Keep on walking

Ex-voetballers worden na hun afscheid zanger, acteur of uitgever. De tijden dat voetballers een sigarenzaak openden, zijn voorbij. De laatste generatie topvoetballers die overdag moesten bijbeunen om hun contractje bij Ajax aan te vullen, stevent af op het graf. Jammer, want het zou toch nog steeds wel wat hebben, om je havanna’s af te rekenen bij Sulejmani, die in een stofjas achter de toonbank de voorraden staat na te tellen.

Die tijden keren voorlopig niet terug, al biedt deze tijd van economische tegenspoed hoop: het kan niet lang meer duren voor de eerste clubs het loodje leggen, hun stadion verpatsen en opnieuw beginnen met een gepensioneerde gymleraar als trainer-voorzitter en zijn vrouw als kantinejuf-penningmeester. De voetballers komen weer op een oud herenrijwiel naar de training. Tas onder de snelbinders, hun regenjacks wapperend in de wind. “Dag, veldwachter Strootman. Veel plezier zondag!” “Zet ‘m op, meester Sneijder. Kogel die bal in de touwen!”

Dat zal nog wel even duren.

Wat wel gebleven is – en hopelijk blijft dat altijd zo, tot het einde der tijden – is de voetballer die na zijn pensionering een nieuwe dagbesteding zoekt, omdat een halve eeuw op de golfbaan staan ook gaat vervelen. De meeste van hen worden trainer. Er zijn zo veel ex-voetballers die niet uit de sport weg zijn te sláán dat we ze in Nederland al lang niet meer kunnen herbergen. Ze duiken overal op: in Dubai, in Namibië, in Azerbeidjan en in Noord-Korea. Op nog niet in kaart gebrachte vlekjes in de Stille Oceaan is voor de inheemse bevolking de eerste kennismaking met de westerse beschaving meestal een Nederlandse oud-international die op een schoolbord de beginselen van het totaalvoetbal tracht te verhelderen.

Echt leuk wordt het als oud-voetballers zich in de buitenwereld begeven. In de handel bijvoorbeeld. Zo ging Johan Cruijff achtereenvolgens in schoenen, in mode, in universiteiten en in goede doelen. Hij zat ook even in de varkens, maar dat werd zijn ondergang. Tscheu La Ling doet in Sloveense voetballers en onduidelijke voedingssupplementen, Frank Rijkaard deed in onderbroeken (BV Het zwarte gat), de Britten Robbie Fowler en Steve McManaman in racepaarden en Ruud Krol in kroketten.


Het kan nog mooier. Het Duitse blad 11 Freunde publiceerde een toptien van carrièremoves na het voetbal. Zo werd de Amerikaanse international Alexi Lalas zanger, evenals ex-PSV’er Björn van der Doelen en de Zweed Tomas Brolin (die ook een internetbedrijfje had, een restaurant uitbaatte en een tijdje fulltime pokerde). Pepe Mel, ex-speler van Real Madrid en nu trainer van Betis Sevilla, schrijft in zijn vrije tijd goedverkopende thrillers, en Berry van Aerle kwam een tijd aan de kost als postbode.

Jonathan De Falco veranderde zijn naam in Stany Falcone en werd acteur in films van een heel specifiek genre.

Regi Blinker werd uitgever. Uitgever van zijn eigen blad Life After Football, dat onder de afkorting LAF in de winkels ligt. In dit blad, opgericht door een ex-voetballer na zijn carrière, draait het om ex-voetballers na hun carrière. Sinds vorige week is er ook een tv-versie, gepresenteerd door Regi zelf. De eerste aflevering behelsde onder meer een bezoek aan Ronald de Boer, die met Najib Amhali over een golfbaan struinde. Misschien was dit wel het nieuwe life after football: niet meer ondervraagd worden over de prachtige tijd die definitief achter je lag, maar over de deprimerende tijd waar je midden in zat.

Op de website van LAF stond een voorpublicatie van het interview met Ronald. Hij en zijn vrouw waren uit elkaar. Na een ‘soort vakantie van zeven jaar’ in Qatar waren ze teruggegaan naar Nederland. Ronald kwam zijn tijd wel door, met een ‘potje pokeren en een beetje golfen en zo’.

Om de haverklap verscheen er een pop-up in beeld. Het was een reclame voor whiskymerk Johnny Walker. De slogan was ‘Keep on walking’. Het klonk als een goedbedoeld advies.