Mauro

Een verdeeld huis kost het CDA nog meer stemmen dan zijn vertrek.

Perikelen bij twee verenigingen, Ajax en het CDA, beheersten vorige week de media. Je zal maar – net als ik – fan zijn van allebei. Afzien! Ging het bij Ajax om de komst van een persoon (Marco van Basten), bij het CDA draaide het allemaal om het mogelijke vertrek van Mauro.

In beide gevallen vraag je je af hoe het zo uit de hand kon lopen. En ook: wie heeft het nu voor het zeggen? Beide clubs doen het bovendien slecht in de wekelijkse ‘peilingen’. Het CDA heeft een dieptepunt bereikt met elf zetels, Ajax moet genoegen nemen met een vijfde plaats in het linkerrijtje.

Afgelopen zaterdag ging ik naar het CDA-congres. Daar kwam een resolutie over het asielbeleid in stemming. Dat die met een grote meerderheid zou worden aangenomen, was op voorhand al duidelijk. Met wat aanpassingen had het dagelijks bestuur deze namelijk voorzien van een positief preadvies. De uitkomst was dan ook niet verrassend.

Veel interessanter was de dynamiek in de zaal. Het applaus is vaak veelzeggend voor de waardering die sprekers krijgen. Op grond daarvan betwijfel ik of een resolutie die wél over Mauro zou zijn gegaan, een meerderheid had gehaald.

Ik twijfel echter niet over een ander signaal dat het congres gaf. Het CDA kent op dit moment weliswaar drie leiders, maar die deden allemaal precies dezelfde oproep in hun speech. Namelijk: de fractie moet eensgezind opereren. Deze oproep kreeg tot drie keer toe grote bijval van de zaal. Dat is herkenbaar CDA: deloyaliteit wordt niet gewaardeerd. De leden voelen haarfijn aan dat het beeld van een verdeeld huis ons nog veel meer stemmen kost dan de kwestie-Mauro.

Net als voetbal is politiek een teamsport. Zij het dat disloyale voetballers op de bank zitten, maar dat in de fractie alle stemmen nodig zijn.


Natuurlijk, volksvertegenwoordigers werken zonder last of ruggespraak en in principiële kwesties moeten ze hun hart kunnen volgen, maar hier had de fractie een lijn afgesproken waaraan eenieder zich had wgeconformeerd: minister Leers had – anders dan verwacht – geen kans gezien om Mauro te laten blijven, en nu zou de weg worden bewandeld van het studievisum.

Raymond Knops werd namens de voltallige fractie het veld in gestuurd om die lijn te verdedigen. Een lastige taak, want ook hij had eerder de hoop uitgesproken dat Leers er toch in zou slagen een goede reden te vinden om Mauro te laten blijven. In de Kamer kreeg hij dan ook de wind van voren.

Vervolgens moest hij met andere fracties zoeken naar een meerderheid voor een motie met die strekking. Bij de ChristenUnie klopte hij tevergeefs aan: twee leden van zijn eigen fractie waren al met die partij in overleg.

Het deed me denken aan 1998, toen Jacques de Milliano het buiten de fractie om op een akkoordje probeerde te gooien met GroenLinks; toen ging het over de Bosnische asielzoekers. De Milliano kreeg toen overigens de ruimte om anders te stemmen dan de fractie, maar zag toen zelf in dat hij op die manier niet meer geloofwaardig verder kon binnen de fractie. Het betekende een vroeg einde van een prille politieke loopbaan.

De Milliano wist nog niet precies hoe het allemaal werkte in de Kamer. Dat geldt niet voor de leden Ad Koppejan en Kathleen Ferrier. Zij lopen al jaren mee en kozen bovendien vorig jaar – na de lastige keuze voor de samenwerking met de PVV – bewust voor voortzetting van hun werk in deze fractie.


Begrijp ik dat zij willen dat Mauro hier kan blijven? Jazeker. Maar dat wil de hele CDA-fractie. Met hun actie wekken Koppejan en Ferrier ten onrechte de indruk dat dat niet zo is.

In mijn eigen politieke jaren heb ik vaak teruggedacht aan de wijze woorden van wijlen CDA-minister Jan de Koning: “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.” Daar is de CDA-fractie nu mee bezig. Wat mij betreft, gebeurt dat eensgezind.