Beste Henk en Ingrid, als jullie zo’n hekel hebben aan Amsterdam, kom er dan alsjeblieft niet meer! Blijf weg!

Voormalig HP-coryfee Ad Fransen stal vorige week de show bij de Avond van de Polemiek met zijn tirade tegen Henk en Ingrid. Het Parool publiceerde gisteren een ingekorte versie van zijn toespraak, hier de volledige versie. “Henk & Ingrid zijn zeker vergeten dat ze in een regio wonen waarin tevergeefs – omdat de mensen er te lui of te ziek waren – miljarden subsidie is gepompt. Hun provincie is al tien keer bankroet, zet ‘m maar gerust te koop op Marktplaats.”

In het partijprogramma van de PVV staat: “Wij doen een oproep aan alle Nederlanders om zich aan te sluiten.”
Soms denk ik: zal ik het doen? Maar dan zeg ik gauw tegen mezelf: Doe effe normaal man!…, weet je wel wie de achterban vormen van de Partij voor de Vrijheid?
Henk en Ingrid!
Wie zijn Henk en Ingrid? Henk en Ingrid zijn volgens hun politieke beweging ‘het hart en de ruggengraat van de samenleving. Ze wonen vaak in een Vinexwijk, zij krijgen het leven niet cadeau, zij zijn de gewone man en de gewone vrouw.’
Laatst las ik in de krant dat het land van Henk en Ingrid grotendeels samenvalt met Limburg. Op een bijgevoegd landkaartje kon je ‘n lange zwarte, uitdijende vlek zien, waar het moet krioelen van de Henken en Ingrids.
Laat ik nu juist dáár zijn opgegroeid.
Dus ik ken Henk en Ingrid al heel lang, en best goed.
Ooit ben ik er zelfs weggevlucht om uit de verstikkende klauwen van Henk en Ingrid te ontsnappen.
En het zal me nu toch niet gebeuren dat mensen voor wie het hoogste cultuurgoed een tuinkabouter met hengel is aan de rand van hun Vinexvijver, of een reuzensmurf in de voortuin van een Vogelaarwijk, dat die mij weer de wet gaan voorschrijven.

Jammer dat Henk en Ingrid er niet zijn. Maar logisch, want als Henk en Ingrid het woord cultuur horen dan trekken ze – nee, niet hun revolver, zo erg is het nou ook weer niet – maar ze trekken wel een vies gezicht. De Henken en Ingrids die ik ken, heb ik ook nog nooit horen zeggen: “Kom we gaan vanavond eens lekker dat nieuwe boek van Martin Bosma lezen.”

Henk en Ingrid’s land van oorsprong kent over het algemeen witte dorpen en blanke gemeentes. Vaak is de enige allochtoon die ze hebben gezien het adoptiechineesje van de buren of de Turk van de shoarmatent. En vroeger fokten Henk en Ingrid als de konijnen, nu krimpen ze als de ziekte. Ze wonen immers in een zogeheten krimpregio. Toch roepen ze: vol is vol, en klagen ze over buitenlanders. Maar ja, voor mensen die míj vroeger al ‘unne sjtomme boetenländer’ noemden omdat ik hun dialect niet sprak, is dat alleszins begrijpelijk.

Nog zoiets: de partij van Henk en Ingrid zegt dat ze kiezen voor de rechten van vrouwen, homo’s en dieren.
Ik weet niet of ik nu de juiste volgorde hanteer, maar enfin: ik denk dat het voor een homostel nog steeds ‘n even grote hel is om in ‘n volkswijk te wonen waar allemaal Henken en Ingrids samen klonteren, als om ingeklemd te zitten tussen twee Marokkaanse gezinnen in de Amsterdamse Diamantbuurt.
Bij het opkomen voor de rechten van vrouwen heb ik wel eens mijn twijfels, bij de rechten voor dieren natuurlijk niet. Daarvoor hebben Henk en Ingrid een fanatieke streekgenoot, die zich trouwens wel weer regelmatig in de kijker speelt vanwege vrouwonvriendelijk gedrag.
Bel één, vier, vier en red een dier.
Bel één, vijf, vijf, Help!, Dion Graus slaat zijn wijf.

‘De agenda van hoop en optimisme’, luidt het motto van het partijprogramma van de PVV.
Waarom zijn Henk en Ingrid dan niet wat blijer? Waarom altijd zo boos?
En zelf hebben ze nooit iets gedaan, altijd zijn het de anderen, altijd heeft de overheid het precies op hen gemunt.
Vroeger wezen Henk en Ingrid graag verwijtend naar boven. En dan bedoelden ze niet Onze Lieve Heer – dat zouden ze als brave katholieken niet durven – maar het gebied boven de rivieren, het Westen, Den Haag.
Tegenwoordig hebben Henk en Ingrid hun kankergebied uitgebreid. Heel Europa heeft het gedaan.
Henk en Ingrid gedragen zich gek genoeg hetzelfde als de groep die ze verafschuwen. Ze haten het Westen, ze hebben een hekel aan vooruitgang, net als de Islam.

Als Henk en Ingrid knus voor hun enorme plasmascherm zitten en naar Het Journaal kijken, dan mopperen ze: “Die kutgrieken die vreten al onze belastingcenten op.”
Henk & Ingrid zijn zeker vergeten dat ze in een regio wonen waarin tevergeefs – omdat de mensen er te lui of te ziek waren – miljarden subsidie is gepompt. Hun provincie is al tien keer bankroet, zet ‘m maar gerust te koop op Marktplaats.
Henk en Ingrid betalen voor Ali en Fatima.
Zeggen ze.
Maar wij hier in het Westen, in de Randstad, betalen al decennia lang voor al die hopeloze Henken en Ingrids in het Zuiden.

Henk en Ingrid mogen ook graag een potje schelden op Amsterdam. Ze vermoeden dat daar alleen maar mensen wonen – ik citeer nog maar eens uit hun programmaboekje – ‘die denken dat de wereld er nog steeds zo uit ziet als Woodstock.’ Of dat daarboven – ik blijf in hun eigen jargon – louter linkse hobbyisten samenhokken met subsidieslurpers.
Ja, en maffe Provo’s of enge junkies bepalen in Amsterdam natuurlijk nog steeds het straatbeeld, vrezen Henk en Ingrid, sidderend achter de neergelaten rolluiken op Fluitenkruid, Meikever, Zalmforel, of hoe heten al die Vinexlocaties waar ze zich veilig hebben verschanst.

Maar goed, als je dan zo’n hekel hebt aan Amsterdam, beste Henk en Ingrid, kom er dan alsjeblieft niet meer! Blijf weg! En loop dan ook niet met Koninginnedag als een kudde wilde zwijnen het gazon van het Museumplein te verramponeren.

Daarom stel ik ten slotte voor om op de Amsterdamse ringweg tolpoorten te installeren, waar we Henk & Ingrid-tax kunnen heffen. Van het verdiende geld kunnen wij hier dan lekker onze linkse hobby’s botvieren, en – zo zijn we dan ook wel weer – af en toe sturen we een beetje ontwikkelingsgeld naar het Land van Henk & Ingrid.

ad fransen