Een huid van wol

Menigeen dweept met slow life, duurzaamheid en ‘terug naar de natuur’, maar de lams- en schapenwollen trui zit in het verdomhoekje. Want te oubollig, te weinig flatteus. Tijd voor een lofzang.

Nooit was ik een truiendrager. Alleen al het woord ‘wol’ was voldoende om meteen te gaan krabben. Een trui was ook te zeer een kledingstuk dat toebehoorde aan mannen die pijp rookten en die hun vrouw gedurende een oneindig huwelijk met ‘mammie’ waren gaan aanspreken. Wij droegen strak gesneden jasjes, of misschien eens een sweater in de vrije tijd, maar een wolletje, no way.
Ik kwam tot inkeer, toen ik in 2003 mijn baan verloor als gevolg van een reorganisatie. Ik vond in een sporttas een oude trui van mijn vrouw en trok die aan. Het was een donkerblauwe V-hals die iets te groot was, maar hij zat verder als gegoten. Later noemde ik hem ‘de Ties’, naar de oorspronkelijke eigenaar, een collega van mijn vrouw die ’m eens had aangeschaft voor een golftoernooi en ’m daarna aan haar had gegeven.

De Ties kriebelde niet, omdat de wol nagenoeg was versleten. Ik liep altijd in die trui en hij paste bij een nieuw imago, een nieuwe mentaliteit die ik mezelf probeerde aan te meten. Die trui moest voortaan staan voor ‘onaantastbaarheid’: nooit meer zou ik mijn persoonlijke geluk af laten hangen van een baan, van geld en van de vraag of ik de hypotheek kon betalen. Ik deed niet meer mee aan die collectieve gekte. Voortaan liep ik niet meer in jasjes, zoals de rest, maar droeg ik lekker recalcitrant een ouderwetse trui. Geen slobbertrui, geen zelfgemaakte, goedbedoelde hobbezak; hij moest netjes zijn. Ik moest hem onder alle omstandigheden aan kunnen. Ik voelde mij als prins Claus die in 1998 tijdens een toespraak zijn stropdas afdeed, bij wijze van protest tegen alles wat te maken had met knellende protocollen in het leven.
Na verloop van tijd werden de scheuren op vooral de ellebogen toch te groot en heb ik de Ties weg moeten doen. Mijn vrouw heeft nog geprobeerd de gaten te stoppen, maar het had geen zin meer. Het wonderlijke was dat mijn lichaam gewend was geraakt aan de werking van die trui, die verwarmde als het buiten koud werd of als ik te lang stilzat, en die leek te verkoelen als ik me inspande of als de temperatuur in mijn omgeving steeg.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

frans van deijl