Waarom de Syrische oppositie zwijgt

Vroeg je begin dit jaar de eerste de beste Syriër wat ‘een oppositiepartij’ is, dan haalde die nog net niet de schouders op, maar op een treffende definitie hoefde je niet te rekenen. Ook het begrip ‘democratie’ maakte weinig reacties los. Logisch: oppositiepartijen zijn in Syrië verboden sinds 1963, toen de (nog altijd regerende) Ba’ath-partij de macht greep. Serieuze verkiezingen hebben sindsdien nooit plaatsgevonden. Politiek is voor veel Syriërs niet meer dan een twee-eenheid: de Ba’athpartij en haar leider, een positie die sinds 2000 wordt bekleed door Bashar al-Assad, de zoon van de dat jaar overleden Hafez al-Assad. Dat politiek weinig Syriërs kon boeien, valt zodoende makkelijk te verklaren. Een Syrische vriend van mij verwoordde het eens treffend: “Waarom zou je je ermee bezig houden als er toch niets verandert?”
Lees verder en reageer 

irene de zwaan