Geen Robin, geen Tobin

Van een belasting op financiële transacties profiteert links noch rechts.

De Europese Commissie wil het, links wil het en de paus wil het. Nederland wilde het tot voor kort niet, maar ineens toch wel. De Financial Transaction Tax (FTT, zoals hij in Brussel heet), een Robin Hood-belasting (zoals links hem noemt) of een Tobin-taks, (naar Nobelprijswinnaar James Tobin, die hem in de jaren zeventig bedacht). In gewoon Nederlands gaat het om een belasting op financiële transacties. Het Brusselse voorstel behelst een heffing van 0,1 procent op aandelen- en obligatietransacties, en 0,01 procent van de onderliggende waarde van een derivatencontract. Verwachte opbrengst in Europa: 57 miljard euro.

Eind deze week zullen de Franse president Sarkozy en bondskanselier Merkel bij de G20 (de machtigste landen van de wereld) nog eens aandringen op het invoeren van de heffing. Ze hopen dat de economische grootmachten er allemaal achter gaan staan, maar zijn inmiddels bereid om de belasting desnoods alleen in Europa in te voeren.

Als dat laatste gebeurt, zullen veel financiële transacties verhuizen naar buiten Europa. Dat is meteen het grootste tegenargument. Het gaat dan niet om uw en mijn maandelijkse order, maar om de grote geldstromen van institutionele beleggers. Geld is als water, het zoekt altijd de weg van de minste weerstand.

Het enthousiasme van premier Mark Rutte is om die reden ook kleiner dan het lijkt. Rutte liet vorige week weten dat hij Duitsland en Frankrijk zal steunen, maar hij wil dat ook het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland meedoen. Die kans is klein, en Ruttes gebaar is dan ook vooral bedoeld voor de bühne.


Los van het praktische argument dat de transactietaks alleen werkt als iedereen meedoet, is er ook een principieel argument om er tegen te zijn: hij helpt namelijk niet om toekomstige crises te bestrijden. Door een FTT zal het aantal transacties wel afnemen, vooral die met een korte horizon (vandaag kopen, morgen verkopen). Maar de belasting richt zich niet per se op transacties die de stabiliteit bedreigen en daarmee verantwoordelijk waren voor de crisis. Hooguit is het een schot hagel dat iedereen treft en ontmoedigt, niet alleen de kwaaien. In de huidige plannen lijkt het er zelfs op dat kredietderivaten en de handel in ingewikkelde gestructureerde producten helemaal buiten schot blijven.

Wie de volgende crisis wil voorkomen, heeft geen FTT nodig, maar regulering. Banken dwingen om meer kapitaal aan te houden, zoals vorige week is besloten op de Europese top, is een goed idee, evenals het opsplitsen van grote banken.

Maar: niet voor iedereen is herhaling voorkomen het hoofddoel. Links noemt de FTT niet voor niets een Robin Hood-taks: voor hen is het vooral een nieuwe manier om geld binnen te halen en weer uit te geven, bijvoorbeeld aan bestrijding van de klimaatcrisis. En de paus wil er wereldwijd armoede mee aanpakken.

Dat kan natuurlijk allemaal, maar er zitten nogal wat haken en ogen aan. Om te beginnen verstoort de Robin Hood-tax de markten, en dat heeft altijd een prijs. In het gunstigste scenario kost het de Europese economie op de lange termijn een half procent per jaar. Dat kost banen. De kosten worden bovendien ook opgebracht door gewone pensioenspaarders en kunnen in Nederland oplopen tot honderden miljoenen euro’s, volgens vermogensbeheerder APG .


Maar veel belangrijker voor de fans van Robin: het is nog de vraag of de opbrengst van de belasting daadwerkelijk terechtkomt bij het milieu of armoedebestrijding. In de huidige opzet is dat in elk geval niet zo. Revolutionair aan het plan is vooral dat het een eigen inkomensstroom voor de Europese Unie zou worden, en dat die ‘eigen inkomsten (-) geleidelijk aan de nationale bijdragen aan de EU-begroting kunnen vervangen zodat er minder druk komt op de nationale begrotingen’. Dixit de Europese Commissie.

Het is dus een vestzak-broekzakoperatie: Europa haalt voortaan geld op door wat van de financiële markten af te romen, en lidstaten betalen datzelfde bedrag niet langer aan Brussel.