewustzijn blijft ook na je dood. Ik ben ervan overtuigd dat alleen je aardse lichaam sterft.”


Nog een tussengerechtje. Dit keer serveert Jeannette, de vrouw van Peter. Op tafel komen coquilles Saint- Jacques met knolselderij en cantharellen. De wijn is een chardonnay uit Frankrijk van het huis Les Gres.

Wat ga je doen met de ervaringen die je de afgelopen jaren hebt opgedaan?

“Ik wil mensen helpen wanneer ze net als ik hun bewustzijn willen verhogen. Dat lukt alleen als je positief bent. Ik geef lezingen en workshops, en daar word ik ontzettend blij van. En als je zo probeert te leven, wegen teleurstellingen minder zwaar. Je gaat begrijpen dat wat je vroeger als kwetsend ervoer, niets anders is dan het gevolg van de dommigheid van anderen. Ignorance. Het is niet eens kwade opzet.”

Hoe kwam je in contact met de spirituele mensen die je nu kent?

“Ik was altijd al geïnteresseerd in wat out of the ordinary is. Twee jaar geleden kreeg ik bijvoorbeeld een uitnodiging voor een graancirkelreis naar Zuid-Engeland. Die cirkels kunnen prachtige patronen hebben, heel ingewikkeld, heel bijzonder; dat wilde ik dolgraag voelen, ruiken, beleven, zien, meemaken. Ter plekke stelde ik vast dat het onmogelijk is om zoiets groots met een plankje kunstmatig aan te leggen, zoals tegenstanders het ontstaan proberen te verklaren. In de cirkel zie je dat het graan niet is geknakt, wat zou gebeuren als grappenmakers er een hadden gefabriceerd. Je voelt bovendien een bijzondere energie. De ontvangst van je mobiele telefoon valt weg, nou ja, schiet mij maar lek. Ik was compleet onder de indruk.”

Hoe verklaar je dat fenomeen dan?


“Ik weet het niet, probeer dat ook niet. Later hoorde ik dat zulke cirkels zelfs in Nederland bestaan, met name in West-Brabant. Nepcirkels heb ik ook gezien. Het graan of het gras was duidelijk geknakt en je voelde niets van de energie die in echte cirkels wel te bespeuren is. Dit jaar ben ik weer naar Zuid-Engeland gegaan. Er was net een nieuwe graancirkel getraceerd. Van iemand die hem vanuit een vliegtuigje had gezien, kregen we de coördinaten. We snelden er heen. Ik was de zesde bezoeker. De halmen lagen duidelijk anders dan ze zouden liggen wanneer de cirkel door mensenhanden was ontstaan. Ik dacht alleen maar: hoe kan dit? Hoe kan dit? In die cirkel vonden we een vreemd wit poeder. Een laboratorium stelde vast dat het witte koolstof was. Dat bestaat verder niet op aarde, alleen in het heelal. Dan realiseer je je dat het tamelijk arrogant is om te denken dat wij de enige intelligente wezens zijn in het oneindige van het heelal.”

Voor het hoofdgerecht rukt het echtpaar Van der Cruijsen gezamenlijk uit: reebiefstukjes met spitskool. De wijn is een tempranillo van de Argentijn Pedro del Castillo.

Hoe reageert je omgeving op die verhalen?

“Zelfs de mensen die genetisch dicht bij me staan, om het maar heel netjes te zeggen, vinden mij finaal gestoord. ‘Sandra zweeft.’ Maar gelukkig kan ik dit delen met andere lieve mensen die dicht bij me staan. Die groep wordt steeds groter.”

Wat je ervaart rond de graancirkels, wil je dat ook uitdragen?

“O, nee, volstrekt niet. Ik wil dat niemand opdringen. Voor mij is het een teken dat er meer is. Een waarschuwing dat we verkeerd bezig zijn met de natuur en onze aarde. Aan anderen wil ik hooguit laten weten hoeveel indruk het op me maakt. Wat ze er dan mee doen, moeten ze zelf weten. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden.”


Toch zie ik je nu bijna als een priesteres.

“Grappig dat je dat zegt. Dat is precies zoals ik het voel. Ik wil niet prediken, wel helpen, aanreiken. Ik hoop alleen maar dat men naar de mens Sandra Reemer wil luisteren, niet naar de vrouw die bekend is van radio en tv. Het moet zuiver blijven. Bij het werk dat ik doe voor mijn stichtingen is dat anders; daar telt mijn naamsbekendheid natuurlijk mee.”

Ook het nagerecht is verfijnd en verrassend: panna cotta met vanille en kaneel op een compote van vijgen met wat slagroom-roomijs. Hoewel we terug moeten over het smalle dijkje langs de Waal wordt er een glaasje muscat van Rosewood uit Australië bij geschonken.

Welke stichtingen bedoel je?

“Via mijn ambassadeurschap destijds voor de Stichting Nationale Boomfeestdag en via het Liliane Fonds kwam ik op het idee voor de Sandra Reemer Foundation. In ontwikkelingslanden proberen we kinderen en jongeren aan een zelfstandig bestaan te helpen, vaak door opleidingen of scholing. Afgelopen jaar is daar de Planeetbrigade bij gekomen.

“Met de inzet van kinderen in Nederland willen we kinderen in ontwikkelingslanden, vaak Afrika en Indonesië, helpen. Daar komt binnenkort Zuid-Amerika bij. Hollandse kinderen vanaf zo’n tien jaar worden ‘planeetbrigadier’. Ze gaan zich inzetten voor natuur en het milieu in hun eigen omgeving. Ze zorgen dat het hier schoon blijft. Volwassenen en bedrijven kunnen die kinderen vragen op dat gebied klusjes op te knappen. Het geld dat ze zo verdienen, gaat naar leeftijdgenoten in ontwikkelingslanden. Zo worden zowel kinderen als volwassenen zich bewust van zaken. Ze merken hoe goed we het hier hebben in vergelijking met de derde wereld. Veel van die Planeetbrigadiers gaan wekelijks op bezoek bij ouderen en brengen de lege flessen voor hen weg. Voor alleenwonende bejaarden is dat extra leuk: ze hebben aanspraak en weten dat het statiegeld heel goed terechtkomt.”


Je hebt het dus ook veel te druk om nog op te treden. Heb je wel iemand die ervoor zorgt dat je privéleven ook leuk is?

“Ook op dat vlak sluit ik niets uit. Ik heb lieve mensen om me heen, één van hen is heel bijzonder voor me. We hebben oog voor elkaars waarden en eisen verder niets van elkaar. Dat is de beste grondhouding voor elke vruchtbare relatie.”

Restaurant d’Oude Weeghbrug is een geheim dat je alleen met vrienden wil delen. De ligging van deze historische ontmoetingsplaats voor fruithandelaren is perfect. ’s Zomers is er een lommerrijk terras, ’s winters biedt de knusse kleine eetzaal prachtig uitzicht op de traag stromende Waal. Chef-kok en eigenaar Peter van der Cruijsen werkt uitsluitend met dagverse producten en kookt graag avontuurlijk. Aangezien de vaste gasten uit het land van Maas en Waal niet altijd te porren zijn voor al te revolutionaire culinaire verrassingen, vragen Van der Cruijsen en zijn vrouw Jeannette altijd hoe ver ze mogen gaan. D’Oude Weeghbrug is zo bijzonder dat we maar weer eens uitpakken met negen HP’tjes.