Het ik-uniform

Het belang van de trui valt niet te onderschatten. Met een trui geef je een statement af: je bent jezelf. Over de trui als symbool van vrijheid. Plus: twaalf beroemde truidragers.

Laten we er geen doekjes om winden: op de tijdschaal van de kledingmode staat de trui bijna helemaal aan de linkerzijde. Alleen het berenvel is nog archaïscher. Wollen truien zijn, in elk geval in de perceptie, oneindig veel minder sophisticated dan, laten we zeggen, een fijngesneden katoenen overhemd. Natuurlijk, er zijn hedendaagse truien die in weinig meer lijken op hun zuiver functionele voorlopers, maar het blijven truien. En truien zullen wel nooit meer loskomen van hun eenvoudige, natuurlijke en huiselijke imago. Er valt geen formele omgeving te bedenken waar een trui de dresscode is. Geen kledingstuk is nadrukkelijker bestemd voor onze vrije tijd. In het moderne leven dient de trui niet louter ter verwarming, maar straalt hij ook comfort uit. In een trui voel je je op je gemak. In een trui ben je jezelf.
Met die gedachte in het achterhoofd vallen de meeste truidragers wel te duiden. Apple-topman Steve Jobs had honderd identieke zwarte coltruien voor zichzelf laten maken. Hij alleen kon zich dat sociaal veroorloven, omdat hij ongenaakbaar bovenaan zijn zelfgeschapen piramide stond. Zijn trui zei: ik ben meer een creatieveling dan een zakenman. Zo is het ook met Richard Branson, nog zo’n alfamannetje dat zijn dwarsigheid uit door zich niet te conformeren aan zijn gekostumeerde omgeving. Macht is vrijheid, en vrijheid is een trui. Hoe authentieker iemand gezien wil worden, hoe groter de kans dat hij een trui aantrekt. Het succes is wisselend. Zo slagen sommige hardnekkige truidragers erin een statement maken (Mart Smeets, Maarten van Rossem, Bill Cosby, de Boliviaanse president Evo Morales) en blijft het bij anderen een slap aftreksel daarvan (RTL-nieuwslezer Jan de Hoop). Er zijn zelfs mannen die denken dat ze het zich kunnen veroorloven een roze sweater aan te trekken. Die gaan way beyond Jan de Hoop.
Wanneer regeringsleiders in elkaars gezelschap een trui aantrekken, moet er ijs worden gebroken. In juli 1990 ontmoetten de Duitse kanselier Helmut Kohl en sovjetleider Michail Gorbatsjov elkaar in Archyz, een dorp in de Kaukasus, voor besprekingen over de toekomst van een verenigd Duitsland. Beiden droegen ze donkerblauwe gebreide truien. De twee konden het prima met elkaar vinden en kwamen tot een vergelijk dat het truienakkoord is gaan heten: het verenigde Duitsland zou Navo-lid kunnen worden. De truien die de heren droegen, worden nog steeds tentoongesteld in het Haus der Geschichte in Bonn.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

roelof bouwman mark traa